Aantekeningen uit het ondergrondse

Waar je het het minste verwacht, het spel van het licht: in een donkere kelder, met 4 muren, een dichte deur en maar één, indirect raam dat uitkijkt op een put. Maar op sommige dagen, zonnige dagen, valt er onverwacht veel licht, indirect maar effectief weerkaatsend licht via de put in mijn kelderbieb. Dat ziet er zo uit:

Als geboren mei-kind ben ik er dol op, heldere zonnige dagen. Het liefst ga ik er dan op uit, de stad of de natuur in. Maar als dit licht je zo overvalt, dan blijft men nog even.

Natuurlijk willen boeken niet te veel zonlicht, want dan verkleuren hun rugjes snel. Met name bij bepaalde reeksen in een uniforme uitgave, die men zorgvuldig verzamelt, willen we dat liever voorkomen.

Toch is het een zegen, dit licht. Even is er geen kunstverlichting nodig om de ruimte van toch bijna 10 meter lengte voldoende in het licht te zetten. Lezen lukt nog niet in elk hoekje (wel vlakbij het bovenlicht), maar men kan wel alles ontwaren, vrij scherp deze keer zelfs. Waarschijnlijk doordat de zon al wat lager staat in dit seizoen.

Zonlicht blijft feitelijk toch het meest natuurlijke, aangename licht waarin een schepsel zich kan baden. Ik zet bij droog weer het bovenlicht in deze ruimte ook altijd even open, evenals in de aangrenzende kelderruimte. Niet alleen licht, maar ook frisse lucht trekt er dan doorheen. Het is bijna een lentebriesje dat binnenkomt.

Niet alleen boeken lezen is een genot (een genot dat bovendien desnoods vanaf een schermpje kan – een eReader, tablet of smart phone), maar ook het kijken naar boeken, zelfs naar boekenruggen is een esthetisch genot: het licht dat erop valt, hun plek in het geheel, geordend naar de grillige gewoonten van de zelfingenomen bibliothecaris, en soms gewoon door de willekeur van het alfabet. Het is ook zen. Het is eigen universum, waarin eenheid in de verscheidenheid van al die stille stemmen is aangebracht.

En het ijsvogeltje zag dat het goed was.

Wat ik daar zoal schrijf, aan dat bureau in de kelder, zo vroeg mij iemand op Twitter. En hij gaf zelf meteen een mooi antwoord op die vraag: “Aantekeningen uit het ondergrondse”, met de vanzelfsprekende knipoog naar Dostojevski.