Vondel voor de neerlandicus als jongeman

Achteraf besef ik dat ik met het onderwijs dat ik kreeg (aan het Maastrichtse Henric van Veldekecollege) erg bevoorrecht was, specifiek waar het gaat om letterkunde en nog specifieker waar het gaat om Nederlandse letterkunde (al was de beroemde Fernand Lodewick al met pensioen). In de laatste drie jaren van het vwo had ik voor Nederlands achtereenvolgens de docenten C., D. en F. Zij loodsten ons uitgebreid door de literatuurgeschiedenis der Nederlanden en deden dat vrij grondig met ondersteuning van veel tekstvoorbeelden.

C. behandelde in het 4e leerjaar de middeleeuwen, D. in het 5e leerjaar de nieuwere letterkunde tot aan de Romantiek, en E. in het 6e leerjaar de literatuur vanaf de Romantiek (met veel nadruk op de Tachtigers). Ik kan me nog herinneren, dat D. op een maandagochtend zei: “Als ik één of twee van jullie duurzaam kan interesseren voor literatuur, dan is mijn missie geslaagd.” Als 16-jarige wist ik op dat moment al: daar ben ik er één van. Tijdens datzelfde jaar behandelden we met name “de Renaissance”, van Jan van der Noot en met Jan Luyken, van de familie Roemer Visscher tot en met Jacob Cats. Wij wisten, of konden weten, naar welke schrijver het Barlaeusgymnasium vernoemd was, wie La Défense et illustration de la langue française had geschreven, wat het belang was van de Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst, wat petrarkisme was en hoe de Franse Pléiade-groep invloed had op onze letterkunde.

Lees verder

Shakespeare’s plots

Een van de leukere boekjes waar ik onlangs op stuitte is een wel heel vrij bewerking van de bekende toneelstukken van William Shakespeare. De flaptekst vermeldt, niet zonder ironie:

“A new dimension, that of density, is added to Shakespearian scholarship by Nicolas Bentley’s analysis of Shakespeare’s plots. […] In fact, it is surprising that he has been able to follow the plays at all”

Het is dan ook een humoristisch bedoeld boekje met een zeer beknopte en eigenzinnige weergave van de inhoud van die toneelstukken.

Een van de aardigheden aan het boekje zijn ook de illustraties, waarvan een aantal in zeer frisse kleuren, die door het cartooneske karakter het grappige element onderstrepen.

Hieronder een aantal van deze illustraties. Het boek is uit 1972 en houdt zich nog niet aan de politiek correcte weergave van mensen: Othello is zo stereotiep weergegeven, dat menige zwarte piet erbij verbleekt. (Othello werd overigens meestal door een blanke man gespeeld, wat gezien de huidige discussie over “black face” de betreffende afbeelding nog pikanter maakt.)

Reageren op dit artikel? Dat kunt u op Twitter, onder dit bericht:
https://twitter.com/dannyhabets/status/1083467773496492033

Op de rug gezien ~ De Fransen hebben ongelijk

Je kunt er lang over discussiëren wat de juiste tekstrichting op de rug van een boek is. Allereerst, en dat zie je bij dikkere (vooral ook oudere) boeken nog wel eens: horizontaal – gezien vanuit het perspectief dat een boek rechtop staat. Een beetje zichzelf respecterende bibliotheek heeft alle – of althans zoveel mogelijk – boeken rechtop staan.

Als de titel verticaal op de rug is geprint, dan zijn er twee mogelijkheden: van boven naar beneden (kortweg BoBe) of van beneden naar boven (BeBo). Nederlandstalige en Engelstalige werken volgen bijna altijd BoBe, Fransen bijna altijd BeBo. 

Lees verder

Novemberpracht

D’haen, Christine, De Beker van Djamsjied. Gedichten. Em. Querido, Amsterdam / Antwerpen, 2011. 1e druk – paperback, 50p.

Galilei, Galileo, Dialoog over de twee voornaamste wereldsystemen. Vertaald uit het Italiaans door Hans van den Berg, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2012. 1e druk – paperback, 675p.

Hertmans, Stefan, De bekeerlinge. De Bezige Bij, Amsterdam, 2016. 2e druk – gebonden, 317p.

Stefan Hertmans

Nooteboom, Cees, Een ochtend in Bahia. De Bezige Bij, Amsterdam, 1968. 1e druk – paperback, 148p. – [LRP; 282].

Platen, August von, Venetiaanse sonnetten. Vertaald uit het Duits door Paul Claes, Plantage/G&S, Leiden, 1992. 1e druk – paperback, 85p. – [Visum; 8]. – Tweetalige uitgave.

Pye, Michael, Aan de rand van de wereld. Hoe de Noordzee ons vormde. Vertaald uit het Engels door Arthur de Smet, Pom Ruiter, Frits van der Waa, De Bezige Bij, Antwerpen, 2014. 4e druk – gebonden, 430p.

Galileo Galilei

Vasalis, M., Vergezichten en gezichten. G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1984. paperback, 64p.

Vegter, Anne, Eiland berg gletsjer. Em. Querido, Amsterdam / Antwerpen, 2011. 2e druk – paperback, 68p.

Vroman, Leo, Daar. Gedichten. Em. Querido, Amsterdam / Antwerpen, 2011. 1e druk – paperback, 216p.


Het Walhalla der jagers

Als er één lokaal evenement is waar ik altijd erg naar uitkijk, dan is het wel de jaarlijkse boekenbeurs van de stichting Boeken voor Mensen in samenwerking met de Rotary Club Maastricht-Oost tijdens het eerste weekend van november, in het schoolgebouw van ROC Leeuwenborg.

De boeken zijn in de loop van het jaar ingeleverd door en opgehaald bij particulieren en een enkele keer een instelling. Wekelijks ordenen vrijwilligers van de stichting de boeken naar hoofdcategorie. Gezien de omvang van naar schatting 50.000 boeken is dat een hele prestatie. De prijzen liggen doorgaans tussen de 1 en 10 euro, afhankelijk van genre, staat van het boek en de verwachte verkoopbaarheid.

Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave

Ik was dus weer vroeg paraat op zaterdagmorgen. Hoewel ik het gedrang (hier overigens een stuk beschaafder dan bij een gemiddelde rommelmarkt) in het begin wilde mijden, was ik toch ongeveer 10 minuten te vroeg. De usual suspects waartoe, naast enkele verwoede verzamelaars (ja, ook gij Danny Habets), de bekende lokale handelaartjes behoren die je overal tegenkomt en die vliegensvlug de in het oog springende schoonheden voor je wegkapen om ze daarna voor het vier- of zesvoudige bedrag in hun winkel / op hun kraam bij de volgende markt / op internet gooien. Zij staan vooraan, natuurlijk. Lees verder

De eeuwige jachtvelden

Naar de eeuwige jachtvelden betekent doorgaans dat men verdwijnt uit dit leven, en in zekere zin is dat ook zo als je je verliest in een boek. Of liever: in een hele stapel boeken. Ik associeer jachtvelden ook met de plaatsen die ik afstruin op zoek naar nieuw te ontdekken boeken: boekhandels, markten, kringloopwinkels. En vandaag was het weer raak, onverwacht raak.

Ik was dus weer op een van mijn vertrouwde adresjes en ik had al weken bot gevangen aldaar, althans niets van blijvende waarde gevonden, niets dat riep: “Neem mij mee!” Zo begon ook deze jacht. Eigenlijk kwam ik na een half uur pas goed los, na een wat slappe warming up. Wat ik daar vond?

Lees verder

Aantekeningen uit het ondergrondse

Waar je het het minste verwacht, het spel van het licht: in een donkere kelder, met 4 muren, een dichte deur en maar één, indirect raam dat uitkijkt op een put. Maar op sommige dagen, zonnige dagen, valt er onverwacht veel licht, indirect maar effectief weerkaatsend licht via de put in mijn kelderbibliotheek.

Kijkend naar het zuidwesten.
Westwand, nog zonder de extra kast ervoor.
Even is er geen kunstverlichting nodig om de ruimte van toch bijna 10 meter lengte voldoende in het licht te zetten. Lezen lukt nog niet in elk hoekje (wel vlakbij het bovenlicht), maar alles is vrij scherp zichtbaar.
En het ijsvogeltje zag dat het goed was.
Mijn geliefde lees- en schrijftafel. Even zonder computer.

De laatste dagen van de zomer

Donderdag eind van de middag. Het zonnetje schijnt. Schijnt nu. Tussen de middag heb ik enkele mooie boeken op de kop getikt. Hoe mooi de nederzetting Coriovallum ook is, de doorwaadbare plaats aan de Maas, Trajectum ad Mosam werkt op mij als een magneet. Trein en fiets brengen mij waar ik zijn wil.

Men parkeert de fiets op de zonovergoten Markt en vindt alras een passend terras, waar men zich nederzet met een der verworven aanwinsten. La dolce vita.

 

Ik zie scherper door de taal

Rusteloos tot rust komen. Weer verleid zijn, maar het mag. Twee keer poëzie, één keer dramatiek en twee keer historiek. Ik ben eigenlijk over alle vijf de aanwinsten verguld.

Als ik mijn stapeltje aan een collega laat zien, bladert hij verbaasd in het boek van mevrouw Roland Holst. Ik realiseer me dat “dramatische kunst” tegenwoordig wat “dramatisch” klinkt voor wie niet specifiek is ingevoerd in (oudere) literaire terminologie, waarin de drie literaire hoofdgenres bestonden uit lyriek, epiek en dramatiek. Dramatische kunst is dus gewoon toneel, dat wat op een bühne aan de kijker wordt voorgeschoteld, dan wel daartoe geschreven is. Lees verder

Ik ben een bloem

Lezend in Gezelle keer ik terug naar de jaren 1989-1990, toen een intelligente en bevlogen leraar Nederlands een vwo-klas in het eindexamenjaar uitgebreid kennis liet maken met onder andere het werk van Guido Gezelle, de Vlaamse priesterdichter uit de 19e eeuw.

Zoals dat hoort voor een nog onwetend maar ontvankelijk publiek op die leeftijd, werden we door een aantal van diens bekendste gedichten geleid: “Ego flos” (Ik ben een blomme), “’t Er viel ‘ne keer”, “Het Schrijverke” (dat zo mooi poëticale en natuurlijke motieven vervlecht), et cetera.
Lees verder

Uitgaven van Arthur van Schendel uit de jaren 1920-1939

Een aantal van de boeken en drukken die in de jaren twintig en dertig verschenen van Arthur van Schendel zitten enkele exemplaren die fraai zijn uitgegeven, niet in de laatste plaats vanwege de bijzondere boekbanden, soms ook de frontispice of andere prenten en een enkele keer ook de typografie zelf. Hieronder enkele voorbeelden uit mijn eigen bibliotheek, veelal bij toeval tegengekomen en voor een klein bedrag verworven.

Arthur van Schendel, Blanke gestalten. – Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1923, 1e druk, 210p.

De rode linnen band is voorzien van opdruk in goud en zwart. Op het voorplat een afbeelding van een vrouwenfiguur (non) tegen de achtergrond van een kasteel- of burchtachtig gebouw. Lees verder