Uitgaven van Arthur van Schendel uit de jaren 1920-1939

Een aantal van de boeken en drukken die in de jaren twintig en dertig verschenen van Arthur van Schendel zitten enkele exemplaren die fraai zijn uitgegeven, niet in de laatste plaats vanwege de bijzondere boekbanden, soms ook de frontispice of andere prenten en een enkele keer ook de typografie zelf. Hieronder enkele voorbeelden uit mijn eigen bibliotheek, veelal bij toeval tegengekomen en voor een klein bedrag verworven.

Arthur van Schendel, Blanke gestalten. – Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1923, 1e druk, 210p.

De rode linnen band is voorzien van opdruk in goud en zwart. Op het voorplat een afbeelding van een vrouwenfiguur (non) tegen de achtergrond van een kasteel- of burchtachtig gebouw.

Op de rug is een bloemmotief te zien, dat waarschijnlijk een iris is, gezien ook het versierde schutblad, dat “Iris boeken” vermeldt.

Arthur van Schendel, Verlaine: het leven van een dichter. – Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 1927, 1e druk, 184p.

Het bandontwerp doet erg aan Jugendstil denken, met een beetje een element van de zogenoemde “slaolie stijl”. Dit boek is een impressionistische beschouwing over persoon en werk van Verlaine, geen wetenschappelijke studie. Daarmee geeft het meer informatie over de auteur dan de beschrevene.

Arthur van Schendel, De waterman. – Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1933, 1e druk, 239p.

Fraaie roodlinnen band met zilveren opdruk, zilveren schutbladen. In eerste instantie dacht ik genept te zijn, omdat die zilveren schutbladen er later op geplakt leken, bij wijze van boekherstel, zo nieuw en modern leek dit materiaal, maar nader onderzoek leert dat dit oorspronkelijk zo bij het boek hoort.

Ook mooi is de typografie in dit boek. Zie bijvoorbeeld hierboven de titelpagina, die ondanks alle roestvlekjes nog fraai oogt, met name door de kunstige verwerking van de uitgeversinitialen.

 

Kleine baat ~ een fraaie Beatrijs

Dichten, dat levert geen reet op. Pardon, ik bedoel: ‘Van dichten comt mi cleine bate. / Die liede raden mi dat ict late / Ende minen sin niet en vertare.’ Ook in de middeleeuwen hadden mensen al door dat je aan het schrijven van gedichten niet zoveel hebt. Een beetje normaal mens raadt het je af je tijd eraan te verdoen en je geest ermee te pijnigen.

Het grappige is hier, dat met deze regels een lang gedicht begint, en wel een van de bekendste oude gedichten uit de Nederlandse literatuur, de Beatrijs. Zolang we niet struikelen over wonderen en happy ending, kunnen we nog steeds genieten van dit verhalend gedicht. Het gaat immers om een Marialegende  uit de 14e eeuw, en die lopen, meestal dankzij bemiddeling van hogerhand, goed af. Lees verder

Vergeef mij dus deze aesthetische afdwaling

We bevinden ons in 1914. Het tegendraadse literaire tijdschrift van Forum (1932-1935) laat nog bijna 2 decennia op zich wachten. De voornaamste roergangers ervan, Menno ter Braak en Eddy du Perron, zijn nog opgroeiende pubers. Alvorens zij met veel verve ten strijde zullen trekken tegen de epigonen, de uitwassen en de eenzijdigheid van het Tachtiger estheticisme moet er eerst nog een Eerste Wereldoorlog worden uitgevochten, baant het wilde, emotionele expressionisme zich een weg door literatuur en kunsten, moet de beurskrach van 1929 nog plaatsvinden, gevolgd door de Grote Depressie en bijbehorende ontnuchtering van de jaren ’30, wat in de kunst en literatuur samengaat met de Nieuwe Zakelijkheid, die weer van grote invloed is op de ‘nuchtere’ poëtica van onder andere Ter Braak en Du Perron. Dat alles is in 1914 nog redelijk ver weg.

Des te treffender vind ik dit zinnetje uit 1914, van een schrijver die inmiddels in het vergeetboek lijkt geraakt, Jan Greshoff (1888-1971): ‘Vergeef mij dus deze aesthetische afdwaling.’ Greshoff behoort tot de generatie auteurs, een dikke tien jaar ouder dan de voormannen van Forum, wiens ontwikkeling (om met Gerard Knuvelder te spreken)  ‘vooruitliep op die van de auteurs van Forum’. Lees verder

De Vliegende Hollander

Het verhaal van de Vliegende Hollander, over een spookschip dat voor eeuwig rond Kaap de Goede Hoop zou varen, is vermaard en vele malen bewerkt (zie o.a. Wagner). Waar komt dat verhaal vandaan? Is het wel een authentiek Nederlands verhaal? Op dit soort vragen probeerde Gerrit Kalff jr. een antwoord te vinden.

Het resultaat van zijn zoektocht bracht hij uit in een gepassioneerd en bloemrijk, zij het soms wat gedateerd proza, onder de titel: De sage van den Vliegenden Hollander, met de in onze oren wat ouderwets deftig klinkende ondertitel “Naar behandeling, oorsprong en zin onderzocht”. Het boek verscheen in 1923 bij uitgeverij W.J. Thieme. Lees verder

Les Contes Remois ~ Over deugnieten

Dat het geluk (welbevinden) van een bibliofiel soms ook echt een kwestie van geluk (toeval) is, heb ik onlangs weer eens mogen ervaren. Een plek waar ik zelden kom, niet eens ver van huis. Men verkoopt er allerhande tweedehands goed. Het is er een grote rommel. Daarbij hanteert men gemiddeld vrij hoge prijzen, behalve voor de boeken. Nu was er bovendien 30% korting, wat bij de boeken praktisch gezien neerkwam op een ruime afronding van de prijs naar beneden. Dat laatste besefte ik pas toen ik met een nog bijna hagelnieuwe gebonden Siebelink aan de kassa kwam. Ik rekende af, maar ik ging ook weer terug naar binnen, want ik had een “wel aardig” kunstboekje gezien, dat dan ook nog mee kon. Omdat ook de boeken vrij onoverzichtelijk bij elkaar staan en ook op stapels in dozen en kratten liggen, speurde ik nog een beetje door de kasten en bakken, totdat mijn hart een klein sprongetje maakte (typerende bibliofielen- / verzamelaarsafwijking, doorgaans onschuldig).

 

Tot mijn grote verbazing stuitte ik op een Franstalig werkje, met gedichten en prentjes uit het jaar MDCCCLXIV (1864), getiteld Les Contes Remois. Oftwel: verhalen van Reims, de Noord-Franse plaats waar de auteur leefde en overleed. Deze “Comte de Chevigné”, blijkt Louis de Chevigné (1793-1876) te zijn. De uitgevers van dit boekje waren de gebroeders Michel Levy te Parijs.

Lees verder

Théophile Gautier – Fortunio

Op een boekenmarkt stuitte ik onlangs weer op een heel aardig boek. De titel zei me niets, maar de naam van de schrijver was me wel bekend. Mijn interesse werd gewekt door de fraaie Franse band en de goede staat ervan. Daarnaast bevat het boek een aantal interessante, licht-erotische prenten. Het blijkt een uitgave te zijn uit 1934 – dat staat nergens voorin vermeld, maar achteraan kunnen we lezen: “Achevé d’imprimer le quinze mai mil neuf cent trente-quatre”.

Théophile Gautier (1811-1872) was een kleurrijke schrijver en dichter uit de tijd van de Franse Romantiek en de Parnassiens, voorvechter van het l’art pour l’art principe (later in Nederland zo hartstochtelijk beleden door de Beweging van Tachtig). Het meest bekend is Gautier vanwege zijn poëzie, maar hij publiceerde ook romans en journalistiek werk. Een van die romans verscheen in 1838, getiteld Fortunio. Deze roman was eerder, in 1837, verschenen als vervolgverhaal in Le Figaro onder de titel L’Eldorado. Lees verder

Hedendaagsche motoren (1914)

Doorgaans beweegt mijn belangstelling zich op het terrein van taal, geschiedenis en literatuur. Je zult mij niet snel verdiept zien in technische handleidingen, noch mij aantreffen in de nabijheid van objecten die met techniek of handenarbeid te maken hebben. Toch staan er in mijn kast enkele boeken die te maken hebben met elektrotechniek, stoom, bagger- en grondwerken of over de Rietsuikerfabrieken op Java en hare machinerieën. Het gaat dan wel altijd om “oude” boeken, d.w.z. van vóór 1950. Door hun ouderwetse en vaak zorgvuldige vormgeving hebben ze dan een eigen charme.

Waar ik bijvoorbeeld een keer tegen aanliep, en wat ik niet kon laten liggen was dit “elementair leerboek” over De hedendaagsche motoren voor gas, benzine, petroleum en spiritus, geschreven door H.A. Romeyn, “bewerkt naar het Duitsch van Professor Vater” en uitgegeven door A.W. Sijthoff te Leiden in 1914.

Het exemplaar onder handen is een 2e druk en omvat 202p. Opvallend zijn de fraaie gravures – dat is wel de belangrijkste reden waarom ik ervoor viel – en technische tekeningen, die vaak behoorlijk groot op uitvouwbare pagina’s zijn afgedrukt. Die uitvouwbare pagina’s maken dit boekje ruim honderd jaar later tot een feest voor de bibliofiel. Lees verder

Omslagen Karel Beunis

Dat aan papieren boeken zoveel meer te beleven valt dan een willekeurige epub, hoef ik wellicht niet uit te leggen. Dat sommige boekuitgaven meer dan de tekst bieden en ware visuele kunstwerkjes kunnen zijn evenmin. En dat hoeven niet per se dure gebonden boeken te zijn. Zo ben ik zelf in de loop van de jaren verslingerd geraakt aan de uitgaven van De Bezige Bij, waarbij Karel Beunis de omslagen verzorgde (jaren ’60, begin jaren ’70 vorige eeuw). Meestal gaat het om vertaalde literatuur of om Vestdijk (die toen nog een onaantastbare positie had als romancier), het gaat in elk geval bijna altijd om heel goede literatuur. Dat ze ook nog eens (vaak als “Literaire Reuzen Pocket”) met een zeer kunstige en oogstrelende voorkant zijn uitgegeven, is de kers op de taart. En met een beetje geluk kom je ze voor één of enkele euri tegen hier en daar. Een selectie uit de Bibliotheca Habetsiana.

 

The Greville Memoirs

Behalve die zeldzaam mooie, Franstalige geschiedenis van Maastricht vond ik bij Van Piere voorheen Polare voorheen De Slegte (samen met Selexyz voorheen Van Piere) te Eindhoven ook drie deeltjes met “herinneringen” uit de 19de eeuw aan een tweetal koningen uit het Engelse koningshuis.

Deze serie is later uitgebreid naar in totaal 8 volumes, waarin ook de lange regeerperiode van koningin Victoria aan de orde komt. Charles Greville was van adellijke komaf en verkeerde in de Engelse high society. Hij had niet echt een politiek functie maar diende lange tijd onder de Engelse koning(in). Zijn dagboeken of journalen geven soms dan ook een mooi inkijkje in het hofleven. Bij zijn dood in 1865 liet hij deze dagboeken na aan een vriend, Henry Reeve, die overeenkomstig de wens van de auteur, tien jaar wachtte met publicatie ervan. Zijn aantekeningen vanuit eigen, privaat perspectief bieden volop materiaal voor de geschiedenis van de 19de eeuw.

Het driedelig setje, dat helaas geen illustraties bevat, is nog bijzonder mooi, al bevatten sommige pagina’s de bekende “roestvlekken”.

Besproken boeken

Charles C.F. Greville; The Greville Memoirs: A journal of the reigns of king George IV and king William IV, edited by Henry Reeve [3 volumes]. London: Longmans, Green and Co., 1874, 2e druk. Gebonden. 424+384+432p.

Maastricht onder Frans beheer (Pélerin)

Een geschiedenis van Maastricht en het omliggende departement, geschreven en gepubliceerd tijdens de Napoleontische tijd. Het jaar 1803 wordt tevens aangeduid als “An XI”, het jaar 11. Zelf in Maastricht geboren en opgegroeid, en onlangs uit heimwee geremigreerd, vind ik dit boek in Eindhoven.

De Slegte was eerder met Selexyz opgegaan in Polare. Daarbij hebben al heel wat desastreuze opruimingen plaatsgevonden. Polare ging vervolgens failliet, enkele vestigingen startten door als lokale boekhandel. In Eindhoven kwam dankzij een investeerder uit de hoek van de automatisering weer een mooie winkel in een duur pand. Die nieuwe winkel lijkt niet veel op te hebben met die oude rommel en een groot deel van de ramsj. Daarom startte men nogmaals een uitverkoop van alles wat zich op de bovenetage bevond, die vrijgemaakt moest worden. Eerst wekenlang 50% korting, waardoor ik eerder Multatuli’s Volledig Werk kon kopen tegen een schappelijke prijs. Vervolgens 75% korting op elk boek. De resterende boeken, en dat waren er nog genoeg, kostten dus nog maar een kwart van de oorspronkelijke tweedehands- of ramsjprijs.

Lees verder