Vondel voor de neerlandicus als jongeman

Achteraf besef ik dat ik met het onderwijs dat ik kreeg (aan het Maastrichtse Henric van Veldekecollege) erg bevoorrecht was, specifiek waar het gaat om letterkunde en nog specifieker waar het gaat om Nederlandse letterkunde (al was de beroemde Fernand Lodewick al met pensioen). In de laatste drie jaren van het vwo had ik voor Nederlands achtereenvolgens de docenten C., D. en F. Zij loodsten ons uitgebreid door de literatuurgeschiedenis der Nederlanden en deden dat vrij grondig met ondersteuning van veel tekstvoorbeelden.

C. behandelde in het 4e leerjaar de middeleeuwen, D. in het 5e leerjaar de nieuwere letterkunde tot aan de Romantiek, en E. in het 6e leerjaar de literatuur vanaf de Romantiek (met veel nadruk op de Tachtigers). Ik kan me nog herinneren, dat D. op een maandagochtend zei: “Als ik één of twee van jullie duurzaam kan interesseren voor literatuur, dan is mijn missie geslaagd.” Als 16-jarige wist ik op dat moment al: daar ben ik er één van. Tijdens datzelfde jaar behandelden we met name “de Renaissance”, van Jan van der Noot en met Jan Luyken, van de familie Roemer Visscher tot en met Jacob Cats. Wij wisten, of konden weten, naar welke schrijver het Barlaeusgymnasium vernoemd was, wie La Défense et illustration de la langue française had geschreven, wat het belang was van de Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst, wat petrarkisme was en hoe de Franse Pléiade-groep invloed had op onze letterkunde.

Lees verder

Op de rug gezien ~ De Fransen hebben ongelijk

Je kunt er lang over discussiëren wat de juiste tekstrichting op de rug van een boek is. Allereerst, en dat zie je bij dikkere (vooral ook oudere) boeken nog wel eens: horizontaal – gezien vanuit het perspectief dat een boek rechtop staat. Een beetje zichzelf respecterende bibliotheek heeft alle – of althans zoveel mogelijk – boeken rechtop staan.

Als de titel verticaal op de rug is geprint, dan zijn er twee mogelijkheden: van boven naar beneden (kortweg BoBe) of van beneden naar boven (BeBo). Nederlandstalige en Engelstalige werken volgen bijna altijd BoBe, Fransen bijna altijd BeBo. 

Lees verder

Het Walhalla der jagers

Als er één lokaal evenement is waar ik altijd erg naar uitkijk, dan is het wel de jaarlijkse boekenbeurs van de stichting Boeken voor Mensen in samenwerking met de Rotary Club Maastricht-Oost tijdens het eerste weekend van november, in het schoolgebouw van ROC Leeuwenborg.

De boeken zijn in de loop van het jaar ingeleverd door en opgehaald bij particulieren en een enkele keer een instelling. Wekelijks ordenen vrijwilligers van de stichting de boeken naar hoofdcategorie. Gezien de omvang van naar schatting 50.000 boeken is dat een hele prestatie. De prijzen liggen doorgaans tussen de 1 en 10 euro, afhankelijk van genre, staat van het boek en de verwachte verkoopbaarheid.

Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave

Ik was dus weer vroeg paraat op zaterdagmorgen. Hoewel ik het gedrang (hier overigens een stuk beschaafder dan bij een gemiddelde rommelmarkt) in het begin wilde mijden, was ik toch ongeveer 10 minuten te vroeg. De usual suspects waartoe, naast enkele verwoede verzamelaars (ja, ook gij Danny Habets), de bekende lokale handelaartjes behoren die je overal tegenkomt en die vliegensvlug de in het oog springende schoonheden voor je wegkapen om ze daarna voor het vier- of zesvoudige bedrag in hun winkel / op hun kraam bij de volgende markt / op internet gooien. Zij staan vooraan, natuurlijk. Lees verder

De eeuwige jachtvelden

Naar de eeuwige jachtvelden betekent doorgaans dat men verdwijnt uit dit leven, en in zekere zin is dat ook zo als je je verliest in een boek. Of liever: in een hele stapel boeken. Ik associeer jachtvelden ook met de plaatsen die ik afstruin op zoek naar nieuw te ontdekken boeken: boekhandels, markten, kringloopwinkels. En vandaag was het weer raak, onverwacht raak.

Ik was dus weer op een van mijn vertrouwde adresjes en ik had al weken bot gevangen aldaar, althans niets van blijvende waarde gevonden, niets dat riep: “Neem mij mee!” Zo begon ook deze jacht. Eigenlijk kwam ik na een half uur pas goed los, na een wat slappe warming up. Wat ik daar vond?

Lees verder

Ik zie scherper door de taal

Rusteloos tot rust komen. Weer verleid zijn, maar het mag. Twee keer poëzie, één keer dramatiek en twee keer historiek. Ik ben eigenlijk over alle vijf de aanwinsten verguld.

Als ik mijn stapeltje aan een collega laat zien, bladert hij verbaasd in het boek van mevrouw Roland Holst. Ik realiseer me dat “dramatische kunst” tegenwoordig wat “dramatisch” klinkt voor wie niet specifiek is ingevoerd in (oudere) literaire terminologie, waarin de drie literaire hoofdgenres bestonden uit lyriek, epiek en dramatiek. Dramatische kunst is dus gewoon toneel, dat wat op een bühne aan de kijker wordt voorgeschoteld, dan wel daartoe geschreven is. Lees verder

Geschiedenis & ultramontane genoegens

In plaats van te lezen was ik weer eens op boekenjacht. Na weken bot te hebben gevangen, was ik erg hongerig geworden. Wekenlang leek er ook nauwelijks beweging in de voorraad van de bezochte locaties. Deze keer werd ik echter niet teleurgesteld. Ten eerste leek iemand zijn boekenplank Europese (met name Britse) geschiedenis te hebben leeggeruimd. Ik heb na zorgvuldige overweging mijn selectie gemaakt. Ik vind dit nog leuker dan op de zoveelste (half)nieuwe fictie te stuiten.

Wat het nog beter maakte, is dat er ook verschillende ‘oudjes’ tussen de boeken zaten, waarvan er drie mee naar huis mochten. Allereerst een fraai boek van Arthur van Schendel over Verlaine, “het leven van een dichter”: een dichterlijke schrijver over een andere dichter – dat is natuurlijk geen wetenschappelijk verantwoorde studie of biografie, maar als je het meer leest als een boek van Van Schendel i.p.v. een boek over Verlaine (deze zeer adequate formulering dank ik aan antiquaar Fokas Holthuis), dan is er veel te genieten. Dat geldt evenzeer voor de vormgeving van het boek. Lees verder

Dubbele boekhouding – deel 2

We gaan wat terug in de tijd, naar het middeleeuwse Italië, en belanden allereerst bij de Decamerone van Giovanni Boccaccio. Natuurlijk moest ik daarvan een Italiaanse editie hebben, al was het maar de tweedelige paperback editie in cassette van Mondadori in de reeks Oscar Classici, waarvan ik wel meer titels heb (gehad). Maar daar gaat het natuurlijk niet om, want origineel en vertaling zijn niet echt als gelijken te beschouwen, dus die mogen zonder meer naast elkaar in de kast staan. Het gaat in dit geval om de vertaling.

boccaccio1

Een vrij bekende vertaling van Decamerone is van de hand van Frans Denissen. Die is inmiddels in veel verschillende edities verkrijgbaar, onder andere in de Perpetua reeks. Die heb ik (nog) niet. Wel heb ik een uitgave uit 1989 van uitgeverij Manteau, en de mooie, monumentale editie in de Gouden Reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep, de eerste druk daarvan uit 2003. Precies dezelfde tekst, maar in de Athenaeum-uitgave veel fraaier vormgegeven en geïllustreerd. Lees verder

Dubbele boekhouding – deel 1

In de loop van de jaren zijn enkele dubbele exemplaren in mijn kasten terecht gekomen. Meestal weet ik dan verdomd goed dat ik dat boek al  heb, maar ik moest het zo nodig redden van de ondergang, dacht dat ik het als cadeau kon gebruiken of doorverkopen om zo andere boekaankopen te bekostigen. Dat laatste bleek meestal een illusie, soms een voltreffer en slechts zelden echt bevredigend. Het cadeau-argument komt in de praktijk minder vaak voor dan je je voorneemt, en het willen redden van die arme boeken getuigt van een al te sentimenteel verlosserssyndroom. Alleen het vervangen van een min of meer versleten of anderszins slecht exemplaar door een beter exemplaar vormt een geldig excuus (maar dan moet je dat oude exemplaar wel wegdoen, behalve weer als het boek sentimentele waarde heeft).

Ik koop dus niet meer hetzelfde boek! Edities van een werk, die onderling verschillen, al was het maar vanwege het omslag, vallen echter buiten deze strenge regeling. Van de Verzamelde gedichten van J.C. Bloem kreeg ik in 1991 een mooie gebonden uitgave cadeau, de 9e druk uit 1986. Zoals links op de foto is te zien, is het veel gelezen en is het vaak meeverhuisd. Er staan enkele potloodaantekeningen van mijzelf in, allemaal uit begin jaren ’90. Nooit zal ik het over mijn hart verkrijgen om dit weg te doen. Onlangs liep ik tegen het rechter exemplaar aan, een paperback uitgave uit 1998, eveneens fraai vormgegeven, in nagenoeg maagdelijke staat. Een van je favoriete dichters, dus wat doe je dan? Juist. “Dat wordt dan mijn leesexemplaar.” Geloof ik dat echt? Bovendien heb je toch dat eerste exemplaar al duidelijk gelezen? Lees verder

Bijzondere talen, speciale boeken

Of het iets met een spirituele ingeving te maken had, weet ik niet. In 2005 kocht ik echter twee bijzondere boeken te midden van een hele stapel andere bij de jaarlijkse verkoop in oktober van de Vincentiusvereniging te Roermond. Beide woordenboeken (de meest linkse boeken op de foto hieronder) hebben betrekking op een der talen waarin de Bijbel oorspronkelijk is overgeleverd, het Hebreeuws en het Grieks.

Deze boeken waren ingedeeld in de categorie “oude boeken”, zonder verdere specificatie, zoals de andere zgn. genres als “romans”, “buitenlandse boeken”, “Oorlog” – kortom een indeling die Borges’ Chinese encyclopedie niet zou misstaan. Lees verder

Fascinatie voor (oude) taalboeken

Hoewel ik afgestudeerd ben in letterkundige richting ( en dan nog wel “moderne”, d.w.z. 20e-eeuwse literatuur) en ik geen gymnasiale vooropleiding heb gehad (dus een grondige kennis van Grieks en Latijn moet ontberen), heb ik altijd een speciale liefde, noem het gekte, gehad voor de combinatie: taal(kunde), oud, exotisch/vreemd, lijstjes en rijtjes (paradigmata) en geschiedenis.

Dat geldt nog sterker wanneer het gaat om taalgeschiedenis, ook wel diachrone taalkunde genoemd, of de beschrijving van een specifieke taal in een bepaalde periode (zeg Middeleeuwen, of nog verder gelegen tijden); indien er dan een boek op mijn pad komt dat een of meer van de elementen uit genoemde combinatie bevat, dan gaat het per definitie mee naar huis.

Lees verder

Kom er maar eens op, het juiste woord

Als het om naslagwerken gaat, ben ik een grote wijfelaar. Decennia nadat de indrukwekkende papieren encyclopedieën, zoals de Grote Winkler Prins en de Grote Larousse, in de mode waren en in de verder boekenloze buffetkast van vele gezinnen stonden, veelal onaangeroerd, kocht ik ze ergens in een kringloopwinkel voor een honderdste van de oorspronkelijke prijs, of daaromtrent.

Tijdens mijn studententijd heb ik zelfs een vertegenwoordiger over de vloer gehad om abonnementsgewijs de Encyclopedia Brittanica aan mij te slijten – de begeerte was nauwelijks te bedwingen, maar de 80 guldens per maand zouden toch wel erg zwaar gaan wegen op het budget van een student zonder al te veel aanvullende inkomstenbronnen.

Lees verder

De puinhopen van Polare

Eerst waren er boekhandels. En er waren de winkels van De Slegte, in vele steden van het land. Zo ook in Eindhoven. Sinds een jaar of 10 werk ik een substantieel aantal dagen per week in Eindhoven. De kantoren van mijn broodheer liggen op loopafstand van het centrum. Zo ook in Eindhoven. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik de lunchpauze vaak gebruikte om te snuffelen in de boekhandel en bij De Slegte. Een enkele pauze is zelfs uitgelopen op een halve middag vrij.

In den beginne was er in Eindhoven Van Piere. Van Piere werd, zoals elders in den lande, onderdeel van de Boekhandels Groep en enkele jaren geleden dus van Selexyz, een naam die door een hippe marketingman of -vrouw zal zijn bedacht.

In den beginne was er ook een niet zo grote maar toch mooie vestiging van De Slegte. Ik kwam hier heel regelmatig. Behalve dat De Slegte een zeer uitgebreid assortiment aan (zowel goede als slechte) ramsj had, vond ik bij deze vestiging ook in het aandeel “tweedehands/antiquarisch” regelmatig wat van mijn gading. Het personeel was bovendien vriendelijk en hulpvaardig.  De prijzen voor de tweedehands boeken vielen mee, wat niet voor alle vestigingen opging (Tilburg!). Zo heb ik er de laatste jaren aardig wat deeltjes uit de mij dierbare reeksen Ambo Klassiek, Baskerville en Grote Bellettrie kunnen wegslepen. Ik werd zelfs getipt. Deze mensen zijn nu weg. De hele Slegte is weg!

Wat er gebeurde? Naar mijn waarneming liepen de meeste vestigingen van De Slegte zo slecht nog niet, maar de keten Selexyz had een probleem. Als keten. Daarbij kwam in Eindhoven dat de Selexyz-vestiging nog maar net verhuisd was naar een geheel nieuw pand in een nieuw ontwikkelde winkelstraat. Een groot pand met een trendy koffiekelder en daar bovenop twee zeer ruime verdiepingen. Je reinste megalomanie in tijden van internetverkoop en e-Books. Dure gebouwen, veel personeel: dan moet je al heel wat boeken verkopen om uit de kosten te komen.

Om het probleem op te lossen leek het de investeerders wel wat om de Slegte en Selexyz samen te laten gaan en te “re-branden” onder de nog minder zeggende naam “Polare”. Lekker voordelig, want dan kon je in elke stad minstens een pand sluiten (meestal De Slegte).  Nog afgezien van de algemeen gedeelde vermoedens dat de geldbeluste investeerders te kwader trouw waren en bewust op een failliete boedel hebben aangestuurd, is een samenvoeging van het fenomeen De Slegte met de “normale” boekhandels uit genoemde keten zoiets als het mengen van olie en water: dat wordt nooit een fraai mengsel. Het faillissement kwam dan ook snel, daar hoefde weinig voor te gebeuren.

Lees verder

Mijn leven in puin?

Gisteravond moeten heel wat vrienden en kennissen aan mij (en/of mijn echtgenote) gedacht hebben (afgaand op de reacties die ik via Twitter en Facebook krijg). Er schijnt gisteravond op RTL4 een programma te zijn uitgezonden over iemand met #boekenverzamelwoede – ik moet het nog bekijken, maar vaak is de inhoud van die programma’s zwaar in scene gezet en erg voorspelbaar.

Meestal is het de man die een uit de hand gelopen hobby c.q. verzameling heeft, als gevolg waarvan het leven van de inwonende partner tot een “hel” is verworden. Het sensatiebeluste televisieprogramma, met een blik aan pseudopsychologen, dringt de woning van het ongelukkige echtpaar binnen en zal wel eens even orde op zaken stellen, zowel in het huis als in de geest van die verloren ziel waardoor het huis zo is dichtgegroeid.

Lees verder

Toeval en geen einde

Toeval bestaat niet óf is een hogere vorm van ordening die wij als eenvoudige stervelingen niet begrijpelijk is. Hoe je het ook wendt of keert, soms is er een samenvallen van (opeenvolgende) gebeurtenissen op zijn minst opvallend.

Op een goede vrijdag (niet: Goede Vrijdag) wachtten mij verrassingen van katholieke aard.  Het zal ook geen vrijdag zijn. Op 27 december jl. was ik op een driedelige populaire wereldgeschiedenis (schoolboeken?) uit eind jaren 1920 gekocht, getiteld Tooneel der eeuwen, samengesteld door J. Kleijntjens SJ en Prof. Dr. Huijbers. Laatstgenoemde werd in 1923 de eerste hoogleraar aan de Katholieke (later: Radboud) Universiteit Nijmegen voor de leerstoel Algemene en Vaderlandse Geschiedenis.

De leerboeken, die vele herdrukken hebben gekend, vormen bijna een eeuw later een bijzondere ervaring, omdat de “Roomse vooringenomenheid” er bij heel wat passages zo dik bovenop ligt, dat het alleen al daarom een mooie getuige is van het inmiddels grotendeels verdwenen verzuilde Nederland. De auteurs hadden ook nadrukkelijk de ambitie een “katholieke geschiedenis” te schrijven:

Tegenover de verdeeldheid van Europa staat de eenheid van de Katholieke Kerk onder de algemeene leiding van den H. Stoel als teeken van hoopvolle verheugenis.” (deel II, p. 315).

Het gevolg [van de Renaissance en haar diepgaande invloed] is geworden, dat tot in de negentiende eeuw toe de Europeesche kunst en letterkunde in blinde aanbidding op de knieën gelegen hebben voor de opgestane schimmen der Oudheid. De uiterlijke vormen der klassieke cultuur schitterden zoo, dat men haar innerlijke armoede niet begreep.” (deel IB, p. 4)

Bij diezelfde winkel, opgedolven in een donker hoekje, kochten wij afgelopen vrijdag een boekje met identiek uiterlijk van dezelfde auteurs, Van voorouders en tijdgenoten, een eendelig leerboekje geschiedenis.

Maasbode09okt1938-2

Het toeval liet zich nogmaals gelden door wat zich als extraatje in die boeken bevond. Ik ben zelf dol op heel oude kranten(stukjes), met name van vóór de Tweede Wereldoorlog.

In de genoemde set boeken die ik in december had gekocht, zaten er twee: een stukje uit het Rotterdamse (maar landelijk verschijnende) katholieke dagblad De Maasbode van 9 oktober 1938 over de Volkenbond en een stukje uit Ons Noorden, een mij tot dan toe onbekend dagblad. Voornaamste onderwerp van dit laatste knipsel: de eigentijdse bewapening, de waarschuwing voor een nieuwe grote oorlog (WO I nog vers in het geheugen) en met name de financiële schade van de eigentijdse wapenwedloop tussen de Europese mogendheden. Het is 10 juni 1939, de Tweede Wereldoorlog staat letterlijk voor de deur, in september zal Duitsland Polen binnenvallen en zullen Engeland en Frankrijk aan Hitler de oorlog verklaren.

   Laat nu in die 2e aankoop, bijna 2 weken later, óók een krantenstuk zitten gedateerd op enkele dagen eerder dan het eerste knipsel. Na enig speuren op het knipsel, waar onder meer de radioprogrammering voor zondag 28 mei en maandag 29 mei 1939 is te vinden, heb ik dus wel de datum, en het feit dat het de 26e jaargang van dit dagblad is, maar niet de naam.

Het toeval wil verder dat ik mijn vondst meld op Twitter, waar toevallig op dat moment ook Jan Dirk Snel (@jdsnel) van de partij is, die meteen meedenkt en meezoekt. Omdat de kleine berichten uit het knipsel (over examens, berovingen, etc.) zich concentreren rond Delfzijl, doet het vermoeden dat het gaat om een dagblad uit het uiterste noorden van Nederland, dat dus in 1913/1914 moet zijn opgericht. Zoeken op Wikipedia levert deze keer niets op, maar Google biedt meer soelaas. Op enkele seconden na hebben Snel en ik tegelijkertijd dezelfde, langzaam ladende pagina gevonden, waar eigenlijk maar één mogelijkheid uit blijkt: dagblad Ons Noorden wederom! Laat dit dagblad, dat tot 1964 heeft bestaan, ook nog van katholieke signatuur zijn.

Dit prikkelt de verbeelding met betrekking tot de eigenaar van toen: Wie was hij of zij? Wat is precies de relatie tussen die knipsels en de boeken? Hoe komt dit noordelijke materiaal in het zeer zuidelijke Roermond terecht? Ging het om iemand van katholieken huize die – wellicht vóór of tijdens de Tweede Wereldoorlog – van Oost-Groningen of omgeving naar Limburg is verhuisd? Of om iemand uit Limburg die tijdelijk heeft gewoond/verbleven op het afgelegen platteland in een van de noordelijke provincies? De geschiedenisboeken en knipsels lijken me onmiskenbaar van één eigenaar. Daarnaast wist ik van katholieke “enclaves” in Noord-Holland en Twente, maar ik heb nooit zo beseft dat ook in het uiterste noorden van ons land een katholiek dagblad bestaansgrond had. Het maakt ook nieuwsgierig naar dat relatief onbekende dagblad Ons Noorden. Waarom dat expliciete bezittelijke voornaamwoord? Is dat nog een uitvloeisel van de negentiende-eeuwse emancipatiestrijd of gewoon een typisch voorbeeld van de sterke gerichtheid op de eigen zuil, zo kenmerkend voor die vooroorlogse periode?


Ik zal het verder maar niet hebben over het toeval dat ik op 11 januari 2001 in mijn middagpauze Opnieuw naar Lambarene, deel 2 van de herinneringen aan zijn periode als arts in Afrika van Albert Schweitzer kocht, waarvan ik nu, 11 januari 2013 het eerste deel, getiteld Aan den zoom van het oerwoud, heb gekocht – ik ben eindelijk compleet na precies 12 jaar!

Besproken boeken

Kleijntjens S.J., J.; Huijbers, H.F.M.; Tooneel der eeuwen [3 delen]: Deel 1A: Oudheid en Middeleeuwen – 1B: Nieuwe Geschiedenis (1500-1789) – 2: [Nieuwste Geschiedenis: Franse Revolutie – 1918]. Wassenaar: H.J. Dieben, z.j. [ca. 1925]. Gebonden. 258+140+315p.

Schweitzer, A.; Aan den zoom van het oerwoud: Ervaringen en opmerkingen van een arts in Aequatoriaal Afrika. – [vert. uit het Duits door J. Eigenhuis]. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink, 1928, 5e druk. Gebonden. 230p.

Schweitzer, A.; Opnieuw naar Lambarene: Nieuwe ervaringen en opmerkingen van een arts in Aequatoriaal Afrika. – [vert. uit het Duits door H.M. Eigenhuis-Van Gendt]. Haarlem: Tjeenk Willink, 1927, 1e druk. Gebonden. 216p.

 

Een verdwaalde Eco

Ik was weer eens op jacht naar boeken en op een Engelse vertaling van Il Secondo Diario Minimo van de zwaargeleerde en tegelijk lucide Umberto Eco. Wat ik verder ook zou beslissen, How to Travel with a Salmon & Other Essays ging mee naar huis.

Omdat ik er niet helemaal zeker van was of ik dit boek niet ook al in Nederlandse vertaling had (of deels in een bloemlezing uit Eco’s werk), en de titel me erg bekend voorkwam, wilde ik thuis al mijn boeken van Eco even op een rijtje hebben. Normaal vind ik, ongeacht de ordening van dat moment, ca. 90% van de gewenste titels direct, nog eens 9% binnen anderhalve minuut, maar nu werd ik geconfronteerd met de gênante 1% die echt moeilijk vindbaar blijkt op het moment dat je het betreffende boek zoekt. Lees verder

Lezer & bibliofiel – of 2 zielen in 1 borst

De absolute lezer en de volkomen bibliofiel hebben het makkelijk in deze wereld.

De eerste leest alleen: hij hoeft niet alle boeken te hebben die hij leest, en indien wel, dan geeft hij meestal nauwelijks om hun verschijningsvorm. De lelijkste pocket voldoet aan zijn behoeften en ook een eReader of tablet computer gebruikt hij veelal zonder bezwaren. Leesgemak staat voorop. Als hij al verzamelt, dan moet het vooral veel zijn. In principe voldoet elk boekenwandsysteem dat zo efficiënt mogelijk de boeken opslaat – magazijnstellingen zijn zelfs geschikt.

De “donkere” hoek met de lichtgevoelige reeksen

 

De extreme bibliofiel daarentegen is veel meer een estheet, ook met betrekking tot de tastbare dingen in deze wereld. Niet alleen en soms zelfs niet in de eerste plaats is de tekst van belang, maar de manier waarop een boek als tastbaar object (artefact) is vormgegeven. Bibliofielen zijn in de eerste plaats verzamelaars en hebben het opvallend vaak over typografie, boekverzorging, gebonden met stofomslag, bijzondere reeksen, eerste edities, gesigneerd, beperkte oplage, papiersoort en zeldzaamheid. Men zou de indruk kunnen krijgen dat zij niet lezen.

Wie echter lezer én bibliofiel is, draagt twee zielen in zijn borst. Lees verder

De ernstige roker ~ grenzen aan het verzamelen?

Sommige boekjes koop je ook met het idee: dat zou wel iets voor vriend X of vriendin Y zijn. Zo is er een trouwe vriend uit mijn studietijd, die sigaren rookt. Zelf rook ik een zeldzame keer ook een sigaar (nog geen 5 per jaar), veelal in gezelschap van vrienden, meestal na een gezamenlijk genoten maaltijd. Toen ik stuitte op het boekje De ernstige roker van de – niet meer zo bekende – dichter Werumeus Buning, moest ik dan ook onmiddellijk aan die vriend denken.

Het is een luchthartig boekje, vol ironie en in ouderwetsche stijl geschreven over de genoegens, de do’s and don’ts van het (toen nog) laatste exclusief mannelijke genoegen, aldus de dichter. In je hoofd hoor je een beetje de typerende stem van de Polygoon journaals uit de jaren ’50 en ’60 – zo kun je de stijl van het boekje het beste karakteriseren.

Lees verder

Over het ordenen van boeken

Onrust is de beste motivatie om te gaan opruimen. Om orde in de chaos van het universum te brengen. Er zullen vast mooie psychologische verklaringen zijn, maar er zijn weinig activiteiten in het menselijk bestaan die tegelijk zo frustrerend als gelukschenkend zijn als ordenen, en dan met name van de omgeving waarin je verkeert. Hoeveel intenser zijn geluk en wanhoop wel niet als het om boeken gaat? Welke artefacten uit de werkelijkheid lenen zich beter hiervoor dan boeken (of muziekdragers)?

Een tijdje terug was er inderdaad onrust, veel onrust. Zodanig dat ik aan het geliefde, belangeloze lezen nauwelijks toekwam. Ik beklaagde me daar een beetje over tegenover een goede vriend die ik de laatste jaren te weinig spreek. Hij is voor een deel uit hetzelfde hout gesneden en troostte mij met de woorden: “Het is soms ook al voldoende als je een beetje met je boeken ‘rommelt’, een beetje ordenen en herordenen, gewoon met je boeken bezig zijn.” Zoiets als meditatie dus: een bewust verkozen verenging van je aandachtsgebied, waardoor weer een diepere concentratie ontstaat.

Maar hoe orden ik dan al die boeken? Lees verder

Pleidooi voor een bibliotheek voor lezers

Laat ik beginnen met een bekentenis: ik kom al jaren nog maar heel weinig in openbare bibliotheken, een enkele uitzondering daargelaten, en dan nog vooral om mijn kinderen erin wegwijs te maken. Waarom kom ik er zo weinig? Wat staat me tegen? Waarom hou ik er niet van boeken te lenen? Waarom vind ik desondanks openbare bibliotheken belangrijk en wat zouden zij (voor kinderen) moeten zijn? Een pleidooi voor een bibliotheek voor lezers.

Lees verder

On Books and the Housing of Them

Op Gutenberg.org is een boekje van William Gladstone (de bekende liberale Britse staatsman die leefde van 1809-1898) te lezen, dat om meerdere redenen door elke boekenliefhebber gelezen zou moeten worden. Het boekje heet On Books and the Housing of Them.

Grappig is bijvoorbeeld dat we nu in digitale vorm, in een e-book (!), dat in de werkelijke wereld nauwelijks fysieke ruimte inneemt, lezen over het probleem dat er steeds meer boeken bijkomen: op dat moment enkele tienduizenden per jaar in de Engelse taal (Bodleian: 20.000, British Library: 40.000), en dat ook die groei steeds groter zal worden. Lees verder