Rusteloos tot rust komen. Weer verleid zijn, maar het mag. Twee keer poëzie, één keer dramatiek en twee keer historiek. Ik ben eigenlijk over alle vijf de aanwinsten verguld.

Als ik mijn stapeltje aan een collega laat zien, bladert hij verbaasd in het boek van mevrouw Roland Holst. Ik realiseer me dat “dramatische kunst” tegenwoordig wat “dramatisch” klinkt voor wie niet specifiek is ingevoerd in (oudere) literaire terminologie, waarin de drie literaire hoofdgenres bestonden uit lyriek, epiek en dramatiek. Dramatische kunst is dus gewoon toneel, dat wat op een bühne aan de kijker wordt voorgeschoteld, dan wel daartoe geschreven is. Het boek van mevrouw Roland Holst graaft diep in de geschiedenis van het toneel, en eindigt onvermijdelijk in typisch begin 20e-eeuwse socialistische heilsvoorspellingen dan wel aanwijzingen voor de toekomst. Juist daarom is het een aardig boek, bovendien is de boekband fraai vormgegeven.

De biografie over keizer Franz Joseph is een boeiend stuk geschiedenis. Een bijzonder grappig fragment vind ik dat waar gesproken wordt over zijn verloving:

Der junge Kaiser ist in die Jahre gekommen, da der Jüngling zum Manne reift und sich nach Liebe zu sehnen beginnt. Begeistert hat ihm sein Freund Albert von Sachsen auf der letzten gemeinsamen Auerhahnjagd von seiner entzückenden Braut Carola von Wasa […] erzählt.

De jongen begint dus een beetje tot man te rijpen en enigszins naar liefde te hunkeren. Prachtig is het woord Auerhahnjagd – de jacht op Auerhoenderen. De redenatie lijkt te zijn: zijn vriend vertelt hem over het lekker ding, nota bene een jeugdvriendinnetje van de keizer, waarmee die vriend trouwt, en dus wordt het ook eens tijd voor de jonge keizer.

Het gaat verder, want er moeten ook politieke behoeften bevredigd worden:

Erzherzogin Sophie möchte zugleich mit dem Herzenswunsche ihres Sohnes auch politische Interessen befriedigen. Wenn es mit Preussen nicht geht, soll es wenigstens eine Prinzessin aus dem zweitgrössten deutschen Staate, aus Bayern, also aus ihrem eigenen Hause, sein.

De zoon moet dus feitelijk binnen de familie trouwen. Het allergrappigste, maar dat kan aan mij liggen, vond ik de zinsnede: als het met Pruisen niet gaat… De berekening en de seksualiteit in één zin.

Ook heel blij was ik met de twee dichtbundels, een verzameld werk uitgave van Cees Nooteboom en een bloemlezing uit het werk van Jan G. Elburg. Nu was Elburg een paar maatjes kleiner dan Lucebert en Gerrit Kouwenaar, maar toch heeft hij enkele fascinerende gedichten gepubliceerd. Ik laat er eentje zien hieronder.

Ik zal het kiemen zien. En ik zie scherper door de taal…