Actief en passief verzamelen

Boeken verzamelen is een raar ding, ik heb daar eerder over geschreven (o.a. hierhier en hier). In verzamelen zit altijd een zekere doelgerichtheid, je wilt bijvoorbeeld alle werken van een bepaalde auteur bij elkaar krijgen, of de delen van een reeks (bijvoorbeeld een deftige uitgave van de wereldklassieken), of alles over een onderwerp, zoals “koloniale geschiedenis Afrika” of “Van en over de Tachtigers”. Je kunt het zo gek niet verzinnen. Nu kun je op twee manieren verzamelen: actief en passief.

Bij de eerste manier ga je heel actief en gericht op zoek naar bepaalde titels om je “set” compleet te maken. Vaak inventariseer je vooraf om welke boeken het gaat, doe je onderzoek naar de bestaande uitgaven en speur je gericht boekhandels, markten en internet af, op zoek naar die nog missende titel(s).

Bij passief verzamelen kan het best zo zijn dat je een zelfde collectie voor ogen hebt, maar laat je je veel meer (af)leiden door wat toevallig op je pad komt, of dat nu op een marktkraam, in een boekhandel of op het wereldwijde web is. Actief is dus doelgericht, passief zou je kunnen aanduiden als “improviserend”, eerder vindend dan zoekend. Persoonlijk vind ik dat laatste wel spannend, want je weet nooit vantevoren wat je aantreft. Je staat meer open voor nieuwe dingen die zich aandienen, maar ook voor verleidingen. Als je niet oplet, kan je boekencollectie alle kanten uitwaaieren. Ook daarover heb ik eerder geschreven.

Ik denk ook dat je dus actieve en passieve verzamelaars kunt onderscheiden, al zul je de extremen in hun zuiverste vorm wellicht niet vaak in het wild tegenkomen. Achter elke willekeur schuilt immers toch een systeem en in elke doelgerichtheid speelt ook het toeval vaak een rol.

Als je niet zeer zeldzame boeken zoekt, dan kun je doorgaans een van de continue digitale boekenmarkten (o.a. Boekwinkeltjes, Antiqbook of AddAll) bezoeken, je tikt de titelgegevens in en er zijn vaak verschillende aanbieders, zodat je op prijs en kwaliteit kunt selecteren. Als je maar bereid en in staat bent de gevraagde prijs te betalen, dan is dat verder niet spannend. Het past typisch bij actief verzamelen, dat dus deels ook een kwestie is van portemonnee. Ik ben zelf meestal te gierig en koopjesbelust om zo te werk te gaan, behalve als ik weer eens toe ben aan een nieuw deeltje uit een van de door mij geliefde reeksen (b.v. Ambo-Klassiek en Baskerville), maar het haalt voor mij ook de verrassing weg. Actief verzamelen voelt een beetje als zinloos consumentisme: begeren, zoeken, kopen. Passief verzamelen is: aantreffen, begeren, kopen (en die laatste twee soms omgekeerd). Bovendien (Eerste Hoofdwet van Verzamelen volgens Danny Habets): Geduld is een goede vriend van de verzamelaar en zijn portemonnee. Ik ben dus doorgaans een passief verzamelaar. Wel heb ik bij het speuren altijd bepaalde ‘antennes’ open staan.

Een van die minder opvallende literaire reeksen waar ik een beetje een zwak voor heb, en die ik bij uitstek passief verzamel (waar deeltjes zich dus bijna tegen wil en dank in mijn collectie voegen), is de Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Deze door Elsevier in de jaren ’70 uitgegeven reeks van 14 klassiekers uit de Nederlandse literatuur omvat proza en poëzie, fictie en (met een beetje goede wil) non-fictie, en bestrijkt de periode van de middeleeuwen tot halverwege 20e eeuw. De reeks kwam tot stand onder redactie van een aantal bekende neerlandici / letterkundigen, waaronder Kees Fens en A.L. Sötemann. De delen zelf werden verzorgd d.w.z. ingeleid door bekende, vaak voor de hand liggende neerlandici (die bijvoorbeeld een dissertatie over de auteur hadden geschreven): Louis Couperus door W. Blok , Multatuli door A.L. Sötemann, Marcellus Emants door Ton Anbeek, Hadewych door N. De Paepe en de Ridderverhalen door Jozef Janssens.

De vormgeving van de boeken is wat saai: bruine linnen banden met een braaf rechthoekig kader, die erg aan (het bruin van) de jaren ’70 doen denken, niet iets waar je bibliofiele hart meteen harder van gaat kloppen. De uitgave kent meestal ook een degelijke inleiding, soms ook wat saai, waar men zich geen buil aan kan vallen, al voel je bijvoorbeeld in de inleiding van Kees Fens op Zuster Virgilia van Gerard Walschap wel de emotionele bewondering voor boek en titelpersonage, die Fens in colleges veel onomwondener uitsprak.

Het zijn duidelijk leesedities, zonder al te veel wetenschappelijke pretenties, bedoeld voor een breder publiek en hier en daar herspeld naar modernere maatstaven, maar dat volgens mij niet consequent over de delen heen en naar mijn weten nergens verantwoord. Dus ook vanuit dat oogpunt is het geen bijzondere editie. Inmiddels vaak ook verkrijgbaar voor een appel en een ei.

Via het passieve verzamelen hebben in de loop van de jaren echter 10 van de 14 verschenen delen zich in mijn boekenkast weten te nestelen, waar zij geduldig wachten op lezing, maar dat ligt niet altijd voor de hand: veel van de titels heb ik in andere, vaak ‘betere’ uitgaven (Couperus, Multatuli, Hildebrand, Bredero). Anderzijds maken bepaalde titels wel nieuwsgierig: waarom van die auteur juist die titel, b.v. Inwijding van Emants, Verhalen van Karel van de Woestijne (en niet zijn poëzie) of die kleine selectie uit de Historiën van P.C. Hooft?

Bijzonder is nog te vermelden dat de Bibliotheek der Nederlandse Letteren ook de naam was van een vergelijkbare reeks uit de jaren 1930-1945. Waarschijnlijk is die reeks de inspiratiebron geweest voor de latere. Ook die oudere reeks is degelijk uitgegeven, met stevige boekbanden die de tand des tijds doorgaans goed doorstaan en eveneens voorzien van inleidingen door de in die tijd vooraanstaande letterkundigen / neerlandici, zoals J.A.N. Knuttel, J. van Mierlo en K. Heeroma. Interessant zijn natuurlijk de verschillen tussen oudere en nieuwere reeks. In de oudere reeks vind je o.a.: meer middeleeuwen (4 delen!), een deel protestantse lyriek uit 16e / 17e eeuw (verzuiling-alert: als compensatie voor de katholieke middeleeuwen?), maar ook Coornherts vertaling / bewerking van Homeros’ Odyssee (De dolinge van Ulysse), daarnaast een romantisch werk uit de 19e eeuw als Hermingard van de eikenterpen, en bijvoorbeeld een aantal beschouwende stukken van Conrad Busken Huet. Ook van die oudere reeks zijn enkele delen via het passieve verzamelen in huis gekomen, soms zelfs twee keer. Eerder verzamelde delen werden weggegeven en keerden weer terug. Waar ik echt spijt van heb, is dat ik in zo’n vlaag van opruimwoede ook De dolinge van Ulysse in 2013 heb weggedaan. Ik ga hem nu niet actief terugzoeken, maar mocht ik hem in een winkel of kraam voor luttel bedrag tegenkomen, dan zal ik niet aarzelen…

Zo blijft het een beetje tobben en genieten, voor de beurtelings actieve en passieve verzamelaar.

Comments are closed.