Een van de goede voornemens is om beter te gaan bijhouden welke boeken ik gelezen heb. Vaak lees ik verschillende boeken parallel aan elkaar – dat maakt een registratie op datum een beetje lastig. Om die reden laat ik nadere datumaanduidingen hieronder weg. De lijst is aflopend gesorteerd, hoe verder omlaag, des te langer geleden ik het boek las.

November

Hölderlin, Friedrich, Gedichten. Vertaald uit het Duits door Ad den Besten, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2011. 3e druk – gebonden, 258p. – [Perpetua].

Ik moest laatst nog aan een bekend gedicht van Hölderlin denken (“An die Parzen” – u weet wel: “Nur Einen Sommer gönnt, ihr Gewaltigen! / Und einen Herbst zu reifem Gesange mir”). Nu liep ik in de boekhandel tegen de bundeling van zijn gedichten aan, vertaald door Ad den Besten, in de ramsj voor € 12,50. Gekocht en meteen begonnen met driftig lezen en herlezen van deze boeiende gedichten.


Haterd, Lex van de, De Gemeenschap en het modernisme. Uit het lood, Leiden, 2020. 1e druk – gebonden, 95p. – Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling “De Gemeenschap: herontdekt modernisme” in Huis van het boek te Den Haag (april-juli 2020)

Fijn fotoboek met uitgebreide toelichting over de grafische schoonheid van dit tijdschrift, waar veel toonaangevende kunstenaars een (soms zeer experimentele) bijdrage aan leverden.

Afgelopen zomer hebben we met het gezin enkele uitstapjes gemaakt, o.a. naar Den Haag, waarbij ik het museum Meermanno-Westreenianum bezocht (tegenwoordig eenvoudiger “Huis van het boek” genoemd) en daarbij o.a. de mooie tentoonstelling over de tijdschrift De Gemeenschap heb gezien. Veel herkenbaars uit de tijd dat ik aan mijn scriptie over Jan Engelman schreef. In de UB Nijmegen heb ik bijna alle nummers destijds doorgespit. Een feest van herkenning dus.


Teilhard de Chardin, Pierre, Reisbrieven 1923-1955. Met een beschouwing over de hoofdgedachten van Teilhard de Chardin door Prof. Dr. A. Portmann. Paul Brand, Hilversum / Antwerpen, 1963. 1e druk – gebonden, 325p.

De naam Teilhard de Chardin had ik al een tijd niet gehoord en ik vroeg me af of er nog mensen zijn die hem lezen. Tot mijn verbazing leidde een snelle zoekactie op Twitter tot veel recente vernoemingen en aanhalingen. De Reisbrieven ben ik momenteel aan het lezen, en ze nodigen uit om er een keer uitgebreider op terug te komen.


Pasolini, Pier Paolo, De geur van India. Vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke & Patty Krone, Het Wereldvenster, Houten, 1991. 1e druk – paperback, 95p.

In 1962 was de wereld nog heel anders en India nog een ander land. Samen met Alberto Moravia en Elsa Morante reist Pasolini door een deel van India. Opvallend is vooral de rusteloosheid waarmee hij het vreemde probeert te zien en soms in zijn eentje op wandeltocht gaat. Pasolini is in hoge mate gefascineerd door het vuil, de armoede, de zwartheid van de huidskleur en de (vuile) witheid van de lappen waarmee de Indiërs zich kleedden.

Oktober

Barnard, Willem [ps.: Guillaume van der Graft], Anno Domini. Dagboeken 1978-1992. De Prom, Amsterdam / Antwerpen, 2004. 1e druk – paperback, 351p.

“Een dagboek staat vol gezeur, zelfkwelling en zelfbeklag.” Dat is dan ook, ondanks de poging tot bezwering, wat de lezer krijgt voorgeschoteld: een beetje mopperende oude man, die ergens het licht heeft gezien, maar toch ook graag afgeeft op de dingen van nu.


Brecht, Bertolt, Der gute Mensch von Sezuan. In: Gesammelte Werke II. Stücke 2. Suhrkamp Verlag, Frankfurt am Main, 1967. 1e druk – gebonden, 1200p.

Een van de werken die we bij Duits klassikaal lazen. Meer dan “het ging over hoe rechtvaardigen lijden onder de onrechtvaardigen” was me niet bijgebleven. Nu viel me op hoe leesbaar dit Duits wel is.


Conradi, L.R.De ziener aan het hof te Babel. Of de wereldgeschiedenis in het licht van den Bijbel. Internationaal Traktaat-genootschap, Hamburg [etc.], 1914. 1e druk – gebonden, 388p.

Aangetrokken door het bijzonder fraaie bandontwerp raakte ik verdwaald in het gesloten wereldbeeld van de adventisten en hun profetieën. Ik schreef er onlangs uitgebreid over.


Komrij, Gerrit (red.), De Nederlandse poëzie van de zeventiende en achttiende eeuw. in duizend en enige gedichten. Bert Bakker, Amsterdam, 1986. 1e druk – paperback, 1376p. – [Bert Bakker Bloemlezing]. – Dundrukeditie.

De beroemde bloemlezingen van Komrij had ik eerder alle drie, gekocht in mijn studententijd in de paperbackuitgave. Deze waren zoveel gebruikt, het papier vergeeld en de rug zodanig kwetsbaar, dat ik ze bij een verhuizing van de hand heb gedaan. Niet zonder spijt overigens. Nu er twee in de luxere gebonden dundrukeditie lagen, gingen die natuurlijk weer mee naar huis en ben ik vele uren er zoet mee geweest. Opvallend in de keuze van Komrij, maar niet bevreemdend wie zijn werk en voorkeuren kent, zijn de vele volkse, grollige, scabreuze en ronduit platte gedichten die zijn opgenomen.


Fontane, Theodor, L’Adultera – Cecile. Könemann, Köln, 1998. 1e druk – gebonden, 347p. – [Könemann Classics].

Van Fontane had ik natuurlijk Effi Briest al gelezen, en vele jaren terug ook Grete Minde. Ook deze subtiele roman vol overspel, die ergens doet denken aan Madame Bovary, is erg de moeite waard. Zeer mooi Duits waardoor alle vooroordelen over die taal verdwijnen.

Een gedachte over “Leesdagboek 2020

  1. Mooi overzicht! Het boek van Teilhard de Chardin maakt nieuwsgierig. Zo zie je maar: gisteren kende ik hem niet, vandaag moet ik dringend een boek van hem lezen… (moet “hoofgedachten” in de titel trouwens niet “hoofdgedachten” zijn?

Reacties zijn gesloten.