Le Figaro Artistique (1923-1924)

Een van de aangename zaken tijdens het schrijven van mijn afstudeerscriptie (1995-1996) was het dagenlang bladeren en lezen in kranten en tijdschriften uit de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw (op zoek naar berichten en artikelen over mijn onderwerp).

Veel van de tijdschriften die ik raadpleegde waren fraai ingebonden, soms zelfs in lederen banden, waardoor ze extra lekker roken. De combinatie oud papier en leder levert soms een onweerstaanbare geur op en associeer ik nog altijd met die gelukkige tijd in de leeszaal van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen.

Onlangs liep ik tegen een stevig en groot boek aan, indrukwekkend vanwege de afmetingen: 225 x 300 mm, maar ook de halfleren, marokijnen band met de horizontale ribben op de rug. Daar bleek een reeks ingebonden tijdschriften in te zitten.

Voor- en achterplat zijn gemarmerd, evenals de schutbladen binnenin. Ter extra versteviging zijn er extra schutbladen toegevoegd van degelijk papier (met watermerk “AL”).

De binnenkant van de band vermeldt een signatuur: “C. Meyrueis | 4 Rue du Havre” en het getal 60. De naam verwijst mogelijk naar een boekhandel die in de 19e eeuw al bestond: Librairie Charles Meyrueis.

Een kunstsupplement uit 1923-1924

Mijn interesse was o.a. gewekt door de rugtitel: Le Figaro Artistique (1923-1924). Het blijkt te gaan om de eerste jaargang van een specifiek aan de kunsten gewijd, luxe uitgevoerd kunstkatern van dagblad Le Figaro, te verschijnen op donderdagen. De afleveringen bestrijken ruim een jaar en lopen van No. 1 tot en met 43 – daar kom ik zometeen nog op terug. Volgens de Franse Wikipedia heeft de bijlage bestaan tot en met september 1926.

Zoals in No. 1 wordt vermeld, waren eerder 3 losse afleveringen verschenen van dit supplément artistique, die zó succesvol waren (dont le succès a depassé toutes nos previsions), dat men besloot er een periodieke “definitieve” versie van te maken, een Nouvelle série. Het was nadrukkelijk de bedoeling dat de afleveringen in een jaarband (reliure) zouden worden verzameld – zouden al die lezers en abonnées zo’n luxe band hebben gehad? Een op internet aangeboden exemplaar laat wel precies zo’n zelfde band zien.

Verschijning – onregelmatig

In principe verschijnt het supplement wekelijks, op donderdag. De eerste 5 nummers verschijnen inderdaad in elkaar opvolgende weken, tussen 31 mei en 28 juni.

Dan valt er een gat, numéro 6 verschijnt pas op 26 juli. Mogelijk heeft het met de zomerperiode te maken. In het tijdschrift is er niets over terug te vinden (een jaar later, in no. 43, wordt wél zoiets gemeld – zie verderop).

Na No. 6 valt er echter een nog groter gat: pas op 1 november verschijnt er weer een aflevering, No. 7 – opvallend is dat men in de kopregels november als maand 10 schrijft: “1-10-23” en het erop volgende nummer: “8-10-23”. Pas in no. 9 (15 november) herstelt men deze drukfout. Zou de intentie zijn geweest al in oktober de reeks een herstart te geven, maar was de wens de vader van de gedachte?

De titel van het tijdschrift is dan ook veranderd van Le Figaro – Supplément Artistique in Le Figaro Artistique – Revue Hebdomadaire. Dat laatste (“weekblad”) duidt de intentie aan wekelijks te gaan verschijnen. Daarnaast lijkt het erop dat de gratis variant niet haalbaar bleek op de langere termijn en dat men nu kiest voor een professionelere publicatievorm, waarvoor betaald moet worden (zie verder volgende paragraaf). De typografie van de voorpaginakop is ook gewijzigd. Al met al een trendbreuk met de eerdere afleveringen. Ook in No. 7 is geen toelichting te vinden; mogelijk heeft men de lezers geïnformeerd in het dagblad.

Vanaf 1 november verschijnt het weekblad, dat steeds uit 16 bladzijden bestaat, daadwerkelijk elke week. Het laatste nummer dat in die eerste jaargang verschijnt is No. 43 (waarom het er geen 52 zijn, is hierboven duidelijk geworden). In No. 42 en 43 wordt medegedeeld dat tijdens de zomervakantie geen afleveringen zullen verschijnen, “zoals vorig jaar” (comme l’an passé), en dat begin oktober (!) het eerste nummer van het volgende seizoen zal verschijnen.

Vanaf nummer 11 (29 november 1923) is de ondertitel overigens wederom veranderd: van Revue hebdomadaire naar Revue illustrée, alsof men zich niet meer wilde laten vastleggen op de wekelijkse frequentie en misschien wel om het aantrekkelijke te laten klinken (plaatjes!).

Betaald of niet?

In nummer 1 vermeldt de redactie vol trots dat dit fraaie supplement gratis is en dat de lezer of abonnee er niets extra voor betaalt:

Ce supplément ne doit pas être vendu à part. Il est délivré, sans augmentation de prix, à tout acheteur et envoyé gratuitement à tous les abonnés du FIGARO quotidien.

Dat standpunt houdt men niet lang vol. Vanaf No. 7, als na maanden weer eens een aflevering verschijnt, moet er opeens Fr. 0,25 betaald worden. Dat blijft een tijdje de prijs, tot en met No. 22 (d.d. 14-02-1924).

Vanaf No. 23 wordt er een onderscheid gemaakt tussen abonnementen en losse verkoop. Jaarabonnees betalen in Frankrijk en Franse koloniën 30 en in het buitenland 50 francs per jaar. Vanaf No. 24 kosten losse afleveringen Fr. 0,75 – een verdrievoudiging van de eerdere prijs! Deze prijs blijft voor de rest van de jaargang op dat niveau.

Inhoud van het blad

Het weekblad is veelzijdig, bedoeld voor een breed publiek, en omvat met name de beeldende kunsten, maar er is ook aandacht voor muziek – al is dat meestal beperkt tot vermeldingen van uitvoeringen achterin.

Het leeuwendeel wordt echter ingenomen door schilderkunst, sculptuur en architectuur. Dit kunnen zowel grote artikelen zijn, van 1 tot 3 pagina’s, als korte stukjes van een halve tot anderhalve kolom. De artikelen zijn geschreven in heel toegankelijk Frans. Veel aandacht is er ook voor tentoonstellingen, veilingen en galerieverkopen. Er is aandacht voor zowel westerse als oosterse kunst (b.v. Hokusai), voor zowel oude als nieuwe kunst. Het blad bevat ook advertenties, met name op de laatste pagina’s, vaak van kunsthandels en galeries.

Vormgeving

Opvallend aan het magazine zijn de fraaie, zij het nog zwart-witte, afbeeldingen, met name op de voorpagina. Deze zijn vaak haarscherp en geven een goed beeld van het afgebeelde kunstwerk.

Meestal zijn het schilderijen die op de voorpagina staan, maar soms ook een beeld of een kunstige binnenruimte in een bepaalde stijl. Aan de afgebeelde schilderijen (zie ook boven) is af te lezen dat men bepaald niet preuts was in de keuzes.

Een mysterieus schilderij

Van een van de afgebeelde schilderijen wilde ik meer weten, onderstaand Portrait de jeune femme inconnue van Jean-Marc Nattier (1685-1766), een schilder die ik nog niet kende – maar ik ben ook maar een leek.

Ik wilde het schilderij ook wel eens in kleur zien. Een korte zoektocht op het internet leverde mij van deze schilder wel een hele reeks andere portretten op, veelal prachtige vrouwen liefdevol in beeld gebracht, maar niet dat van hierboven. Misschien omdat het in particuliere handen is? Of is het verloren gegaan? Of inmiddels aan iemand anders toegeschreven?

Besluit

Er valt kortom veel te ontdekken aan deze verzameling tijdschriften. Je komt even wat dichterbij het verleden, leest over exposities en uitvoeringen van toen, over kunst waar men graag aandacht aan besteedde. Dat van het weekblad – potentieel toch kwetsbaar als los katern – toch een jaargang zo mooi is gebleven, is zeker te danken aan de stevige band die eromheen zit.

Veel mensen gooien tijdschriften na verloop van tijd weg. Daarom kunnen dit soort uitgaven wel enigszins schaars worden. Op de welbekende kanalen Boekwinkeltjes en Antiqbook is een enkel los exemplaar te koop, op AbeBooks zijn met name losse exemplaren uit latere jaren (1930 en verder) verkrijgbaar, 2 sets met ingebonden jaargang 1923-1924 (van $ 50 / € 45 tot $ 176 / € 158), en een driedelige set met de jaargangen 1923-1926 (voor $ 174 / € 161). Dan voelt het nog beter als je zoiets vindt voor slechts enkele euro’s, en het levert uren lees-, kijk- en bladerplezier.

Geraadpleegde werken

Helga Jeanblanc, Des allemands dans l’industrie et le commerce du livre à Paris : 1811-1870, via Google Books.

Verlokkende catalogi & folders

Sommige uitgevers geven niet alleen maar mooie boeken(reeksen) uit, maar ook mooie catalogi en folders over die boeken(reeksen). Een aantal van deze zijn het bewaren waard.

Mijn verzamelwoede is vrij exclusief gericht op boeken. Met enige verbazing kijk ik soms naar andere bibliofielen, die ook allerlei randverschijnselen verzamelen, zoals parafernalia van schrijvers (van teennagels tot en met gedragen kleding), t-shirts met gedichten, postzegels van schrijvers of boeken, objecten in de vorm van een boek, boekenleggers, boekensteunen in de meest bizarre vormen, et cetera.

Ik heb daarop één uitzondering: ephemera, veelal promotiemateriaal, oftewel: catalogi, folders, prospectussen, uitgeverskaartjes. Ja, het is weer papier, en vaak zijn het ook weer kleine boekjes. Daarvoor heb ik dan toch weer een zwak.

Lees verder

Livingstone – Explorations (1869)

In 1869 verscheen een Franse vertaling van het verslag van Livingstone over zijn reizen in zuidelijk Afrika. Met prachtige prenten en kaart.

David & Charles Livingstone, Explorations dans l’Afrique australe. Et dans le bassin zu Zambèse depuis 1840 jusqu’a 1864. Ouvrage traduit de l’anglais par Mme Henriette Loreau, abrégé par L. Belin-De Launay, Librairie de L. Hachette, Paris, 1869. 2e druk – gebonden, XX+339p. – [Bibliothèque Rose Illustrée]. – Contenant une carte et 20 gravures sur bois.

In de Bibliotheca Habetsiana sinds: 14 maart 1998.
Lees verder

Brieven van P.C. Hooft

Eerder dit jaar mocht ik de mooie uitgave uit 1671 van P.C. Hooft Werken aan mijn bibliotheek toevoegen. Onlangs kreeg ik de kans om een vergelijkbaar mooie uitgave uit 1738 van diens Brieven te kopen bij hetzelfde antiquariaat, De Zilveren Eeuw te Zwolle.

Binnenwerk & typografie

De uitgave is samengesteld door Balthazar Huydecoper, een letterkundige, taalkundige en historicus, onder andere bekend vanwege zijn Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730). Het boek werd uitgegeven in 1738 bij Adriaan Wor en de “Erve G. onder de Linden”, te Amsterdam. De titelpagina laat een mooie tweekleurendruk zien en een vignet (waarover dadelijk meer).

Lees verder

Nieuwe Baskerville-delen

Heuglijk nieuws! In de onvolprezen Baskerville Serie van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep zijn weer twee nieuwe delen verschenen.

Eind januari verscheen van Cicero een uitgave van zijn Philippicae en brieven onder de titel De republiek of de dood. In maart verscheen vervolgens ook nog Macht en moraal, het nagelaten werk van Cornelius Nepos, een minder bekende auteur, dus dat wekt de nieuwsgierigheid op.

Zie ook onze bibliografie elders op deze site voor de volledige lijst van de Baskerville Serie.

Lees verder

Hooft in de Hanzestad

“Ga je mee, een dagje naar Zwolle?” Mijn vrouw was natuurlijk allang op de hoogte van wat ik daar ging doen, u zult het ook wel raden. Iets met een boek, of boeken. Ja, ze wilde wel mee, al was het maar om te zien waarvoor ik nu zo dringend 3 uur heen en 3 uur terug wilde gaan reizen. Het was inderdaad voor een boek, een boek van respectabele leeftijd, van een door mij geliefd Nederlands dichter: P.C. Hooft.

Wat was het geval? Ruim anderhalve week geleden bezocht ik, samen met boekenvrienden Robert Kemper Alferink en Paul Abels de boekenbeurs in de Bergkerk te Deventer. Daar stond ook Rob de Bree, van antiquariaat De Zilveren Eeuw, met mooie boeken, waaronder enkele 17e-eeuwse uitgaven van P.C. Hooft. Speciaal de editie (verzamelde) Werken uit 1671, met de 30 emblemata, sprak mij direct aan.

Lees verder

Rhijnvis Feith – Brieven

Rhijnvis Feith is bij velen vooral bekend als de schrijver van het tranentrekkende Julia en van het Oudejaarslied dat nog wel wordt gezongen in protestantse kerken (“Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen”). Maar Feith was een veelzijdig man, eigenzinnig patriot, en een voorvechter van het sentimentalisme aan het einde van de 18e eeuw. In de Brieven over verscheiden onderwerpen behandelt Feith diverse literaire en literair-theoretische onderwerpen en verdedigt hij het sentimentalisme.

Lees verder

Voyage du tour de monde

Post uit Frankrijk! De afzender lijkt zijn postzegelverzameling geplunderd te hebben en heeft daarmee de gehele envelop volgeplakt om het door mij bestelde boek te brengen. Een bijzonder boek, dat een van de inspiratiebronnen zou zijn geweest voor Rond de wereld in 80 dagen van Jules Verne.

Lees verder

Het rijke Roomse leven

Beter zou het zijn om te schrijven: Roomsche, aangezien het gaat om de periode tussen globaal 1860 en 1960. De periode van kinderrijke gezinnen, regelmatig kerkbezoek, uitbundige vieringen op feestdagen, een eigen Katholieke Radio Omroep (KRO) en een eigen Katholieke Universiteit in Nijmegen.

We hebben het vooral over de periode tussen de twee wereldoorlogen, het interbellum, waarin de verzuiling een belangrijke rol speelde. Nederland bestond uit de katholieke, de protestantse, de socialistische en de “algemene” zuil. Men onderhield binnen elke zuil eigen rituelen, ging naar de eigen kerk of gemeenschapsviering, voetbalde bij een katholieke of protestantse club en stemde meestal trouw op dezelfde partij. Voor de katholieken was dat toen nog de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP, later KVP).

Lees verder

Dante-verklaring

Het grote voordeel van een internationaal vermaarde dichter, zeker van enkele eeuwen geleden, is dat er zoveel edities van bestaan: handschriften en oorspronkelijke drukken, maar ook tekstedities (paleografisch, diplomatisch, kritisch, etc.) en vertalingen! Dat laatste is fijn voor de lezer die graag vertalingen vergelijkt (zoals ik) én voor de verzamelaar (zoals ik), want er is altijd iets te vinden wat je nog niet hebt.

Lees verder

In the pocket

Hoe kun je met 25 boeken in één keer thuiskomen en ze naar binnen smokkelen zodat je huisgenoten het niet zien? Antwoord: zorg dat het heel kleine boekjes zijn, zo klein dat ze gezamenlijk in de binnenzak van je jasje passen.

Het gaat om 25 fragmenten uit meesterwerken, oorspronkelijk Duits of vertaald in het Duits, lieflijk samengevoegd in een cassette. Met de plastic stofkap eromheen lijkt het net een doosje met slechts een afbeelding van boeken, maar als je dit kapje eraf haalt, kun je er wel degelijk 25 leuke boekjes uit te kunnen pakken. Dit setje heeft de tand des tijds goed doorstaan, gezien het kwetsbare karakter ervan.

Lees verder

Van Lennep ~ Poëtische Werken

Na lange tijd was ik weer eens in een van mijn favoriete antiquariaten, het sfeervolle boekenparadijs Coriovallum, in de Romeinse nederzetting Coriovallum (Heerlen). Hoewel de winkel op loopafstand van mijn werk is, kom ik er te weinig, waarschijnlijk doordat de winkel open is op de twee dagen dat ik normaliter niet in Heerlen ben: vrijdag en zaterdag. Die vrije vrijdag was een cadeautje aan mijzelf toen ik van werkgever veranderde. Misschien moet ik mijn schema toch maar eens aanpassen…

Behalve een los deel uit de Russische Bibliotheek dat ik nog niet had, liep ik ook tegen de 12-delige Poëtische Werken van Jacob van Lennep aan, de uitgave uit 1859-1867, tegen een zeer vriendelijke prijs.

Lees verder

Uitstorting van de ziel

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt in het bijzonder voor een groot deel van de Nederlandse literatuur uit de 19e eeuw, die eeuw van ‘braafheid’ en ‘domineespoëzie’. Op dat misverstand is door verschillende kenners is al vaker gewezen. Dat betekent echter niet dat de ‘schade’, door de Tachtigers aangebracht, meteen ongedaan is gemaakt. Ook voor een doorsnee neerlandicus is de  literatuur van de 19e eeuw grotendeels onbekend.

Niet alleen maar domineesdichters
Verrassingen komen niet alleen. Enkele weken geleden verwierf ik, naast een aantal klassiek geworden handboeken literatuurgeschiedenis, ook een groot aantal eigentijdse uitgaves van 19e-eeuwse dichters en schrijvers, waaronder Willem Bilderdijk (zie ook deze aflevering), Nicolaas Beets, J.J.L. ten Kate, H. Tollens, P.A. de Génestet, Jacob van Lennep en Carel van Nievelt. Niet allemaal auteurs waarvoor nu nog warme belangstelling bestaat. Maar binnen die vaak fraai versierde boekbanden blijken soms wel degelijk juweeltjes verborgen. Zo blijkt de veelgesmade Ten Kate nogal wat buitenlandse literatuur vertaald te hebben, waaronder La Gerusalemme liberata van Torquato Tasso.

Lees verder

Bilderdijk weer verenigd

Mijn boekentocht van enkele weken geleden leverde mij een mooie collectie aan 19e-eeuwse literatuur op, met name uit de verzameling van Theo Gerritse. Zoals beschreven in het betreffende blog, mocht ik deze boeken voor een bescheiden bedrag meenemen.

In die collectie zaten ook enkele losse delen met eerste drukken uit het werk van Willem Bilderdijk: De Mensch (1808), Najaarsbladen (1808) en Mengelingen deel I (1804).

Lees verder

Fables de Fontaine

AuteurJean de la Fontaine
TitelOeuvres complètes – Fables [2 tômes]. Précédées d’une nouvelle notice sur sa vie.
UitgeverLefèvre
PlaatsParis
Jaar van uitgave1818
In Bibliotheca Habetsiana sinds9 juni 2014
BijzonderhedenDeze uitgave is zeer fraai ingebonden en bevat mooie houtgravures.
Lees verder

Romeinse geschiedenis

Een van de aardigste vondsten van onlangs bestaat uit twee losse delen Romeinse geschiedenis uit medio 18e eeuw. Ze verhalen over de geschiedenis van Rome “vanaf de stichting tot aan de veldslag bij Actium.

De boeken zitten nog stevig in de band, die wel wat uitgedroogd en craquelé is, maar voor die leeftijd (275 jaar!) nog erg mooi.

Lees verder

Deutsche Literaturgeschichte

Voor oudere literatuurgeschiedenissen heb ik een zwak, zeker als ze van vóór 1940 zijn. Zo heb ik het uit 7 delen bestaande hoofdwerk van G. Kalff en de beroemde (in de loop van decennia verschenen 7 van de geplande 9) in leer gebonden delen onder redactie van F. Baur. Een Duitse literatuurgeschiedenis van dit kaliber had ik nog niet.

Deze literatuurgeschiedenis is verschenen in 2 prachtig versierde, degelijke Duitse banden, de inhoud is grotendeels in Fraktur (“gotisch schrift”) gedrukt.

Lees verder

Een futuristisch boekje

Onderstaand boekje – het lijkt meer op een tijdschriftje – uit 1937 trok mijn aandacht door de moderne, enigszins futuristische vormgeving. De afbeelding op de voorkant doet denken aan een bekende science fiction tekenfilmserie uit de jaren ’80 met gehelmde en vliegende helden.

Al zoekende blijkt er heel weinig te vinden over dit boekje. Antiqbook en Boekwinkeltjes kennen het niet. Google, Delpher en de KB leveren geen relevante zoekresultaten op.

Lees verder

‘t Schijnt eer een schouwburg

De dichter A.J. de Bull is niet erg bekend, zijn gedichten zijn ook niet van dermate aard dat we hier een meesterwerk hebben opgediept. Ook is de uitgave niet heel onvindbaar en de meeste exemplaren worden voor een kleine prijs aangeboden. Toch ging ook dit boek mee naar huis.

Aangetrokken door de fraaie vormgeving met de versierde band op een manier die typerend is voor eind 19e / begin 20e eeuw, nam ik het boek in de hand. Niet per se de beste poëzie uit de negentiende eeuw.

Lees verder