Kansloze missie ~ Culturele Coryfeeën

Als er een boek op de mat valt, dat over een aantal van je geliefde auteurs gaat, ben je even een moment blij. Totdat je begint te lezen en beseft dat de ronkende titel, Culturele Coryfeeën, beide met hoofdletter, een voorafschaduwing is van de inhoud.

De op zich neutrale aanduiding in de ondertitel “een eerbetoon aan” wordt dan plotseling een extra alarmbel die gaat rinkelen: hier is een auteur aan het woord die in mateloze bewondering neerknielt voor de Groten der Aarde, nou ja: cultuurdragers van Nederlands grondgebied.

Lees verder

Sartre tegen de muur

Het geheugen is gebrekkig, ook als het om legendarische verhalen of romans gaat. Soms ga je dan herlezen, en soms is dat een meer of minder zware teleurstelling. Soms ook gelukkig niet. Het verleden is een ander land, en zelf was je ook een ander. Zo kon ik mij eigenlijk helemaal niets meer herinneren van de inhoud van De muur (Le mur) van Sartre – ik bedoel hier specifiek het titelverhaal uit de bundel. Nog geen 25 bladzijden, ook destijds al in het Nederlands gelezen voor het gemak en het goede begrip: en toch was het helemaal weg.

Sartre

Het verhaal is op zichzelf kort samen te vatten. De ik-verteller, Pablo Ibbieta, zit samen met de uit Ierland afkomstige vrijheidsstrijder Tom Steinbock en de jonge Juan Mirbal, wiens broer anarchist zou zijn, gevangen in de kelder van een ziekenhuis. Zij worden beurtelings kort ondervraagd en de conclusie van het zogenaamde onderzoek is dat zij de volgende ochtend gefusilleerd zullen worden.

Lees verder

Meer voor mannen ~ Seneca

Stoïcisme is filosofie voor “echte mannen”, aldus Seneca. Andere soorten filosofen, zo suggereert hij, zijn eigenlijk maar watjes of zachte heelmeesters. Zoals je mannen en vrouwen hebt, zo heb je stoïcijnen en alle andere filosofen – en dat is niet per se vrouwvriendelijk bedoeld.

Heel toevallig viel, een dag nadat ik in Epictetus en Marcus Aurelius (twee andere stoïci) had zitten lezen, bij ons op de deurmat de nieuw verschenen vertaling door Vincent Hunink van een van Seneca’s teksten over standvastigheid en onverstoorbaarheid, onder de titel “Onkwetsbaarheid”. Dat is weer een genot om te lezen, al overdrijft Seneca soms wel wat en laat hij zich in met stoerdoenerij, maar dat doet hij dan weer wel zeer welsprekend. Lees verder

De eigenzinnigheid van Kees Fens

Zoals het leven van een kleurrijke en fascinerende persoonlijkheid als Kees Fens niet in enkele bladzijden is te vatten, zo is een omvangrijke levensbeschrijving als die door Wiel Kusters niet af te doen in enkele woorden. Daarnaast is schrijver dezes belast met een mogelijke positieve vooringenomenheid, voortkomend uit een niet te onderschatten bewondering voor de leermeester die Kees Fens ook voor hem was, in de meest letterlijke maar ook in de meest uitgebreide zin. Desalniettemin een poging.

FensDe door Kusters geschreven biografie bevat veel herkenbaars, uiteraard voor wie Fens’ publicaties in zekere mate gevolgd heeft en nog meer voor wie ook persoonlijk “les” van hem heeft gehad. Dat zou Fens overigens allerminst verbazen, want hij heeft zich wel eens laten ontvallen hoe verbazingwekkend een mens uiteindelijk toch constant was, zichzelf bleef, dezelfde streepjes in boeken zette. Lees verder

Louis Couperus ~ Correspondentie

Het kan niet anders of het moet een grote liefde zijn voor het leven en vooral het werk van Louis Couperus die H.T.M. van Vliet er jaar in jaar uit toe drijft bezig te zijn met het werk van een van Nederlands grootste auteurs. vliet-couperus-2013Tot de grootste verdiensten van Van Vliet aan het levend houden van Couperus’ werk behoren de 50-delige Volledige Werken (1987-1996), zijn boeken Eenheid in verscheidenheid: over de werkwijze van Louis Couperus uit 1996 en Versierde verhalen: de oorspronkelijke boekbanden van Couperus’ werk uit 2000 en de recentelijk verschenen uitgave van Couperus’ correspondentie.

Lees verder

Welk type oester-eter ben jij?

Heb je jezelf al eens afgevraagd wat voor type oester-eter je bent? Deze vraag valt je misschien wat rauw op de maag, maar het is werkelijk van belang. Als je namelijk nog een beginner bent, en oesters zijn nog niet helemaal je ding, begin dan bijvoorbeeld met Beausoleils of La Saint Simons, of anders, aan de Amerikaanse Westkust vertoevend, zoete Kumamotos. Ben je echter een zoutvreter, dan “look for oysters grown in or near the open ocean”, neem Pemaquids, Glidden Points, Wiannos, of Island Creeks. Beschouw je jezelf een echte kenner, en speelt geld geen rol, dan… etc.

Bladzijden lang word je als lezer op luchtige wijze aan de hand genomen om aan de hand van je eigen smaak en voorkeuren (en snobisme) bepaalde soorten oesters te proberen – ik heb nooit beseft dat er zovele soorten waren, en alleen al in “North America”. Is dat laatste (extra) ironie? Beseft de auteur dat hij een boek maakt met een zeer specifiek onderwerp voor mogelijk een wel heel klein publiek: The Connoisseur’s Guide to Oyster Eating in North America – dus niet eens over oesters in het algemeen maar over het eten van oesters, en dan specifiek in Noord-Amerika. Lees verder

Elias Canetti & het oude Europa

De behouden tong (Die gerettete Zunge) is het eerste deel van de jeugdherinneringen van Elias Canetti (1905-1994), beslaat de periode tot 1921 en leest als een roman. De spanning wordt opgebouwd door de innige maar problematische verhouding van de ik-verteller en zijn moeder, die leidt tot een dramatisch hoogtepunt. Ook secundaire personages worden in schetsvorm heel aardig uitgewerkt. Er wordt veel couleur locale geleverd door de verschillende geografische en culturele gebieden waarin de personages zich bewegen. Er wordt nogal wat gereisd en verhuisd, en dat door heel Europa heen. Wie Canetti leest, proeft (het oude) Europa.

De ik-verteller wordt geboren in Roestsjoek, in het noorden van Bulgarije, dichtbij de Roemeense grens, waar vele nationaliteiten naast elkaar wonen. Zijn familie is van “Spanjools”-joodse afkomst (een paar honderd jaar eerder), men spreekt binnen de familie en soortgenoten nog steeds een archaïsche vorm van het Spaans. Met de locals (zoals de jonge dienstertjes) spreekt de jonge Canetti Bulgaars, een taal die hij later geheel kwijtraakt.

Lees verder

Monument voor een monument

Persoonlijke ontboezemingen bij het verschijnen van de online versie van Loe de Jongs Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog

De hele “Loe de Jong” is online. Reden voor vreugde, want er kan nooit genoeg aan Nederlands cultuurgoed online beschikbaar komen. Reden ook voor bedenkingen, want hoeveel wordt zijn “standaardwerk” over het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog nog daadwerkelijk gelezen?

Lees verder

Patserig maar charmant: Bonita Avenue

Met Bonita Avenue heeft Peter Buwalda een boek geschreven dat meeslepend is en veel vaart heeft. Dat is de kracht maar tegelijk ook de zwakte van het boek. Met behulp van per hoofdstuk wisselende vertellers en bijbehorend perspectief, voortdurende verspringingen in de tijd (waardoor de spanning wordt opgevoerd), variatie in manier van vertellen (hij-vorm versus ik-vorm) en spectaculaire gebeurtenissen (politiek, porno en psychose) krijgen we als lezer een kaleidoscoop voor ogen, waaraan voortdurend wordt gedraaid. Dat maakt het verhaal veelkleurig en levendig.

Het vlotte taalgebruik helpt daarbij zeker. Maar daar wringt tegelijk ook de schoen. Buwalda houdt van taal, zoveel is duidelijk, en weet deze ook vaardig te hanteren. Dat ontaardt helaas regelmatig in een opeenstapeling van “leuk gevonden” formuleringen, vergezochte taalgrappen, spectaculaire situaties en het overmatig gebruik van hyperbolen in de uitingen van zijn personages. Het is spierballenproza van het type waar ook Zwagerman zich graag aan overgeeft (vandaar dat deze ook tijdens Manuscripta laaiend enthousiast dit boek aanwees als favoriet voor de NS Publieksprijs). Lees verder

“Beter kan ik even niet” – over Kees Fens

Sommige mensen kun je echt missen omdat ze er niet meer zijn. Kees Fens hoort daar bij. Ook als je hem voor zijn overlijden in 2008 al ruim tien jaar niet meer persoonlijk had ontmoet. Gelukkig kwam hij nog vaak genoeg op televisie. Zijn enthousiasme en vermogen tot bewonderen heeft hij overgedragen op een hele generaties studenten en lezers (die in bredere zin als zijn studenten kunnen worden gezien).

Zelf koesterde hij als lezer zijn eigen leermeesters, die hij als autodidact vooral in boeken terugvond. Kees Fens heeft geen “school gemaakt” in de klassieke zin van het woord. Daarvoor was hij te weinig theoreticus en te zeer een liefhebber van de praktijk. Te breed georiënteerd ook. Wel heeft hij een aantal mensen ongeneeslijk besmet met liefde voor poëzie in het algemeen en voor het werk van dichters als Leopold, Nijhoff, Achterberg, Kouwenaar en Faverey in het bijzonder.

Lees verder