Hemelen

In sommige Limburgse dialecten betekent de uitdrukking “Heer is hiemele” (hij is [gaan] hemelen) dat de betreffende persoon overleden is. Dat bedoelen we hier niet: zie de boektitels.

Blauwe maandagen in een hemelbed houden wij een Godenslaap. Men ontdekt er van alles: sneeuw en astrologie.

De puinhopen van Polare

Eerst waren er boekhandels. En er waren de winkels van De Slegte, in vele steden van het land. Zo ook in Eindhoven. Sinds een jaar of 10 werk ik een substantieel aantal dagen per week in Eindhoven. De kantoren van mijn broodheer liggen op loopafstand van het centrum. Zo ook in Eindhoven. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik de lunchpauze vaak gebruikte om te snuffelen in de boekhandel en bij De Slegte. Een enkele pauze is zelfs uitgelopen op een halve middag vrij.

In den beginne was er in Eindhoven Van Piere. Van Piere werd, zoals elders in den lande, onderdeel van de Boekhandels Groep en enkele jaren geleden dus van Selexyz, een naam die door een hippe marketingman of -vrouw zal zijn bedacht.

In den beginne was er ook een niet zo grote maar toch mooie vestiging van De Slegte. Ik kwam hier heel regelmatig. Behalve dat De Slegte een zeer uitgebreid assortiment aan (zowel goede als slechte) ramsj had, vond ik bij deze vestiging ook in het aandeel “tweedehands/antiquarisch” regelmatig wat van mijn gading. Het personeel was bovendien vriendelijk en hulpvaardig.  De prijzen voor de tweedehands boeken vielen mee, wat niet voor alle vestigingen opging (Tilburg!). Zo heb ik er de laatste jaren aardig wat deeltjes uit de mij dierbare reeksen Ambo Klassiek, Baskerville en Grote Bellettrie kunnen wegslepen. Ik werd zelfs getipt. Deze mensen zijn nu weg. De hele Slegte is weg!

Wat er gebeurde? Naar mijn waarneming liepen de meeste vestigingen van De Slegte zo slecht nog niet, maar de keten Selexyz had een probleem. Als keten. Daarbij kwam in Eindhoven dat de Selexyz-vestiging nog maar net verhuisd was naar een geheel nieuw pand in een nieuw ontwikkelde winkelstraat. Een groot pand met een trendy koffiekelder en daar bovenop twee zeer ruime verdiepingen. Je reinste megalomanie in tijden van internetverkoop en e-Books. Dure gebouwen, veel personeel: dan moet je al heel wat boeken verkopen om uit de kosten te komen.

Om het probleem op te lossen leek het de investeerders wel wat om de Slegte en Selexyz samen te laten gaan en te “re-branden” onder de nog minder zeggende naam “Polare”. Lekker voordelig, want dan kon je in elke stad minstens een pand sluiten (meestal De Slegte).  Nog afgezien van de algemeen gedeelde vermoedens dat de geldbeluste investeerders te kwader trouw waren en bewust op een failliete boedel hebben aangestuurd, is een samenvoeging van het fenomeen De Slegte met de “normale” boekhandels uit genoemde keten zoiets als het mengen van olie en water: dat wordt nooit een fraai mengsel. Het faillissement kwam dan ook snel, daar hoefde weinig voor te gebeuren.

Lees verder

Toeval en geen einde

Toeval bestaat niet óf is een hogere vorm van ordening die wij als eenvoudige stervelingen niet begrijpelijk is. Hoe je het ook wendt of keert, soms is er een samenvallen van (opeenvolgende) gebeurtenissen op zijn minst opvallend.

Op een goede vrijdag (niet: Goede Vrijdag) wachtten mij verrassingen van katholieke aard.  Het zal ook geen vrijdag zijn. Op 27 december jl. was ik gestuit op een driedelige populaire wereldgeschiedenis (schoolboeken?) uit eind jaren 1920, getiteld Tooneel der eeuwen, samengesteld door J. Kleijntjens SJ en Prof. Dr. Huijbers. Laatstgenoemde werd in 1923 de eerste hoogleraar aan de Katholieke (later: Radboud) Universiteit Nijmegen voor de leerstoel Algemene en Vaderlandse Geschiedenis.

De leerboeken, die vele herdrukken hebben gekend, vormen bijna een eeuw later een bijzondere ervaring, omdat de “Roomse vooringenomenheid” er bij heel wat passages zo dik bovenop ligt, dat het alleen al daarom een mooie getuige is van het inmiddels grotendeels verdwenen verzuilde Nederland. De auteurs hadden ook nadrukkelijk de ambitie een “katholieke geschiedenis” te schrijven:

Tegenover de verdeeldheid van Europa staat de eenheid van de Katholieke Kerk onder de algemeene leiding van den H. Stoel als teeken van hoopvolle verheugenis.” (deel II, p. 315).

Het gevolg [van de Renaissance en haar diepgaande invloed] is geworden, dat tot in de negentiende eeuw toe de Europeesche kunst en letterkunde in blinde aanbidding op de knieën gelegen hebben voor de opgestane schimmen der Oudheid. De uiterlijke vormen der klassieke cultuur schitterden zoo, dat men haar innerlijke armoede niet begreep.” (deel IB, p. 4)

Bij diezelfde winkel, opgedolven in een donker hoekje, kochten wij afgelopen vrijdag een boekje met identiek uiterlijk van dezelfde auteurs, Van voorouders en tijdgenoten, een eendelig leerboekje geschiedenis.

Maasbode09okt1938-2

Het toeval liet zich nogmaals gelden door wat zich als extraatje in die boeken bevond. Ik ben zelf dol op heel oude kranten(stukjes), met name van vóór de Tweede Wereldoorlog.

In de genoemde set boeken die ik in december had gekocht, zaten er twee: een stukje uit het Rotterdamse (maar landelijk verschijnende) katholieke dagblad De Maasbode van 9 oktober 1938 over de Volkenbond en een stukje uit Ons Noorden, een mij tot dan toe onbekend dagblad. Voornaamste onderwerp van dit laatste knipsel: de eigentijdse bewapening, de waarschuwing voor een nieuwe grote oorlog (WO I nog vers in het geheugen) en met name de financiële schade van de eigentijdse wapenwedloop tussen de Europese mogendheden. Het is 10 juni 1939, de Tweede Wereldoorlog staat letterlijk voor de deur, in september zal Duitsland Polen binnenvallen en zullen Engeland en Frankrijk aan Hitler de oorlog verklaren.

   Laat nu in die 2e aankoop, bijna 2 weken later, óók een krantenstuk zitten gedateerd op enkele dagen eerder dan het eerste knipsel. Na enig speuren op het knipsel, waar onder meer de radioprogrammering voor zondag 28 mei en maandag 29 mei 1939 is te vinden, heb ik dus wel de datum, en het feit dat het de 26e jaargang van dit dagblad is, maar niet de naam.

Het toeval wil verder dat ik mijn vondst meld op Twitter, waar toevallig op dat moment ook Jan Dirk Snel (@jdsnel) van de partij is, die meteen meedenkt en meezoekt. Omdat de kleine berichten uit het knipsel (over examens, berovingen, etc.) zich concentreren rond Delfzijl, doet het vermoeden dat het gaat om een dagblad uit het uiterste noorden van Nederland, dat dus in 1913/1914 moet zijn opgericht. Zoeken op Wikipedia levert deze keer niets op, maar Google biedt meer soelaas. Op enkele seconden na hebben Snel en ik tegelijkertijd dezelfde, langzaam ladende pagina gevonden, waar eigenlijk maar één mogelijkheid uit blijkt: dagblad Ons Noorden wederom! Laat dit dagblad, dat tot 1964 heeft bestaan, ook nog van katholieke signatuur zijn.

Dit prikkelt de verbeelding met betrekking tot de eigenaar van toen: Wie was hij of zij? Wat is precies de relatie tussen die knipsels en de boeken? Hoe komt dit noordelijke materiaal in het zeer zuidelijke Roermond terecht? Ging het om iemand van katholieken huize die – wellicht vóór of tijdens de Tweede Wereldoorlog – van Oost-Groningen of omgeving naar Limburg is verhuisd? Of om iemand uit Limburg die tijdelijk heeft gewoond/verbleven op het afgelegen platteland in een van de noordelijke provincies? De geschiedenisboeken en knipsels lijken me onmiskenbaar van één eigenaar. Daarnaast wist ik van katholieke “enclaves” in Noord-Holland en Twente, maar ik heb nooit zo beseft dat ook in het uiterste noorden van ons land een katholiek dagblad bestaansgrond had. Het maakt ook nieuwsgierig naar dat relatief onbekende dagblad Ons Noorden. Waarom dat expliciete bezittelijke voornaamwoord? Is dat nog een uitvloeisel van de negentiende-eeuwse emancipatiestrijd of gewoon een typisch voorbeeld van de sterke gerichtheid op de eigen zuil, zo kenmerkend voor die vooroorlogse periode?


Ik zal het verder maar niet hebben over het toeval dat ik op 11 januari 2001 in mijn middagpauze Opnieuw naar Lambarene, deel 2 van de herinneringen aan zijn periode als arts in Afrika van Albert Schweitzer kocht, waarvan ik nu, 11 januari 2013 het eerste deel, getiteld Aan den zoom van het oerwoud, heb gekocht – ik ben eindelijk compleet na precies 12 jaar!

Besproken boeken

Kleijntjens S.J., J.; Huijbers, H.F.M.; Tooneel der eeuwen [3 delen]: Deel 1A: Oudheid en Middeleeuwen – 1B: Nieuwe Geschiedenis (1500-1789) – 2: [Nieuwste Geschiedenis: Franse Revolutie – 1918]. Wassenaar: H.J. Dieben, z.j. [ca. 1925]. Gebonden. 258+140+315p.

Schweitzer, A.; Aan den zoom van het oerwoud: Ervaringen en opmerkingen van een arts in Aequatoriaal Afrika. – [vert. uit het Duits door J. Eigenhuis]. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink, 1928, 5e druk. Gebonden. 230p.

Schweitzer, A.; Opnieuw naar Lambarene: Nieuwe ervaringen en opmerkingen van een arts in Aequatoriaal Afrika. – [vert. uit het Duits door H.M. Eigenhuis-Van Gendt]. Haarlem: Tjeenk Willink, 1927, 1e druk. Gebonden. 216p.

Een verdwaalde Eco

Ik was weer eens op jacht naar boeken en op een Engelse vertaling van Il Secondo Diario Minimo van de zwaargeleerde en tegelijk lucide Umberto Eco. Wat ik verder ook zou beslissen, How to Travel with a Salmon & Other Essays ging mee naar huis.

Omdat ik er niet helemaal zeker van was of ik dit boek niet ook al in Nederlandse vertaling had (of deels in een bloemlezing uit Eco’s werk), en de titel me erg bekend voorkwam, wilde ik thuis al mijn boeken van Eco even op een rijtje hebben. Normaal vind ik, ongeacht de ordening van dat moment, ca. 90% van de gewenste titels direct, nog eens 9% binnen anderhalve minuut, maar nu werd ik geconfronteerd met de gênante 1% die echt moeilijk vindbaar blijkt op het moment dat je het betreffende boek zoekt.

Lees verder

Lezer & bibliofiel – of 2 zielen in 1 borst

De absolute lezer en de volkomen bibliofiel hebben het makkelijk in deze wereld.

De eerste leest alleen: hij hoeft niet alle boeken te hebben die hij leest, en indien wel, dan geeft hij meestal nauwelijks om hun verschijningsvorm. De lelijkste pocket voldoet aan zijn behoeften en ook een eReader of tablet computer gebruikt hij veelal zonder bezwaren. Leesgemak staat voorop. Als hij al verzamelt, dan moet het vooral veel zijn. In principe voldoet elk boekenwandsysteem dat zo efficiënt mogelijk de boeken opslaat – magazijnstellingen zijn zelfs geschikt.

De extreme bibliofiel daarentegen is veel meer een estheet, gericht op de “buitenkant” van een boek. Niet alleen en soms zelfs niet in de eerste plaats is de tekst van belang, maar de manier waarop een boek als tastbaar object (artefact) is vormgegeven. Bibliofielen zijn in de eerste plaats verzamelaars en hebben het opvallend vaak over typografie, boekverzorging, gebonden met stofomslag, bijzondere reeksen, eerste edities, gesigneerd, beperkte oplage, papiersoort en zeldzaamheid. Men zou de indruk kunnen krijgen dat zij niet lezen.

Wie echter lezer én bibliofiel is, draagt twee zielen in zijn borst.

De twee zielen zijn blijvend met elkaar in strijd: de bibliofiel die de “perfecte”, esthetisch ingerichte, “museale” bibliotheek met enkele zeer mooie, exclusief vormgegeven (en vaak dure) boeken nastreeft, en de alles lezende boekenveelvraat: dat past niet samen in één huis (type gezinswoning) en (normaal particulier) budget. We zijn niet allemaal zo gefortuneerd als Boudewijn Büch en hebben vaak wel meer dan één kostganger met wie we ruimte en financiën delen.

Is er geen list te verzinnen waardoor je ruimte in huis en budget creëert, waardoor je echt eens zo’n gezellig ouderwetse bibliotheek, met mooi meubilair, een oude wereldbol, wat verzamelde botjes en een behoorlijke set aan mooi vormgegeven, deels ook echt oude boeken, liefst met perkamenten of leren banden? Stel dat je nu eens eindelijk een stukje muur in je kamer over houdt, zodat je er een mooie prent of oude kaart kunt ophangen, desnoods een portret van een bewonderde schrijver of componist. Dat je er wat minder een magazijn van boeken en platen van maakt.

Het offer dat je voor die droom moet brengen is echter niet gering. De bibliofiel en de lezer zitten elkaar behoorlijk in de weg, want Billy’s zijn in de grond oerlelijk maar ook heel doelmatig. De “klassieke” kasten zijn heel mooi, maar weer heel inefficiënt qua opslagcapaciteit, en bovendien meestal een aderlating voor je budget.

Geen aanlokkelijk vooruitzicht, omdat de lezer in je toch moeilijk afscheid neemt van die, deels nog ongelezen Franse, Engelse en Duitse literatuur in de bekende pocketuitgaven van respectievelijk Folio, Penguin of Deutscher Taschenbuch Verlag, o zo handig om mee te nemen in de trein, naar bed, in bad, etc. Waarbij je niet bang hoeft te zijn voor vlekken, vocht of verliezen – vervangbaar als ze zijn (het gaat immers om het lezen van de tekst).

Ook de goedkopere uitgaven van Nederlandse romans, al dan niet uit de plaatselijke kringloopwinkel, vallen in principe hieronder. In de loop der jaren heb ik al veel van dit soort boeken weggedaan. Wil ik echter mijn droombeeld van de “mooie bibliotheek” waarmaken, dan moet ik zodanig hard snoeien in de collectie en besparen op mijn boekaankopen, dat het pijn gaat doen. Wat worden de doorslaggevende criteria voor boeken om in die nieuwe bibliotheek opgenomen dan wel voor eeuwig verworpen te worden? Wordt het dan niet een fraaie maar kille uitstalling van dode boeken?

Wat dan? Nog een kamer aanbouwen, zodat je een aparte “leeskamer” én een “voorraadkamer” hebt? Dat zou nog het beste zijn – in die voorraadkamer kunnen de boeken efficiënt worden opgesteld, met smalle paadjes tussen de kasten. Budget en ruimtelijke mogelijkheden zijn hier echter de beperkende factoren. Een externe opslagbox huren? Te onpersoonlijk en te ver weg – een belangrijke reden om te verzamelen is dat je alles onder handbereik wilt hebben. Een groter huis of een tweede huisje of appartement erbij? Als je veel geldt hebt, ja. Leesboeken lenen bij de openbare bieb en alleen “hebbeboeken” kopen? Alleen die terminologie al! Bovendien: veel interessante boeken, die buiten de mainstream vallen, zijn bijna nergens meer te lenen, openbare bibliotheken ruimen minder gangbare boeken vaak snel weer op, nog los van de andere nadelen die aan lenen zitten (terugbrengen, binnen enkele weken uitlezen, etc.). Digitaal lezen dan? Hoewel er al veel gedigitaliseerd is, zijn nog veel boeken als eBook niet verkrijgbaar. Ik lees wel digitaal, maar het is mijn medium niet.

Gezien de genoemde beperkingen is het toch kiezen: veel boeken in veel Billy’s of enkele exclusieve boeken in een old style mooie kast en museale attributen. Als puntje bij paaltje komt, koop ik van het geld echter nog steeds liever (mooie) nieuwe boeken dan dat ik spaar voor mooiere kasten. Zo komt men er niet uit en handhaaft zich de halfbakken status quo.

Naschrift 2015

In maart 2014 hebben we de sprong gewaagd en zijn we verhuisd naar mijn geboortestad Maastricht, en wonen we, wonder boven wonder, in een groter huis dan we gehoopt hadden. Ook is er meer ruimte voor de Bibliotheca Habetsiana, en staan de boeken beter beschermd tegen licht en vocht. 

Ten behoeve van de op handen zijnde verhuizing (en met de verwachting minder ruimte te krijgen) heb in 2013 ca. 900 boeken aan een opkoper verkocht. Onder verkochte boeken zat veel "kringloopmateriaal" (Nederlands en vertaald proza in pockets of onooglijke, versleten uitgaven), waarvan ik toch wat veel verzameld had afgelopen jaren. Zo worden soms toch knopen doorgehakt, onder druk van de omstandigheden.

De ernstige roker ~ grenzen aan het verzamelen?

Sommige boekjes koop je ook met het idee: dat zou wel iets voor vriend X of vriendin Y zijn. Zo is er een trouwe vriend uit mijn studietijd, die sigaren rookt. Zelf rook ik een zeldzame keer ook een sigaar (nog geen 5 per jaar), veelal in gezelschap van vrienden, meestal na een gezamenlijk genoten maaltijd. Toen ik stuitte op het boekje De ernstige roker van de – niet meer zo bekende – dichter Werumeus Buning, moest ik dan ook onmiddellijk aan die vriend denken.

Het is een luchthartig boekje, vol ironie en in ouderwetsche stijl geschreven over de genoegens, de do’s and don’ts van het (toen nog) laatste exclusief mannelijke genoegen, aldus de dichter. In je hoofd hoor je een beetje de typerende stem van de Polygoon journaals uit de jaren ’50 en ’60 – zo kun je de stijl van het boekje het beste karakteriseren.

Lees verder

On Books and the Housing of Them

Op Gutenberg.org is een boekje van William Gladstone (de bekende liberale Britse staatsman die leefde van 1809-1898) te lezen, dat om meerdere redenen door elke boekenliefhebber gelezen zou moeten worden. Het boekje heet On Books and the Housing of Them.

Grappig is bijvoorbeeld dat we nu in digitale vorm, in een e-book (!), dat in de werkelijke wereld nauwelijks fysieke ruimte inneemt, lezen over het probleem dat er steeds meer boeken bijkomen: op dat moment enkele tienduizenden per jaar in de Engelse taal (Bodleian: 20.000, British Library: 40.000), en dat ook die groei steeds groter zal worden. Lees verder

Heb je ze ook allemaal gelezen?

Die vraag krijg ik als boekenliefhebber en verzamelaar regelmatig als mensen voor de eerste keer bij ons over de vloer komen of kennis nemen van mijn afwijking om gebonden papier te stapelen. Wat ik daarop antwoord? Dat verschilt per keer, afhankelijk van mijn stemming. Ik heb eerlijke antwoorden voorhanden en recalcitrante antwoorden. Lees verder

Pleidooi voor materialisme

Ik ben een materialist. Doorgaans wordt dat niet echt als een aanprijzing beschouwd. Materialisme betekent in het meest dagelijkse taalgebruik iets als “te veel belang hechten aan materiële zaken, lees geld”. Een materialist is al snel een egoïst, iemand die weinig tot geen oog heeft voor de ideële kant van het bestaan, een money maker met dollartekens in zijn ogen.

Of denk alleen al aan het historisch materialisme: even roemloos ten onder gegaan als de sterk verwante begrippen marxisme, leninisme, communisme en maoïsme. Niet ten onrechte overigens, want tot in de wetenschap aan toe werd het historisch materialisme als een frame aan het denken opgelegd en werd het een zichzelf verklarend verschijnsel vol cirkelredeneringen. En het ging alweer om dat verderfelijke slijk der aarde.

En toch: “materialist” zou ik als een geuzennaam willen hanteren voor het aandacht hebben voor de objecten rondom ons in de wereld, die steeds virtueler wordt: boeken en muziek zijn steeds meer verkrijgbaar op in hoge mate kopieerbare media, waardoor het zijn exclusiviteit als tastbaar object verliest. Welke waarde heeft een stuk muziek als het tussen letterlijk duizenden andere stukken muziek staat, gecomprimeerd en wel, op een hard disk van 1 Terabyte? Hoe waardevol is het nu werkelijk als je “een hele bibliotheek” mee op vakantie kunt nemen op je e-reader? Is vakantie nu niet juist de ontsnapping aan die dwingende aanwezigheid van informatie?

Een materialist zoals ik mijzelf zie, houdt van het tastbare: dat wat je kunt aanraken, wat je kunt voelen, ruiken, zien (in de werkelijke betekenis, dus niet een regel op een playlist). Een materialist houdt van dat wat daadwerkelijk ruimte inneemt, een plek voor zichzelf opeist in de 3D ruimte, omdat het er mag zijn. Objecten hebben net als levende wezens (mensen, dieren, planten) recht op bestaan, nu ze er eenmaal zijn. Daarom heb ik ook zo’n hekel aan verspilling, zinloze vernietiging van “dingen”, in de meeste gevallen volstrekt overbodig en alleen maar een uiting van onlust.

Ik moest hieraan denken toen ik “Van wie is de wereld eigenlijk” las, van de filosoof Jaap van Heerden (uit de bundel Wees blij dat het leven geen zin heeft). Daarin wordt ook de rol van de esthetica verdedigd, de leer van het schone. De vaak toch wat zure milieukritiek richt zich meestal op ethische argumenten, maar zou juist vaker zich moeten richten op de esthetische argumenten: “het filosofische idee dat weggeworpen blik onverenigbaar is met de schoonheid van de Matterhorn”. Ook dat heeft te maken juist met respect voor dat wat in de werkelijkheid bestaat, het materiële.

Niet alleen de natuur maar feitelijk alles wat bestaat zou, consequent doorredenerend, “recht van bestaan” hebben, al zijn daar praktisch gezien wel enkele tegenstrijdigheden en complicaties mee gemoeid. “Dit is een gedistingeerd wijsgerig standpunt en in sommig opzicht ook heel redelijk. Als de stelling door iedereen in serieuze overweging genomen zou worden, is een belangrijk winstpunt dat […] onze natuurlijke bereidheid tot vernielen over te gaan, aanzienlijk wordt vertraagd.” (Van Heerden, p. 23).

Het is moreel helemaal geen zonde om te genieten van materiële zaken, zolang ze maar geen fetisj worden. Integendeel, juist het respectvol behandelen van objecten als waren het mensen, zou wel eens ook kunnen leiden tot het minder behandelen van mensen als objecten (in de negatief bedoelde zin). En wie is er ongevoelig voor de geur van een oud boek of de kartonnen hoes van een LP? Wie krijgt geen, al zijn het nog zo vage, nostalgische gevoelens bij het aanschouwen van een bibliotheek vol oude boeken of het opzetten van een grammofoonplaat, die na enkele spatten en tikken een warm en relatief zuiver geluid produceert?

Verzamelaars, met hun menselijke deugden en gebreken, zijn behalve verzamelaars van ervaringen ook hoeders van objecten. Zij kennen meestal heel goed de waarde-op-zichzelf van een object en behandelen het vol respect. Op het moment dat een verzamelaar vol aandacht bezig is met zijn collectie, is hij op zijn onschuldigst, zal er geen kwade gedachte door zijn hoofd spelen, laat staan een misdaad. Alleen de afgunst… dat is een grote valkuil.