“Ga je mee, een dagje naar Zwolle?” Mijn vrouw was natuurlijk al lang op de hoogte van wat ik daar ging doen, u zult het ook wel raden. Iets met een boek, of boeken. Ja, ze wilde wel mee, al was het maar om te zien waarvoor ik nu zo dringend 3 uur heen en 3 uur terug wilde gaan reizen. Het was inderdaad voor een boek, een boek van respectabele leeftijd, van een door mij geliefd Nederlands dichter: P.C. Hooft.

Wat was het geval? Ruim anderhalve week geleden bezocht ik, samen met boekenvrienden Robert Kemper Alferink en Paul Abels de boekenbeurs in de Bergkerk te Deventer. Daar stond ook Rob de Bree, van antiquariaat De Zilveren Eeuw, met mooie boeken, waaronder enkele 17e-eeuwse uitgaven van P.C. Hooft. Speciaal de editie (verzamelde) Werken uit 1671, met de 30 emblemata, sprak mij direct aan.

Omdat het natuurlijk niet om enkele tientjes ging, heb ik geaarzeld en ter plekke niet gekocht wat ik wel heel graag wilde hebben. Thuisgekomen wist ik natuurlijk dat ik het beoogde boek toch zou gaan kopen. Dus maakte ik met de eigenaar van De Zilveren Eeuw een afspraak en togen mijn vrouw en ik in ons autootje van Maastricht naar Zwolle. We zouden er ook een (kort) bezoek aan het historische centrum van Zwolle aan vastknopen.

Zwolle is een mooie stad, die ik ook als zuiderling erg kan waarderen: mooi historisch centrum, vriendelijke mensen, prachtige kerkgebouwen en panden uit vervlogen tijden, die een duidelijk historische sensatie opwekken.

Zwolle kent een rijke geschiedenis en was ooit geheel ommuurd. Een van de mooie oude poorten die je nog kunt zien is de Sassenpoort. Daarnaast is er de stadsgracht en zijn er de verschillende waterwegen en aansluitingen die Zwolle een eigen gezicht geven.

Alvorens het centrum te bezoeken, waren we te gast bij Rob de Bree, die ons vriendelijk en gastvrij ontving. Zijn enthousiasme is aanstekelijk, dus vele verhalen over boeken en literatuur. Uiteindelijk had ik dus “mijn Hooft” (de dichter zou hier waarschijnlijk een gevatte woordspeling van maken).

Binnenkort zal ik een uitgebreidere beschrijving publiceren, maar hier alvast wat foto’s om een beeld te krijgen.

Het gaat om wat men wel noemt een kloeke band. In beschrijvingen wordt deze uitgave aangeduid als folio. De katernsignaturen, die een hulpmiddel waren voor de binders (om de pagina’s in de goede volgorde te leggen), suggereren dat het om een quarto zou gaan: het drukblad tweemaal gevouwen, waardoor je katernen van 4 bladen resp. 8 blad-zijden krijgt. Boekenvriend Perkamentus gaf aan dat het toch gebruikelijk is om dit soort uitgaven als folio aan te duiden. Boekhistoricus en curator Paul Dystelberge wees mij vervolgens op de richtlijnen van de STCN, en verhip de kettinglijnen in mijn boek zijn verticaal en het watermerk is te vinden in het midden van de pagina, wat volgens STCN wijst op een folio-uitgave. Weer wat geleerd, met dank aan Perkamentus en Paul.

Titelpagina – deze editie uit 1671 is de eerste druk van Hoofts (verzamelde) werken, met o.a. enkele toneelspelen, lyrische poëzie, Tacitus-vertalingen en delen uit De Nederlandsche Historiën. In 1704 verscheen een heruitgave onder de titel Mengelwerken.

De uitgave bevat ook 30 emblemata, een plaatje met een praatje, het praatje en de spreuk in 3 talen. Deze emblemata zijn nog heel scherp en helder:

Na de emblemata volgen pagina’s vol sonnetten, waaronder de evergreens Wanneer de Vorst des lichts, Geswinde grijsaert en Mijn lief, mijn lief. Opvallend is de afwijkende spelling (die modern aandoet t.o.v. andere uitgaven) en ook best wat afwijkende lezingen van de tekst (b.v. in Wanneer de Vorst des lichts: “breedtgespraaide pruik” i.p.v. ” wtgespreide pruick”).

Hieronder de handtekening van een vorige eigenaar, door De Zilveren Eeuw geïdentificeerd als Middelgeest. Kijken of we daar meer over kunnen vinden.

De trotste nieuwe eigenaar van dit mooie boek in zijn bibliotheek