Jan van Nijlen was nog van het ouderwetsche romantische dichterschap. De meeste van zijn gedichten worden niet meer gelezen, behalve dat ene bekende…

Titelbeschrijving

Jan van Nijlen, Gedichten 1904-1938. A.A.M. Stols, Maastricht / Brussel, 1938. 1e druk – gebonden, 211p. – Gezet met de Bembo-letter en gedrukt bij de firma Boosten & Stols.

In de Bibliotheca Habetsiana sinds: 4 augustus 2012.

Bijzonderheden

Het romantisch angehauchte dichterschap van Jan van Nijlen (1884-1965) heeft de tand des tijds niet doorstaan, hij is zo goed als vergeten. Ironisch genoeg is er één gedicht, of specifieker nog: één regel overeind gebleven, de eerste regel van het gedicht Bericht aan de reizigers, dat ik hieronder volledig heb opgenomen, naar de eerste druk van zijn verzamelbundel Gedichten 1904-1938, een beeldmooie Stols-uitgave.

Citaat

Bericht aan de reizigers

Bestijg den trein nooit zonder uw valies met droomen,
Dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.

Zit rustig en geduldig naast het open raam:
Gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.

Zoek in 't verleden weer uw frissche kinderoogen,
Kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.

Al wat ge groeien ziet op 't zwarte voorjaarsland,
Wees overtuigd: het werd alleen voor u geplant.

Laat handelsreizigers over de filmcensuur
Hun woordje zeggen: God glimlacht en kiest zijn uur.

Groet minzaam de stationschefs achter hun groen hekken,
Want zonder hun signaal zou nooit één trein vertrekken.

En als de trein niet voort wil, zeer ten detrimente
Van uwe lust en hoop en zuurbetaalde centen,

Blijf kalm en open uw valies; put uit zijn voorraad
En ge ondervindt dat nooit een enkel uur te loor gaat.

En arriveert de trein in een vreemdsoortig oord,
Waarvan ge in uw bestaan den naam nooit hebt gehoord,

Dan is het doel bereikt, dan leert gij eerst wat reizen
Beteekent voor de doolaards en de ware wijzen…

Wees vooral niet verbaasd dat, langs gewone boomen,
Een doodgewone trein u voert naar 't hart van Rome.