Het Walhalla der jagers

Als er één lokaal evenement is waar ik altijd erg naar uitkijk, dan is het wel de jaarlijkse boekenbeurs van de stichting Boeken voor Mensen in samenwerking met de Rotary Club Maastricht-Oost tijdens het eerste weekend van november, in het schoolgebouw van ROC Leeuwenborg.

De boeken zijn in de loop van het jaar ingeleverd door en opgehaald bij particulieren en een enkele keer een instelling. Wekelijks ordenen vrijwilligers van de stichting de boeken naar hoofdcategorie. Gezien de omvang van naar schatting 50.000 boeken is dat een hele prestatie. De prijzen liggen doorgaans tussen de 1 en 10 euro, afhankelijk van genre, staat van het boek en de verwachte verkoopbaarheid.

Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave

Ik was dus weer vroeg paraat op zaterdagmorgen. Hoewel ik het gedrang (hier overigens een stuk beschaafder dan bij een gemiddelde rommelmarkt) in het begin wilde mijden, was ik toch ongeveer 10 minuten te vroeg. De usual suspects waartoe, naast enkele verwoede verzamelaars (ja, ook gij Danny Habets), de bekende lokale handelaartjes behoren die je overal tegenkomt en die vliegensvlug de in het oog springende schoonheden voor je wegkapen om ze daarna voor het vier- of zesvoudige bedrag in hun winkel / op hun kraam bij de volgende markt / op internet gooien. Zij staan vooraan, natuurlijk. Lees verder

De eeuwige jachtvelden

Naar de eeuwige jachtvelden betekent doorgaans dat men verdwijnt uit dit leven, en in zekere zin is dat ook zo als je je verliest in een boek. Of liever: in een hele stapel boeken. Ik associeer jachtvelden ook met de plaatsen die ik afstruin op zoek naar nieuw te ontdekken boeken: boekhandels, markten, kringloopwinkels. En vandaag was het weer raak, onverwacht raak.

Ik was dus weer op een van mijn vertrouwde adresjes en ik had al weken bot gevangen aldaar, althans niets van blijvende waarde gevonden, niets dat riep: “Neem mij mee!” Zo begon ook deze jacht. Eigenlijk kwam ik na een half uur pas goed los, na een wat slappe warming up. Wat ik daar vond?

Zo begint het slechte, om maar in huis te vallen met een van de “duurdere” vondsten, wel € 3,50! Javier Marías is geen onbekende schrijversnaam, zijn boeken liggen nog volop in de winkel voor de volle prijs, en dit exemplaar is nog gloednieuw: geen vlekje, geen vouw of ezelsoor, fris in de band en de hand.

Dat was wel anders met de gedichtenverzameling van de onvolprezen H.H. ter Balkt, getiteld In de waterwingebieden. Het stofomslag was ronduit smoezelig en vlekkerig, maar het binnenwerk oogde nog fris. Wat te doen? Bij niet-antiquarische boeken (zeg maar alles na 1940) heb ik ze toch liefst in smetteloze staat. Aan de andere kant: dit soort boeken kom ik op mijn tweedehands jachtvelden niet vaak tegen en zeker niet voor die kleine prijs. Ik waag het  erop, want de poëzie van Ter Balkt is me dierbaar. Thuis blijkt dat het oppervlakkig vuil is, dat er met een vochtig doekje en een druppel zeepsop goed vanaf gaat. Onbekommerd lezen nu.

Nog een beetje in Spaanse en Catalaanse sferen stuitte ik ook op een boekje van de schrijver Pere Gimferrer, die zowel in het Spaans of Catalaans schrijft. Gimferrer publiceerde zowel romans als gedichten en is ook actief als vertaler. Fortuny is een dunne roman uit 1983.

Ik kende de schrijver nog helemaal niet, maar ergens zei mijn intuïtie: die moet mee. Volgens Publishers Weekly is het minder een roman “than a series of interwoven prose poems packed with lush imagery evoking the aesthetics of the Belle Epoque and successive decades.” Ik laat me graag verrassen.

Natuurlijk kon ik ook De dood van een regisseur van J. Bernlef, “Een roman over de intrigerende verhouding tussen werkelijkheid en verbeelding in de wereld van de film”, niet laten liggen. Deze maand is de schrijver al weer 6 jaar niet meer onder ons. Begonnen als dichter, beroemd geworden met Hersenschimmen, heeft Bernlef tal van romans en verhalenbundels op zijn naam staan. Dit boek is een relatief vroeg prozawerk, uit de tijd dat film voor velen nog iets magisch had.

Een heel aardige reeks, in de jaren tachtig en negentig uitgegeven door uitgeverij Veen, is Amstel Klassiek: beetje onopvallende paperbacks, waarvan je pas de bijzonderheid ziet als je er meerdere naast elkaar hebt liggen. Ik kan me herinneren dat ik in de loop der jaren ook wel eens titels uit de reeks heb weggedaan (vaak omdat ik dan een luxer editie had aangeschaft), maar ik begin er inmiddels weer de charme van in te zien.

Zo staan vier deeltjes van Marcellus Emants (Waan, Monaco en Een nagelaten bekentenis) al jaren in de kast, evenals de Duizend en enige hoofdstukken over specialiteiten van Multatuli, en onlangs kwam daar Een held van onze tijd van Lermontow en Op zee van wederom Emants bij.

Nu stuite ik op Een ruiterverhaal en andere vertellingen van de Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal (1874-1929).

Als ik het goed heb gezien, bevat de Amstel Klassiek reeks vooral titels uit de 2e helft van de 19e eeuw. Er is trouwens ook de gebonden versie in lichtbruin nepleder, maar die heb ik structureel uit mijn kasten verbannen, zo lelijk vind ik hem – bij elke kringloopwinkel kom je wel delen tegen.

Bijzonder aan de paperbacks is dat sommige delen een afneembaar omslagje hebben en andere niet én dat sommige deeltjes ónder het omslag stiekem een Amstel Paperback zijn, een verwante uitgave van dezelfde (soorten) titels. Bovenstaande overzichtsfoto hieronder nogmaals, maar nu met die omslagjes eraf:

Nu kende ik ook al die Amstel Paperbacks, zo heb ik er nog minimaal eentje staan, De badplaats Mont-Oriol van Guy de Maupassant, maar de hierboven getoonde titels lijken door de uitgever bij nader inzien te zijn omgesmurfd naar Amstel Klassiek: het losse omslag meldt Klassiek, het binnenwerk  en de vaste kaft Paperback. Er is meer. Bij de “echte” Amstel Klassiek deeltjes (met of zonder afneembaar omslag) tekent Karel van Laar voor het omslagontwerp, bij de Amstel Paperbacks (ook de vermomde delen) Stephan Saaltink, ook als er een afneembaar omslagje in de stijl van Van Laar omheen zit. Het ziet er naar uit dat de uitgever aan creatief hergebruik heeft gedaan, en daar is vanuit het perspectief van financiën en duurzaamheid wel iets voor te zeggen.

(Naschrift 19-10-2018: vanmiddag kwam ik ook De schimmelruiter van Theodor Storm tegen, voor wederom een euro, maar deze was toch zodanig verkleurd op rug en voorzijde, dat ik de verleiding kon weerstaan – zij het met moeite.)

Tot slot een heel interessant en leuk boekje met beschouwingen over poëzie van Hugo Brems, getiteld naar een bekende dichtregel van Achterberg: De dichter is een koe. Een blik op de inhoudsopgave roept associaties op met Terug naar Oegstgeest van Jan Wolkers: hoofdstukken met een inhoudelijke titel worden afgewisseld met hoofdstukken getiteld “De dichter is een koe” (met een volgnummer).

De andere hoofdstukken hebben overigens veel met water. Het aardig aan dit boek is dat Brems op essayistische manier aan de hand van meer of minder bekende gedichten steeds laat zien hoe poëzie werkt, hoe betekenissen tot stand komen. Vanzelfsprekend nemen gedichten met koeien een speelse maar dominante plek in binnen het geheel.

Tevreden ben ik teruggekeerd van de eeuwige jachtvelden. Of de waterwingebieden.

Of ik nou nooit genoeg heb? Een collega, toch ook een boekenminnaar, die ik trots over mijn nieuwste aanwinsten inlichtte, suggereerde bibliofagie (“Volgens mij verslind je ze!”). Op Twitter suggereerde ook al iemand “vraatzucht”. Of bij mij niet ook het zweet uitbreekt bij de aanblik van weer zo’n stapeltje, want dat krijg je toch nooit gelezen?

Nou, ik doe gewoon mijn stinkende best om zoveel mogelijk te lezen. En te verwerken. Ik accepteer dat een deel ongelezen (of “half gelezen”) zal blijven in dit te korte leven. Het is niet anders. Maar ik wil niet het risico lopen dat ik ooit zonder kom te zitten, of zelfs maar beperkt word. Een belangrijke drijfveer om boeken zo massaal om je heen te verzamelen: er altijd over kunnen beschikken, ervoor zorgen dat er altijd volop keuze voorhanden is, zodat het toeval en je luimen hun gang kunnen gaan. En natuurlijk een zeker fetisjisme met betrekking tot mooie voorwerpen (de artefacten).

Als je al je boeken al gelezen hebt, dan koop je gewoon niet snel genoeg. Wie heeft dat ook al weer gezegd?

 

Ik zie scherper door de taal

Rusteloos tot rust komen. Weer verleid zijn, maar het mag. Twee keer poëzie, één keer dramatiek en twee keer historiek. Ik ben eigenlijk over alle vijf de aanwinsten verguld.

Als ik mijn stapeltje aan een collega laat zien, bladert hij verbaasd in het boek van mevrouw Roland Holst. Ik realiseer me dat “dramatische kunst” tegenwoordig wat “dramatisch” klinkt voor wie niet specifiek is ingevoerd in (oudere) literaire terminologie, waarin de drie literaire hoofdgenres bestonden uit lyriek, epiek en dramatiek. Dramatische kunst is dus gewoon toneel, dat wat op een bühne aan de kijker wordt voorgeschoteld, dan wel daartoe geschreven is. Het boek van mevrouw Roland Holst graaft diep in de geschiedenis van het toneel, en eindigt onvermijdelijk in typisch begin 20e-eeuwse socialistische heilsvoorspellingen dan wel aanwijzingen voor de toekomst. Juist daarom is het een aardig boek, bovendien is de boekband fraai vormgegeven.

De biografie over keizer Franz Joseph is een boeiend stuk geschiedenis. Een bijzonder grappig fragment vind ik dat waar gesproken wordt over zijn verloving:

Der junge Kaiser ist in die Jahre gekommen, da der Jüngling zum Manne reift und sich nach Liebe zu sehnen beginnt. Begeistert hat ihm sein Freund Albert von Sachsen auf der letzten gemeinsamen Auerhahnjagd von seiner entzückenden Braut Carola von Wasa […] erzählt.

De jongen begint dus een beetje tot man te rijpen en enigszins naar liefde te hunkeren. Prachtig is het woord Auerhahnjagd – de jacht op Auerhoenderen. De redenatie lijkt te zijn: zijn vriend vertelt hem over het lekker ding, nota bene een jeugdvriendinnetje van de keizer, waarmee die vriend trouwt, en dus wordt het ook eens tijd voor de jonge keizer.

Het gaat verder, want er moeten ook politieke behoeften bevredigd worden:

Erzherzogin Sophie möchte zugleich mit dem Herzenswunsche ihres Sohnes auch politische Interessen befriedigen. Wenn es mit Preussen nicht geht, soll es wenigstens eine Prinzessin aus dem zweitgrössten deutschen Staate, aus Bayern, also aus ihrem eigenen Hause, sein.

De zoon moet dus feitelijk binnen de familie trouwen. Het allergrappigste, maar dat kan aan mij liggen, vond ik de zinsnede: als het met Pruisen niet gaat… De berekening en de seksualiteit in één zin.

Ook heel blij was ik met de twee dichtbundels, een verzameld werk uitgave van Cees Nooteboom en een bloemlezing uit het werk van Jan G. Elburg. Nu was Elburg een paar maatjes kleiner dan Lucebert en Gerrit Kouwenaar, maar toch heeft hij enkele fascinerende gedichten gepubliceerd. Ik laat er eentje zien hieronder.

Ik zal het kiemen zien. En ik zie scherper door de taal…

Geschiedenis & ultramontane genoegens

In plaats van te lezen was ik weer eens op boekenjacht. Na weken bot te hebben gevangen, was ik erg hongerig geworden. Wekenlang leek er ook nauwelijks beweging in de voorraad van de bezochte locaties. Deze keer werd ik echter niet teleurgesteld. Ten eerste leek iemand zijn boekenplank Europese (met name Britse) geschiedenis te hebben leeggeruimd. Ik heb na zorgvuldige overweging mijn selectie gemaakt. Ik vind dit nog leuker dan op de zoveelste (half)nieuwe fictie te stuiten.

Wat het nog beter maakte, is dat er ook verschillende ‘oudjes’ tussen de boeken zaten, waarvan er drie mee naar huis mochten. Allereerst een fraai boek van Arthur van Schendel over Verlaine, “het leven van een dichter”: een dichterlijke schrijver over een andere dichter – dat is natuurlijk geen wetenschappelijk verantwoorde studie of biografie, maar als je het meer leest als een boek van Van Schendel i.p.v. een boek over Verlaine (deze zeer adequate formulering dank ik aan antiquaar Fokas Holthuis), dan is er veel te genieten. Dat geldt evenzeer voor de vormgeving van het boek. Lees verder

Dubbele boekhouding – deel 2

We gaan wat terug in de tijd, naar het middeleeuwse Italië, en belanden allereerst bij de Decamerone van Giovanni Boccaccio. Natuurlijk moest ik daarvan een Italiaanse editie hebben, al was het maar de tweedelige paperback editie in cassette van Mondadori in de reeks Oscar Classici, waarvan ik wel meer titels heb (gehad). Maar daar gaat het natuurlijk niet om, want origineel en vertaling zijn niet echt als gelijken te beschouwen, dus die mogen zonder meer naast elkaar in de kast staan. Het gaat in dit geval om de vertaling.

boccaccio1

Een vrij bekende vertaling van Decamerone is van de hand van Frans Denissen. Die is inmiddels in veel verschillende edities verkrijgbaar, onder andere in de Perpetua reeks. Die heb ik (nog) niet. Wel heb ik een uitgave uit 1989 van uitgeverij Manteau, en de mooie, monumentale editie in de Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep, de eerste druk daarvan uit 2003. Precies dezelfde tekst, maar in de Athenaeum-uitgave veel fraaier vormgegeven en geïllustreerd. Lees verder

Dubbele boekhouding – deel 1

In de loop van de jaren zijn enkele dubbele exemplaren in mijn kasten terecht gekomen. Meestal weet ik dan verdomd goed dat ik dat boek al  heb, maar ik moest het zo nodig redden van de ondergang, dacht dat ik het als cadeau kon gebruiken of doorverkopen om zo andere boekaankopen te bekostigen. Dat laatste bleek meestal een illusie, soms een voltreffer en slechts zelden echt bevredigend. Het cadeau-argument komt in de praktijk minder vaak voor dan je je voorneemt, en het willen redden van die arme boeken getuigt van een al te sentimenteel verlosserssyndroom. Alleen het vervangen van een min of meer versleten of anderszins slecht exemplaar door een beter exemplaar vormt een geldig excuus (maar dan moet je dat oude exemplaar wel wegdoen, behalve weer als het boek sentimentele waarde heeft).

Ik koop dus niet meer hetzelfde boek! Edities van een werk, die onderling verschillen, al was het maar vanwege het omslag, vallen echter buiten deze strenge regeling. Van de Verzamelde gedichten van J.C. Bloem kreeg ik in 1991 een mooie gebonden uitgave cadeau, de 9e druk uit 1986. Zoals links op de foto is te zien, is het veel gelezen en is het vaak meeverhuisd. Er staan enkele potloodaantekeningen van mijzelf in, allemaal uit begin jaren ’90. Nooit zal ik het over mijn hart verkrijgen om dit weg te doen. Onlangs liep ik tegen het rechter exemplaar aan, een paperback uitgave uit 1998, eveneens fraai vormgegeven, in nagenoeg maagdelijke staat. Een van je favoriete dichters, dus wat doe je dan? Juist. “Dat wordt dan mijn leesexemplaar.” Geloof ik dat echt? Bovendien heb je toch dat eerste exemplaar al duidelijk gelezen? Lees verder

Bijzondere talen, speciale boeken

Of het iets met een spirituele ingeving te maken had, weet ik niet. In 2005 kocht ik echter twee bijzondere boeken te midden van een hele stapel andere bij de jaarlijkse verkoop in oktober van de Vincentiusvereniging te Roermond. Beide woordenboeken (de meest linkse boeken op de foto hieronder) hebben betrekking op een der talen waarin de Bijbel oorspronkelijk is overgeleverd, het Hebreeuws en het Grieks.

Deze boeken waren ingedeeld in de categorie “oude boeken”, zonder verdere specificatie, zoals de andere zgn. genres als “romans”, “buitenlandse boeken”, “Oorlog” – kortom een indeling die Borges’ Chinese encyclopedie niet zou misstaan. Lees verder

Fascinatie voor (oude) taalboeken

Hoewel ik afgestudeerd ben in letterkundige richting ( en dan nog wel “moderne”, d.w.z. 20e-eeuwse literatuur) en ik geen gymnasiale vooropleiding heb gehad (dus een grondige kennis van Grieks en Latijn moet ontberen), heb ik altijd een speciale liefde, noem het gekte, gehad voor de combinatie: taal(kunde), oud, exotisch/vreemd, lijstjes en rijtjes (paradigmata) en geschiedenis.

Dat geldt nog sterker wanneer het gaat om taalgeschiedenis, ook wel diachrone taalkunde genoemd, of de beschrijving van een specifieke taal in een bepaalde periode (zeg Middeleeuwen, of nog verder gelegen tijden); indien er dan een boek op mijn pad komt dat een of meer van de elementen uit genoemde combinatie bevat, dan gaat het per definitie mee naar huis.

Lees verder

Kom er maar eens op, het juiste woord

Als het om naslagwerken gaat, ben ik een grote wijfelaar. Decennia nadat de indrukwekkende papieren encyclopedieën, zoals de Grote Winkler Prins en de Grote Larousse, in de mode waren en in de verder boekenloze buffetkast van vele gezinnen stonden, veelal onaangeroerd, kocht ik ze ergens in een kringloopwinkel voor een honderdste van de oorspronkelijke prijs, of daaromtrent.

Tijdens mijn studententijd heb ik zelfs een vertegenwoordiger over de vloer gehad om abonnementsgewijs de Encyclopedia Brittanica aan mij te slijten – de begeerte was nauwelijks te bedwingen, maar de 80 guldens per maand zouden toch wel erg zwaar gaan wegen op het budget van een student zonder al te veel aanvullende inkomstenbronnen.

Lees verder

De puinhopen van Polare

De puinhopen van Polare

Eerst waren er boekhandels. En er waren de winkels van De Slegte, in vele steden van het land. Zo ook in Eindhoven. Sinds een jaar of 10 werk ik een substantieel aantal dagen per week in Eindhoven. De kantoren van mijn broodheer liggen op loopafstand van het centrum. Zo ook in Eindhoven. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik de lunchpauze vaak gebruikte om te snuffelen in de boekhandel en bij De Slegte. Een enkele pauze is zelfs uitgelopen op een halve middag vrij.

In den beginne was er in Eindhoven Van Piere. Van Piere werd, zoals elders in den lande, onderdeel van de Boekhandels Groep en enkele jaren geleden dus van Selexyz, een naam die door een hippe marketingman of -vrouw zal zijn bedacht.

Slegte2

In den beginne was er ook een niet zo grote maar toch mooie vestiging van De Slegte. Ik kwam hier heel regelmatig. Behalve dat De Slegte een zeer uitgebreid assortiment aan (zowel goede als slechte) ramsj had, vond ik bij deze vestiging ook in het aandeel “tweedehands/antiquarisch” regelmatig wat van mijn gading. Het personeel was bovendien vriendelijk en hulpvaardig.  De prijzen voor de tweedehands boeken vielen mee, wat niet voor alle vestigingen opging (Tilburg!). Zo heb ik er de laatste jaren aardig wat deeltjes uit de mij dierbare reeksen Ambo Klassiek, Baskerville en Grote Bellettrie kunnen wegslepen. Ik werd zelfs getipt. Deze mensen zijn nu weg. De hele Slegte is weg!

Wat er gebeurde? Naar mijn waarneming liepen de meeste vestigingen van De Slegte zo slecht nog niet, maar de keten Selexyz had een probleem. Als keten. Daarbij kwam in Eindhoven dat de Selexyz-vestiging nog maar net verhuisd was naar een geheel nieuw pand in een nieuw ontwikkelde winkelstraat. Een groot pand met een trendy koffiekelder en daar bovenop twee zeer ruime verdiepingen. Je reinste megalomanie in tijden van internetverkoop en e-Books. Dure gebouwen, veel personeel: dan moet je al heel wat boeken verkopen om uit de kosten te komen.

Om het probleem op te lossen leek het de investeerders wel wat om de Slegte en Selexyz samen te laten gaan en te “re-branden” onder de nog minder zeggende naam “Polare”. Lekker voordelig, want dan kon je in elke stad minstens een pand sluiten (meestal De Slegte).  Nog afgezien van de algemeen gedeelde vermoedens dat de geldbeluste investeerders te kwader trouw waren en bewust op een failliete boedel hebben aangestuurd, is een samenvoeging van het fenomeen De Slegte met de “normale” boekhandels uit genoemde keten zoiets als het mengen van olie en water: dat wordt nooit een fraai mengsel. Het faillissement kwam dan ook snel, daar hoefde weinig voor te gebeuren. Lees verder