door Danny Habets | 12 december 2011
Persoonlijke ontboezemingen bij het verschijnen van de online versie van Loe de Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog
De hele “Loe de Jong” is online. Reden voor vreugde, want er kan nooit genoeg aan Nederlands cultuurgoed online beschikbaar komen. Reden ook voor bedenkingen, want hoeveel wordt zijn “standaardwerk” over het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog nog daadwerkelijk gelezen?
Een handicap is natuurlijk wel de omvang, 14 delen en dan ook nog vaak verdeeld in a en b, en als het even kan die nog weer onderverdeeld in eerste en tweede deel, waardoor sommige deelnummers uit wel 4 dikke banden bestaan. Maar dat is niet het enige. Het kan zijn dat ik het mis heb, maar inmiddels lijkt de Tweede Wereldoorlog toch minder te leven dan, zeg, 25 jaar geleden. Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik, en een aantal (school)vriendjes met mij, eindeloos gefascineerd was door die grote oorlog met al zijn verschrikkingen. Goed of fout was nog steeds gewoon goed of fout, en de met “de oorlog” werd nog standaard naar de Tweede Wereldoorlog verwezen, geen twijfel of misverstand kon daarover bestaan.
De Tweede Wereldoorlog
Enige jongensromantiek zal er niet vreemd aan zijn geweest. We speelden in de basisschooltijd zowel zelf soldaatje, met geïmproviseerde uniformen en wapens, en hadden allemaal een flinke voorraad plastic soldaatjes, van Duitsers tot Engelse commando’s en van Amerikanen tot Australiërs. Ik keek elk jaar naar The Longest Day over de landing in Normandië en trotseerde zelfs een vroeg-naar-bed-maatregel om hem toch maar te kunnen zien. Het was de tijd van de groene Lekturama uitgaven, en mijn moeder was altijd wel zo handig elke keer een aantal delen tegen een voordelige introductieprijs te verwerven. Inmiddels liggen ze zelfs nauwelijks nog bij kringloopwinkels of op rommelmarkten: niemand wil ze meer. Ik vermoed dat er al heel wat sets bij het oud papier terecht zijn gekomen.
Op mijn kamer hing een poster, volgens mij een extraatje bij die Lekturama boeken, met de vele vliegtuigtypes uit de oorlog en ik kon als tienjarige Messerschmitts van Spitfires onderscheiden. Evenzo de SA van de SS, de grüne Polizei van de Gestapo. Ook over de concentratiekampen en de andere verschrikkingen van het Derde Rijk las je gretig: hoe dat dit kunnen gebeuren? Het was nog levende geschiedenis, er waren nog tal van overlevenden, die bijvoorbeeld hun verhaal deden in Shoah, en de film The Holocaust had je natuurlijk gezien. Zo levend nog, dat ik me als leerling op de middelbare school interesseerde voor neofascisme en neonazisme en daarover boekjes uit de bieb haalde: Wat zijn de oorzaken? Wat is de typerende mentaliteit? Als je bedenkt wat mensen nu hardop zeggen over vreemdelingen, dat was toen zo goed als onmogelijk, want werd altijd gezien in het licht van goed en fout in de oorlog. De partij van Janmaat was in die context dan ook kansloos, maar de enkele zetel die hij binnenhaalde baarde je niettemin zorgen. Those were the days…
Een monument
Ik ging school gedurende de jaren ’80, Loe de Jong was (nog) een autoriteit en zijn boeken vormden een monument. Mijn leraar geschiedenis sprak er met bewondering over. Of hij ze gelezen heeft, weet ik niet zeker. Inmiddels lijkt de vraag naar althans de papieren versie naar een dieptepunt gedaald, een lot dat de serie lijkt te delen met bijvoorbeeld de Memoires van Winston Churchill (10 dikke delen). Bij De Slegte of een antiquariaat kom je vaak nog wel een hele set of enkele losse delen voor ca. 10 euro (of minder) per deel nog wel tegen, maar inkopen doen ze deze boeken denk ik nauwelijks meer. De verschillende kringloopwinkels bieden hem aan van 1 tot 2,50 euro per deel en ook daar staan ze maandenlang op de planken. Ik heb nog wel eens voor de verleiding gestaan (zoals ik wel nog ooit die smalle bruine 17-delige Bericht van de Tweede Wereldoorlog opnieuw heb aangeschaft), maar heb er toch van af gezien. Vaak zijn de exemplaren van veel delen ernstig vergeeld. Net als encyclopedieën waren het vaak pronkstukken in de huiskamer: weinig gelezen en grondig aangetast door tabaksrook. Daar was denk ik de prijs ook naar, want ik kan me niet herinneren dat wij als eenvoudig gezin de delen konden aanschaffen.
En nu dan?
Eindelijk zijn ze dan online beschikbaar, en gratis. Groot voordeel van een digitale uitgave is de grote mate van doorzoekbaarheid. Zoals een medewerker van het NIOD al stelde: de papieren versie had het euvel dat als je iets specifieks zocht, de toegankelijkheid niet al te best was. Te uitgebreid voor een manier van lezen die niet meer de onze is (beginnen in deel 1 eerste pagina, tot en met de laatste bladzijde in deel 14), kan een digitale versie goed dienst doen om gericht te zoeken op onderwerpen en personen.
Het kan hierna twee kanten opgaan: een hernieuwde belangstelling voor dit monumentale werk en het onderwerp dat het behandelt, óf – zoals het vele monumenten vergaat – we maken er een diepe buiging voor en gaan over tot de orde van de dag. In dat opzicht is digitalisering altijd eerder te laat dan te vroeg. Ik zou ook niet hardop de vraag naar de business case (wat kost het en wat brengt het aan lezers op) durven te stellen van dit soort digitaliseringsprojecten. Het is wellicht ook een al te triviale vraag bij projecten waar een zeker beschavingsidealisme bij komt kijken.
De geschiedenis zal het leren.
Naschrift 20:25 uur: Uit het feit dat de bestanden momenteel niet zijn te downloaden kan men 2 conclusies trekken: de bestanden zijn erg groot en/of de belangstelling is zo overweldigend dat de server de load niet aankan, een bewijs dat Loe de Jong, althans tijdelijk, nog wel degelijk leeft.