Bilderdijk weer verenigd

Mijn boekentocht van enkele weken geleden leverde mij een mooie collectie aan 19e-eeuwse literatuur op, met name uit de verzameling van Theo Gerritse. Zoals beschreven in het betreffende blog, mocht ik deze boeken voor een bescheiden bedrag meenemen.

De weer verenigde set uit de collectie Theo Gerritse

In die collectie zaten ook enkele losse delen met eerste drukken uit het werk van Willem Bilderdijk, uit de periode 1804-1808:

Bilderdijk, Willem, De mensch. Popes Essay on Men gevolgd. Johannes Allart, Amsterdam, 1808. 1e druk - gebonden, 224p.
 
Bilderdijk, Willem, Najaarsbladen. Eerste deel. Immerzeel, 's-Gravenhage, 1808. 1e druk - gebonden, 181p.

Bilderdijk, Willem, Mengelingen. Eerste deel. Gezangen van Ossian - Romances - Losse stukken. Johannes Allart, Amsterdam, 1804. 1e druk - gebonden, 158p. 
Lees verder

In paradisum

“Nel mezzo di cammin di nostra vita, mi ritrovai… ” ~ Op het midden van mijn levenspad gekomen bevond ik mij in een donker woud van boeken. Opnieuw: op het midden van mijn levenspad gekomen bevond ik mij in een paradijs.

Vrij naar Dante, als ik zo vrij mag zijn. Voor een grotere en duidelijker weergave (op computerscherm) kunt u op de foto’s klikken.

De lengterichting van de ruimte ligt (globaal) op de noord-zuidas. Hierboven kijken we in noordelijke richting. Links de wand fictie, rechts de wand literatuurwetenschap, geschiedenis, godsdienst, filosofie en Limburgensia. In het midden staat ‘bureau 2’.

Lees verder

Ingeklonken

Zoals u in de vorige aflevering heeft kunnen lezen, heb ik op vrijdag 16 augustus in één keer veel 19e-eeuwse boeken erbij gekregen. Inmiddels zijn ze goed en wel ingeruimd en is er een hele kast met “oudjes” ontstaan:

Geen kroegentocht, maar boekentocht

Of ik interesse had in Busken Huet. Vaak kom je op Twitter interessante en leuke mensen tegen en soms leidt dat tot zo’n nieuwsgierig makende vraag. Bovendien was ik al te lang niet meer in Amsterdam geweest, waar toch meer interessante boeken te koop worden aangeboden dan in mijn eigen woonplaats.

Via Twitter dus, vroeg Marijke Barend-van Haeften, literatuurhistorica – voorheen werkend aan de Universiteit van Amsterdam, mij in april dit jaar of ik interesse had in een set van Busken Huet.

Lees verder

Fables de Fontaine

AuteurJean de la Fontaine
TitelOeuvres complètes – Fables [2 tômes]. Précédées d’une nouvelle notice sur sa vie.
UitgeverLefèvre
PlaatsParis
Jaar van uitgave1818
In Bibliotheca Habetsiana sinds9 juni 2014
BijzonderhedenDeze uitgave is zeer fraai ingebonden en bevat mooie houtgravures.
Lees verder

Romeinse geschiedenis

Een van de aardigste vondsten van onlangs bestaat uit twee losse delen Romeinse geschiedenis uit medio 18e eeuw. Ze verhalen over de geschiedenis van Rome “vanaf de stichting tot aan de veldslag bij Actium.

De boeken zitten nog stevig in de band, die wel wat uitgedroogd en craquelé is, maar voor die leeftijd (275 jaar!) nog erg mooi.

Lees verder

Deutsche Literaturgeschichte

Voor oudere literatuurgeschiedenissen heb ik een zwak, zeker als ze van vóór 1940 zijn. Zo heb ik het uit 7 delen bestaande hoofdwerk van G. Kalff en de beroemde (in de loop van decennia verschenen 7 van de geplande 9) in leer gebonden delen onder redactie van F. Baur. Een Duitse literatuurgeschiedenis van dit kaliber had ik nog niet.

Deze literatuurgeschiedenis is verschenen in 2 prachtig versierde, degelijke Duitse banden, de inhoud is grotendeels in Fraktur (“gotisch schrift”) gedrukt.

Lees verder

Een futuristisch boekje

Onderstaand boekje – het lijkt meer op een tijdschriftje – uit 1937 trok mijn aandacht door de moderne, enigszins futuristische vormgeving. De afbeelding op de voorkant doet denken aan een bekende science fiction tekenfilmserie uit de jaren ’80 met gehelmde en vliegende helden.

Al zoekende blijkt er heel weinig te vinden over dit boekje. Antiqbook en Boekwinkeltjes kennen het niet. Google, Delpher en de KB leveren geen relevante zoekresultaten op.

Lees verder

‘t Schijnt eer een schouwburg

De dichter A.J. de Bull is niet erg bekend, zijn gedichten zijn ook niet van dermate aard dat we hier een meesterwerk hebben opgediept. Ook is de uitgave niet heel onvindbaar en de meeste exemplaren worden voor een kleine prijs aangeboden. Toch ging ook dit boek mee naar huis.

Aangetrokken door de fraaie vormgeving met de versierde band op een manier die typerend is voor eind 19e / begin 20e eeuw, nam ik het boek in de hand. Niet per se de beste poëzie uit de negentiende eeuw.

Lees verder

Een schatkamer voor je verjaardag

Bij de moderne boeken lag op het moment niks naar mijn smaak, behalve één studie in de etalage, maar die was wat al te stevig geprijsd.

Toen ik achterin de winkel belandde, zag ik in de kast “oude boeken”, liggend op een plank op schouderhoogte, een wit kaftje, met daarop in balpen geschreven: “Schatkamer der Nederlandsche Dichteren || 1770 | Leijden”. Mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt.

Achter dit kaftje bleek een boeiend pakketje schuil te gaan van gerepareerde, samengenaaide en vastgelijmde afleveringen van een tijdschrift, waarvan ik nog nooit gehoord had, maar waarvan de titel en de ouderdom mijn hartje sneller deden kloppen.

Lees verder

April is the cruellest month

Aankopen in april 2019

Soms schrik je een beetje van jezelf, van je bereidheid om altijd maar je portemonnee te trekken en vervolgens boeken mee te sjouwen naar je mancave.

Daar staat tegenover: geen andere exuberante hobby’s, geen dure auto, geen motor, geen boot, geen frequent café- of restaurantbezoek, slechts één vrouw (maar natuurlijk wel 5 dochters), geen geldverslindende sport (alleen een paar hardloopschoenen), geen tabaksgebruik, geen drugsgebruik, matig met alcohol, zuinig en effectief met de boodschappen, kortom een vrij braaf en overzichtelijk leven.

Mijn rechtvaardiging, zo ongeveer.

De oogst is zichtbaar op de foto’s. Wat Nederlandse en vertaalde literatuur, met name een paar mooie deeltjes ‘verzamelde werken’ en/of uit reeksen (Privé Domein, Russische Bibliotheek), wat filosofie, wat Amerikanistiek (geschiedenis en literatuur), iets met heiligen en universiteiten, een paar oudjes (waarover ik onlangs uitgebreider schreef).

Een deeltje uit de van lelijkheid mooie paperback-serie AmstelKlassiek. Het uiterst boeiende boek over Nederlandse boekenwereld in de Gouden Eeuw.

Kortom, de kern van mijn handicap: willen kunnen lezen over de volle breedte. Niet afhankelijk willen zijn van de beschikbaarheid in openbare bibliotheken. Niet goed kunnen kiezen ook, maar tegelijk het toeval een grote rol te geven (naar wat men tegenkomt op zijn pad). Het eigen tekort maar al te goed beseffen, en daar af en toe in te berusten.

Respect voor de oudjes

Soms ligt of staat er een zielig deel alleen. Je weet van jezelf dat je van losse delen jeuk krijgt op onbereikbare plekken. Die serie gaat nooit compleet bij elkaar komen, zeker niet bij zulke oude boeken. Maar toch… In het wekelijkse rondje langs een van mijn favoriete adressen raak ik weer in verleiding.

Dat zielige deeltje, rechts op bovenstaande foto, is deel 5, “tôme cinquième”, uit de Oeuvres de Sainte Thérèse, uitgegeven in 1818 te Lyon bij uitgeverij Fr. Matheron. Een boek van 200 jaar oud, nog feitelijk in zeer goede conditie, met maar een enkel sleets plekje op de band.

Lees verder

Augustinus en Carthago veneris

Boeken uit de eerste helft van de 20e eeuw vallen vaak op door hun fraaie typografie en vooral ook de (stempel)banden. Op het moment dat ze niet heel zeldzaam zijn, zijn deze boeken voor enkele euro’s tot enkele tientjes toe te voegen aan je bibliotheek, zoals onderstaand fraaie boek over de kerkvader Augustinus.

Louis Bertrand, Sint Augustinus. Geautoriseerde vertaling. Vertaald uit het Frans door Frans J. Wahlen, uitgegeven bij W.L. & J. Brusse, Rotterdam, 1930. 2e, verbeterde druk – gebonden, XXII+336p.

Los van wat je standpunt is in religieuze zaken, is dit een boeiende levensbeschrijving (‘géén “heiligenleven” naar ouden trant’, aldus het ‘woord vooraf van den vertaler’), die bovendien heel fraai is uitgegeven. De taal van het boek is literair, smeuïg, sappig.

Lees verder

A very sunny weekend after all

Weer een mooi, zonnig weekend met een fijne vangst: van Coornhert tot Claudel, van vriendschap tot en met oorlogsherinnering, van India (Vikram Seth) tot Zuid-Amerika (Márquez), van trots en vooroordeel (Austen) tot het streven naar het allerhoogste goed (Coornhert). En een enkel boek bestemd voor iemand anders.

Jan Engelman ~ 2

In 1996 studeerde ik af aan de Radboud Universiteit, die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Mijn afstudeerscriptie ging over de bekendste onbekende katholieke dichter uit het interbellum, Jan Engelman (1900-1972). In een vorige aflevering behandelde ik het ontluiken van dit boeiende dichterschap, van zijn bijdragen aan tijdschrift De Gemeenschap (1925) tot en met de fraaie bundel Sine Nomine (1930). In onderstaande ga ik in op Engelmans belangrijkste dichtbundel, die bovendien een interessante drukgeschiedenis kent en waarbij ook voor bibliofielen pur sang wat te beleven valt: Tuin van Eros.

Tuin van Eros (1932), band met tekening van Henk Wiegersma

Context

De eerste druk van Tuin van Eros (1932) verschijnt in een periode dat Engelman buiten De Gemeenschap staat. Behalve dat hij sinds 1930 geen redac­teur meer is, draagt hij ook niets meer bij aan het tijd­schrift dat hij ooit samen met Kuitenbrouwer en Kuyle, nu zijn vijanden, op­richt­te. Binnen de groep van De Gemeenschap zijn zelfs steeds meer negatieve geluiden in de richting van Engelman te horen, bij­voor­beeld van Albert Kuyle en Henk Kuiten­brouwer. Zo publiceert Kuyle in 1932 in het tijdschrift zelf een fel polemisch stuk, waarin hij ontkent dat Engelman in de voorbije periode ook maar van enige positieve waarde voor de katholieke literatuur is geweest. Alleen Anton van Duinkerken neemt het voor Engelman op.

Lees verder

Jan Engelman ~ 1

In 1996 studeerde ik af aan de Radboud Universiteit, die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Mijn afstudeerscriptie ging over de bekendste onbekende katholieke dichter uit het interbellum, Jan Engelman (1900-1972). Eén ding kreeg ik al gauw in de gaten: het verzamelen van Engelman was niet alleen leuk om je studie-object zo compleet mogelijk in huis te hebben, maar ook op het gebied van drukgeschiedenis, typografie en boekverzorging valt er aan Engelmans werk veel te beleven. In een aantal afleveringen laat ik de dichtbundels van 1927-1940 de revue passeren. Hieronder de eerste aflevering: over het debuut uit 1927 en de wonderlijk mooie bundel Sine Nomine (1930).

1927: het debuut

Jan Engelman kwam voort uit de groep die men wel is gaan aanduiden als de jong-katholieken, die aanvankelijk deels rondom het tijdschrift Roeping waren georganiseerd (zoals iedereen zich organiseerde naar gezindte in het verzuilde Nederland). Ontevreden jonge katholieke schrijvers keerden zich tegen de tendens in Roeping om kunst en literatuur eenzijdig ethisch-religieus te benaderen: schoonheid is dat wat tot God leidt en de kunstenaar moet in zijn kunst vooral zijn geloof belijden.

Engelman heeft in Roeping ook enkele gedichten gepubliceerd, maar al spoedig, in 1925, richtte hij samen met enkele andere ‘jongeren’ een nieuw tijdschrift op, De Gemeenschap. In het tijdschrift publiceerde Engelman weer gedichten, maar ook beschouwingen over literatuur en kunst.

In 1927 bundelde Engelman een aantal van zijn eerste gedichten in Het Roosvenster.

Jan Engelman, Het roosvenster. Stenfert Kroese & Van Der Zande, Arnhem, 1927. 1e druk – paperback, 15p. – gedrukt bij drukkerij Boosten & Stols, crème papieren omslag, rood uitgeversembleem.

Het is een dun bundeltje en geeft een heel ander beeld dan we bij Engelman hebben: de gedichten zijn langer dan zijn latere, meer lyrische poëzie en vertonen behoorlijk lange regels, zoals in het gedicht “De geboorte”.

Lees verder

De spuigaten uit

Februari is nog maar een dag begonnen of het loopt alweer de spuigaten uit. Gelegenheid zoekt de dief, ik bedoel de bibliofiel.

Ik ben met name in mijn nopjes met de tweedelige uitgave van P.C. Hoofts Gedichten: “Volledige uitgave door F.A. Stoett, tweede geheel herziene, vermeerderde druk van de uitgave van P. Leendertz Wz.”, uitgegeven bij uitgeverij P.N. van Kampen in 1899 (deel 1) en 1900 (deel 2). De uitgave is er in verschillende uitvoeringen / banden. Ik heb hier een versie met halflinnen / half rood (kunst?)leder, ingebonden bij boekbinderij J.J. Küppers te Roermond. De twee delen zijn overigens onderdeel geweest van de bibliotheek van het R.K. Lyceum voor meisjes te Amsterdam. Hoe ze dan weer terug in Limburg zijn gekomen, is mij een raadsel.

Onder gedichten is in dit geval ook verstaan: het in dichtregels gestelde toneelwerk, zoals Geeraerdt van Velsen , Baeto en zelfs Ware-nar. Die ruime opvatting van “gedichten” is in afwijking van de moderne uitgave van P. Tuynman, die zich nadrukkelijk, blijkens de titel al, beperkt tot de Lyrische poëzie (zangen, sonnetten, gelegenheidsdichten, etc.).

Bij P.C. Hooft (en andere tijdgenoten) ervaar je nog dat “lyriek” afstamt van / samenhangt met zingen. Het woord is (zie ook Wikipedia) afgeleid van het Griekse λύρα (lura), dat “lier” betekent. In de oorspronkelijke betekenis zijn het gedichten of liedteksten die met de lier begeleid kunnen worden. Veel van Hoofts gedichten zijn voorzien met een wijsaanduiding (“op de wijze van…”) maar klinken ook als een klok en zijn sterk metrisch van karakter.

Ter afsluiting een van de bekendste lyrische gedichten van P.C. Hooft, een sonnet dat mooi mag “suonare” (weerklinken):

Een monument bij elkaar

Zaterdag 26 januari was het eindelijk zo ver: een date met een aantal van een gelijke soort “gekken” als ik zelf, afkomstig uit verschillende delen van het land: Perkamentus en Fasol (wier pseudoniemen ik hier zal respecteren), R. Kemper Alferink, en natuurlijk Paul Abels, die samen met zijn vrouw ons gastvrij door Gouda loodste, van kerkhistorie en glas tot drukkerij en antiquariaat.

Gouda – Markt en het oude Stadhuis

Het allermooiste werd tot het laatst bewaard: het van binnen bezichtigen van Pauls eigen Goudse librije, een heel sfeervol boekenkabinet waar menig bibliofielenhart sneller van gaat kloppen. Ondanks onze verschillende aandachtsgebieden qua boeken, werden de overeenkomsten in, wat ik maar noem, bibliofiele “maniertjes” duidelijk en een antropoloog had het bestaan van een specifieke menssoort kunnen bevestigen.

Omdat Maastricht en Gouda toch een beetje uit elkaar liggen en ik de laatste jaren te weinig in het “Hollandse” deel der natie kom, had ik het nuttige met het aangename verenigd, een NS-dagkaart gekocht, en ‘s ochtends vooraf in Den Haag een “paar boekies” opgehaald die ik op Markplaats besproken had. Dat heb ik geweten! Voor een vriendelijk prijsje kocht ik, zo goed als nieuw, vier kloeke delen uit Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, een vrij nieuw monument van de neerlandistiek, verschenen bij uitgeverij Bert Bakker tussen 2006 en 2017.

Voorpret tijdens de lange treinreis van Gouda naar Maastricht, met de nieuw verworven delen.

Behalve dat ik die dag vele voetstappen heb gezet, heb ik ook menige extra kilo meegetorst, van Den Haag naar Gouda, door Gouda heen en ‘s avonds mee terug naar Maastricht. Maar geduld en inspanning (de twee vrienden van een bibliofiel en zijn portemonnee) zijn beloond.

De vier nieuwe delen verenigd met hun lotgenoten aan het thuisfront.

Nog één “echt” deel ontbreekt (naast het dunne deeltje met nabeschouwingen), maar geduld loont, zo is gebleken. Duizenden pagina’s aan letterkundige geleerdheid in een veelkleurig uniforme uitgave. De kleurenoverloop tussen de delen vind ik trouwens erg mooi.
Het is eenheid in verscheidenheid, of eigenlijk andersom. Die geleidelijke “verkleuring” weerspiegelt ook de lange ontwikkeling van de Nederlandse literatuur door de geschiedenis heen. Zo wordt het verleden langzaam herkenbaar in het heden.

Met dat laatste kom ik weer terug op wat die 5 “gekken” in dat Goudse boekenkabinet (dat van buitenaf bij mensen de indruk van een exclusief antiquariaat wekt) bindt gedurende de middag en de vooravond. In cultuurhistorisch en bibliofiel opzicht kan ik me eigenlijk geen betere dag wensen.

De complete reeks:

Oostrom, F.P. (Frits) van, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Bert Bakker, Amsterdam, 2006. 1e druk – gebonden, 640p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 1].

Oostrom, F.P. (Frits) van, Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 1e druk – gebonden, 650p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 2].

Pleij, Herman, Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1440-1560. Bert Bakker, Amsterdam, 2007. 1e druk – gebonden, 863p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 3].

Porteman, Karel; Smits-Veldt, Mieke B., Een nieuw vaderland voor de muzen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1560-1700. Bert Bakker, Amsterdam, 2008. 1e druk – gebonden, 1053p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 4].

Leemans, Inger; Johannes, Gert-Jan, Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: De Republiek. Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 1e druk – gebonden, 815p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 5].

Verschaffel, Tom, De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: de Zuidelijke Nederlanden. Bert Bakker, Amsterdam, 2017. 1e druk – gebonden, 331p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 6].

Berg, Wim van den; Couttenier, Piet, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1800-1900. Bert Bakker, Amsterdam, 2009. 1e druk – paperback, 833p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 7]. – Dit is het nog ontbrekende deel.

Bel, Jacqueline, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945. Bert Bakker, Amsterdam, 2015. 1e druk – gebonden, 1140p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 8].

Brems, Hugo, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1945-2005. Bert Bakker, Amsterdam, 2006. 1e druk – gebonden, 792p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 9].

Gelderblom, Arie Jan; Musschoot, Anne Marie, Ongeziene blikken. Nabeschouwingen. Bert Bakker, Amsterdam, 2017. 1e druk – gebonden, 96p.
– [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 10]. – Ja, ook dit deeltje zal ooit in mijn bibliotheek belanden, maar dat heeft geen prioriteit.

Niet wijken voor de sneeuw

Sneeuw dreigde.

Files in het vooruitzicht. Men mocht eerder weg. Op tijd nog. Maar men vreesde de chaos niet. Men gaf zich over aan een bibliofiele ontdekkingsreis.


Klik om te vergroten

Het is gezien, het is niet verborgen gebleven. Met John reisde ik naar huis. Het viel mee: alleen de oprit naar de snelweg gaf wat vertraging. Maar aan de horizon genaakte Maastricht.

Boven is het stil, beneden – in het midden van de wereld – spint een tevreden lezer, als een varken in het paleis. Ka Ching!