Op de valreep van mei

Soms is vrouwe Fortuna ook de bibliofiel goedgezind. Enigszins verveeld struinde ik door een kringloopwinkel die ik wel vaker bezoek. Bij de boeken lag niet echt veel bijzonders op dat moment. De gebruikelijke raven hadden het terrein al afgegraven. Hun sporen waren nog zichtbaar.

Maar zie! Mijn ochtend werd een stuk mooier toen de “vulploeg” met een winkelwagen kwam aanrijden en ik er als eerst een paar heel leuke items uithaalde, nog voordat de andere kapers op de kust een kans kregen – want ze kwamen opeens uit allerlei hoeken opduiken.

Lees verder

Een schatkamer voor je verjaardag

Bij de moderne boeken lag op het moment niks naar mijn smaak, behalve één studie in de etalage, maar die was wat al te stevig geprijsd.

Toen ik achterin de winkel belandde, zag ik in de kast “oude boeken”, liggend op een plank op schouderhoogte, een wit kaftje, met daarop in balpen geschreven: “Schatkamer der Nederlandsche Dichteren || 1770 | Leijden”. Mijn aanvankelijke landerigheid sloeg meteen om in geanimeerde nieuwsgierigheid.

Achter dit kaftje bleek een boeiend pakketje schuil te gaan van gerepareerde, samengenaaide en vastgelijmde afleveringen van een tijdschrift, waarvan ik nog nooit gehoord had, maar waarvan de titel en de ouderdom mijn hartje sneller deden kloppen.

Lees verder

April is the cruellest month

Aankopen in april 2019

Soms schrik je een beetje van jezelf, van je bereidheid om altijd maar je portemonnee te trekken en vervolgens boeken mee te sjouwen naar je mancave.

Daar staat tegenover: geen andere exuberante hobby’s, geen dure auto, geen motor, geen boot, geen frequent café- of restaurantbezoek, slechts één vrouw (maar natuurlijk wel 5 dochters), geen geldverslindende sport (alleen een paar hardloopschoenen), geen tabaksgebruik, geen drugsgebruik, matig met alcohol, zuinig en effectief met de boodschappen, kortom een vrij braaf en overzichtelijk leven.

Mijn rechtvaardiging, zo ongeveer.

De oogst is zichtbaar op de foto’s. Wat Nederlandse en vertaalde literatuur, met name een paar mooie deeltjes ‘verzamelde werken’ en/of uit reeksen (Privé Domein, Russische Bibliotheek), wat filosofie, wat Amerikanistiek (geschiedenis en literatuur), iets met heiligen en universiteiten, een paar oudjes (waarover ik onlangs uitgebreider schreef).

Een deeltje uit de van lelijkheid mooie paperback-serie AmstelKlassiek. Het uiterst boeiende boek over Nederlandse boekenwereld in de Gouden Eeuw.

Kortom, de kern van mijn handicap: willen kunnen lezen over de volle breedte. Niet afhankelijk willen zijn van de beschikbaarheid in openbare bibliotheken. Niet goed kunnen kiezen ook, maar tegelijk het toeval een grote rol te geven (naar wat men tegenkomt op zijn pad). Het eigen tekort maar al te goed beseffen, en daar af en toe in te berusten.

Respect voor de oudjes

Soms ligt of staat er een zielig deel alleen. Je weet van jezelf dat je van losse delen jeuk krijgt op onbereikbare plekken. Die serie gaat nooit compleet bij elkaar komen, zeker niet bij zulke oude boeken. Maar toch… In het wekelijkse rondje langs een van mijn favoriete adressen raak ik weer in verleiding.

Dat zielige deeltje, rechts op bovenstaande foto, is deel 5, “tôme cinquième”, uit de Oeuvres de Sainte Thérèse, uitgegeven in 1818 te Lyon bij uitgeverij Fr. Matheron. Een boek van 200 jaar oud, nog feitelijk in zeer goede conditie, met maar een enkel sleets plekje op de band.

Lees verder

Augustinus en Carthago veneris

Boeken uit de eerste helft van de 20e eeuw vallen vaak op door hun fraaie typografie en vooral ook de (stempel)banden. Op het moment dat ze niet heel zeldzaam zijn, zijn deze boeken voor enkele euro’s tot enkele tientjes toe te voegen aan je bibliotheek, zoals onderstaand fraaie boek over de kerkvader Augustinus.

Louis Bertrand, Sint Augustinus. Geautoriseerde vertaling. Vertaald uit het Frans door Frans J. Wahlen, uitgegeven bij W.L. & J. Brusse, Rotterdam, 1930. 2e, verbeterde druk – gebonden, XXII+336p.

Los van wat je standpunt is in religieuze zaken, is dit een boeiende levensbeschrijving (‘géén “heiligenleven” naar ouden trant’, aldus het ‘woord vooraf van den vertaler’), die bovendien heel fraai is uitgegeven. De taal van het boek is literair, smeuïg, sappig.

Lees verder

Jan Engelman ~ 2

In 1996 studeerde ik af aan de Radboud Universiteit, die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Mijn afstudeerscriptie ging over de bekendste onbekende katholieke dichter uit het interbellum, Jan Engelman (1900-1972). In een vorige aflevering behandelde ik het ontluiken van dit boeiende dichterschap, van zijn bijdragen aan tijdschrift De Gemeenschap (1925) tot en met de fraaie bundel Sine Nomine (1930). In onderstaande ga ik in op Engelmans belangrijkste dichtbundel, die bovendien een interessante drukgeschiedenis kent en waarbij ook voor bibliofielen pur sang wat te beleven valt: Tuin van Eros.

Tuin van Eros (1932), band met tekening van Henk Wiegersma

Context

De eerste druk van Tuin van Eros (1932) verschijnt in een periode dat Engelman buiten De Gemeenschap staat. Behalve dat hij sinds 1930 geen redac­teur meer is, draagt hij ook niets meer bij aan het tijd­schrift dat hij ooit samen met Kuitenbrouwer en Kuyle, nu zijn vijanden, op­richt­te. Binnen de groep van De Gemeenschap zijn zelfs steeds meer negatieve geluiden in de richting van Engelman te horen, bij­voor­beeld van Albert Kuyle en Henk Kuiten­brouwer. Zo publiceert Kuyle in 1932 in het tijdschrift zelf een fel polemisch stuk, waarin hij ontkent dat Engelman in de voorbije periode ook maar van enige positieve waarde voor de katholieke literatuur is geweest. Alleen Anton van Duinkerken neemt het voor Engelman op.

Lees verder

Jan Engelman ~ 1

In 1996 studeerde ik af aan de Radboud Universiteit, die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Mijn afstudeerscriptie ging over de bekendste onbekende katholieke dichter uit het interbellum, Jan Engelman (1900-1972). Eén ding kreeg ik al gauw in de gaten: het verzamelen van Engelman was niet alleen leuk om je studie-object zo compleet mogelijk in huis te hebben, maar ook op het gebied van drukgeschiedenis, typografie en boekverzorging valt er aan Engelmans werk veel te beleven. In een aantal afleveringen laat ik de dichtbundels van 1927-1940 de revue passeren. Hieronder de eerste aflevering: over het debuut uit 1927 en de wonderlijk mooie bundel Sine Nomine (1930).

1927: het debuut

Jan Engelman kwam voort uit de groep die men wel is gaan aanduiden als de jong-katholieken, die aanvankelijk deels rondom het tijdschrift Roeping waren georganiseerd (zoals iedereen zich organiseerde naar gezindte in het verzuilde Nederland). Ontevreden jonge katholieke schrijvers keerden zich tegen de tendens in Roeping om kunst en literatuur eenzijdig ethisch-religieus te benaderen: schoonheid is dat wat tot God leidt en de kunstenaar moet in zijn kunst vooral zijn geloof belijden.

Engelman heeft in Roeping ook enkele gedichten gepubliceerd, maar al spoedig, in 1925, richtte hij samen met enkele andere ‘jongeren’ een nieuw tijdschrift op, De Gemeenschap. In het tijdschrift publiceerde Engelman weer gedichten, maar ook beschouwingen over literatuur en kunst.

In 1927 bundelde Engelman een aantal van zijn eerste gedichten in Het Roosvenster.

Jan Engelman, Het roosvenster. Stenfert Kroese & Van Der Zande, Arnhem, 1927. 1e druk – paperback, 15p. – gedrukt bij drukkerij Boosten & Stols, crème papieren omslag, rood uitgeversembleem.

Het is een dun bundeltje en geeft een heel ander beeld dan we bij Engelman hebben: de gedichten zijn langer dan zijn latere, meer lyrische poëzie en vertonen behoorlijk lange regels, zoals in het gedicht “De geboorte”.

Lees verder

De spuigaten uit

Februari is nog maar een dag begonnen of het loopt alweer de spuigaten uit. Gelegenheid zoekt de dief, ik bedoel de bibliofiel.

Ik ben met name in mijn nopjes met de tweedelige uitgave van P.C. Hoofts Gedichten: “Volledige uitgave door F.A. Stoett, tweede geheel herziene, vermeerderde druk van de uitgave van P. Leendertz Wz.”, uitgegeven bij uitgeverij P.N. van Kampen in 1899 (deel 1) en 1900 (deel 2). De uitgave is er in verschillende uitvoeringen / banden. Ik heb hier een versie met halflinnen / half rood (kunst?)leder, ingebonden bij boekbinderij J.J. Küppers te Roermond. De twee delen zijn overigens onderdeel geweest van de bibliotheek van het R.K. Lyceum voor meisjes te Amsterdam. Hoe ze dan weer terug in Limburg zijn gekomen, is mij een raadsel.

Onder gedichten is in dit geval ook verstaan: het in dichtregels gestelde toneelwerk, zoals Geeraerdt van Velsen , Baeto en zelfs Ware-nar. Die ruime opvatting van “gedichten” is in afwijking van de moderne uitgave van P. Tuynman, die zich nadrukkelijk, blijkens de titel al, beperkt tot de Lyrische poëzie (zangen, sonnetten, gelegenheidsdichten, etc.).

Bij P.C. Hooft (en andere tijdgenoten) ervaar je nog dat “lyriek” afstamt van / samenhangt met zingen. Het woord is (zie ook Wikipedia) afgeleid van het Griekse λύρα (lura), dat “lier” betekent. In de oorspronkelijke betekenis zijn het gedichten of liedteksten die met de lier begeleid kunnen worden. Veel van Hoofts gedichten zijn voorzien met een wijsaanduiding (“op de wijze van…”) maar klinken ook als een klok en zijn sterk metrisch van karakter.

Ter afsluiting een van de bekendste lyrische gedichten van P.C. Hooft, een sonnet dat mooi mag “suonare” (weerklinken):

Een monument bij elkaar

Zaterdag 26 januari was het eindelijk zo ver: een date met een aantal van een gelijke soort “gekken” als ik zelf, afkomstig uit verschillende delen van het land: Perkamentus en Fasol (wier pseudoniemen ik hier zal respecteren), R. Kemper Alferink, en natuurlijk Paul Abels, die samen met zijn vrouw ons gastvrij door Gouda loodste, van kerkhistorie en glas tot drukkerij en antiquariaat.

Gouda – Markt en het oude Stadhuis

Het allermooiste werd tot het laatst bewaard: het van binnen bezichtigen van Pauls eigen Goudse librije, een heel sfeervol boekenkabinet waar menig bibliofielenhart sneller van gaat kloppen. Ondanks onze verschillende aandachtsgebieden qua boeken, werden de overeenkomsten in, wat ik maar noem, bibliofiele “maniertjes” duidelijk en een antropoloog had het bestaan van een specifieke menssoort kunnen bevestigen.

Omdat Maastricht en Gouda toch een beetje uit elkaar liggen en ik de laatste jaren te weinig in het “Hollandse” deel der natie kom, had ik het nuttige met het aangename verenigd, een NS-dagkaart gekocht, en ‘s ochtends vooraf in Den Haag een “paar boekies” opgehaald die ik op Markplaats besproken had. Dat heb ik geweten! Voor een vriendelijk prijsje kocht ik, zo goed als nieuw, vier kloeke delen uit Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, een vrij nieuw monument van de neerlandistiek, verschenen bij uitgeverij Bert Bakker tussen 2006 en 2017.

Voorpret tijdens de lange treinreis van Gouda naar Maastricht, met de nieuw verworven delen.

Behalve dat ik die dag vele voetstappen heb gezet, heb ik ook menige extra kilo meegetorst, van Den Haag naar Gouda, door Gouda heen en ‘s avonds mee terug naar Maastricht. Maar geduld en inspanning (de twee vrienden van een bibliofiel en zijn portemonnee) zijn beloond.

De vier nieuwe delen verenigd met hun lotgenoten aan het thuisfront.

Nog één “echt” deel ontbreekt (naast het dunne deeltje met nabeschouwingen), maar geduld loont, zo is gebleken. Duizenden pagina’s aan letterkundige geleerdheid in een veelkleurig uniforme uitgave. De kleurenoverloop tussen de delen vind ik trouwens erg mooi.
Het is eenheid in verscheidenheid, of eigenlijk andersom. Die geleidelijke “verkleuring” weerspiegelt ook de lange ontwikkeling van de Nederlandse literatuur door de geschiedenis heen. Zo wordt het verleden langzaam herkenbaar in het heden.

Met dat laatste kom ik weer terug op wat die 5 “gekken” in dat Goudse boekenkabinet (dat van buitenaf bij mensen de indruk van een exclusief antiquariaat wekt) bindt gedurende de middag en de vooravond. In cultuurhistorisch en bibliofiel opzicht kan ik me eigenlijk geen betere dag wensen.

De complete reeks:

Oostrom, F.P. (Frits) van, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Bert Bakker, Amsterdam, 2006. 1e druk – gebonden, 640p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 1].

Oostrom, F.P. (Frits) van, Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 1e druk – gebonden, 650p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 2].

Pleij, Herman, Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1440-1560. Bert Bakker, Amsterdam, 2007. 1e druk – gebonden, 863p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 3].

Porteman, Karel; Smits-Veldt, Mieke B., Een nieuw vaderland voor de muzen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1560-1700. Bert Bakker, Amsterdam, 2008. 1e druk – gebonden, 1053p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 4].

Leemans, Inger; Johannes, Gert-Jan, Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: De Republiek. Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 1e druk – gebonden, 815p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 5].

Verschaffel, Tom, De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: de Zuidelijke Nederlanden. Bert Bakker, Amsterdam, 2017. 1e druk – gebonden, 331p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 6].

Berg, Wim van den; Couttenier, Piet, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1800-1900. Bert Bakker, Amsterdam, 2009. 1e druk – paperback, 833p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 7]. – Dit is het nog ontbrekende deel.

Bel, Jacqueline, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945. Bert Bakker, Amsterdam, 2015. 1e druk – gebonden, 1140p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 8].

Brems, Hugo, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1945-2005. Bert Bakker, Amsterdam, 2006. 1e druk – gebonden, 792p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 9].

Gelderblom, Arie Jan; Musschoot, Anne Marie, Ongeziene blikken. Nabeschouwingen. Bert Bakker, Amsterdam, 2017. 1e druk – gebonden, 96p.
– [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 10]. – Ja, ook dit deeltje zal ooit in mijn bibliotheek belanden, maar dat heeft geen prioriteit.

Niet wijken voor de sneeuw

Sneeuw dreigde.

Files in het vooruitzicht. Men mocht eerder weg. Op tijd nog. Maar men vreesde de chaos niet. Men gaf zich over aan een bibliofiele ontdekkingsreis.


Klik om te vergroten

Het is gezien, het is niet verborgen gebleven. Met John reisde ik naar huis. Het viel mee: alleen de oprit naar de snelweg gaf wat vertraging. Maar aan de horizon genaakte Maastricht.

Boven is het stil, beneden – in het midden van de wereld – spint een tevreden lezer, als een varken in het paleis. Ka Ching!

Joseph Roth’s 1002e Nacht

In dit boek komen verschillende liefdes samen, ten eerste de schrijver Joseph Roth en zijn werk. Ik hoorde en las voor het eerst van hem toen ik 17 of 18 jaar was.


Roth, Joseph, Die Geschichte von der 1002. Nacht. Roman. De Gemeenschap, Bilthoven, 1939. 1e druk – gebonden, 240p. 

De romans van Roth zijn doordesemd door een diepe melancholie, en een nostalgische terugblik op la belle époque in de Donaumonarchie, die met de Eerste Wereldoorlog, de Great War, dramatisch eindigde. Roth maakt dit goed invoelbaar, de lezer kan het zich levend voorstellen. Zijn bekendste roman is wellicht toch Radetzkymarsch (1932).

Hotel Savoy (1924) was de eerste roman die ik van Joseph Roth las, en het was een overdonderende ervaring. In de jaren ’30, met de machtsovername door de nazi’s, zocht Roth zijn toevlucht in Frankrijk. Als emigrantenschrijver deed hij ook Nederland aan, en raakte hij bevriend met onder andere Menno ter Braak. De literatuur van het interbellum en met name schrijvers als Ter Braak vormen een tweede persoonlijke liefde.

Daar is nog de kring van “jong-katholieken” uit die tijd aan toe te voegen: Jan Engelman, Anton van Duinkerken en tijdschrift De Gemeenschap, waaraan ook een gelijknamige uitgeverij verbonden was, die ook emigrantenliteratuur heeft uitgegeven. Bij deze uitgeverij verscheen ook het hierboven getoonde boek van Roth.

Die Geschichte von der 1002. Nacht verscheen in 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De roman vertelt het verhaal van de sjah van Perzië en speelt zich grotendeels af in Wenen rond 1880, waar de sjah – verveeld door zijn eigen harem – naar exotische verten smacht en dan Wenen opzoekt. Het mooie is hier de omkering van het westerse kolonialisme en de bijbehorende decadente motieven.

Externe links


Franse & Engelse banden (2)

Van links naar rechts:

Styl, S. [alias: Simon Stijl], Opkomst en bloei der Vereenigde Nederlanden. Brest van Kempen / J. de Vos en Comp., Brussel / Dordrecht, 1824. 3e druk – gebonden, LXXXIV+418p.

Nicoullaud, Charles, Récits d’une tante: Mémoires de la comtesse de Boigne née d’Osmond, I: 1781-1814. Plon-Nourrit et cie., Paris, 1909. 19e druk – gebonden, 505p.

Teirlinck, Herman, De wonderbare wereld. C.A.J. van Dishoeck, Bussum, 1907. 3e druk – gebonden, 296p.

Baker, Samuel W., The Nile Tributaries of Abyssinia. And the sword hunters of the Hamran Arabs. MacMillan and Co., London / New York, 1886. 1e druk – gebonden, XIX+413+47p.

Livingstone, David; Livingstone, Charles, Explorations dans l’Afrique australe. Et dans le bassin zu Zambèse depuis 1840 jusqu’a 1864. Vertaald uit het Engels door Loreau, Henriette, Librairie de L. Hachette, Paris, 1869. 1e druk – gebonden, XX+339p. – [Bibliothèque Rose Illustrée].

Corneille, Pierre; Corneille, Thomas, Théatre [2 tômes]. Avec notes et commentaire. Librairie de Firmin-Didot, Paris, 1875. 1e druk – gebonden, 558+549p.

Corneille, Pierre, Oeuvres de P. Corneille, Théâtre complet [3 tômes]. Nouvelle édition, imprimé d’après celle de 1682, ornée de portraits en pied coloriés, dessins de M. Geffroy. La Place, Sanchez et Cie., Paris, 1884. 1e druk – gebonden, VIII+592+616+697p.

Molière, Oeuvres complètes de Molière [2 tômes]. Nouvelle édition, la seule complète en 2 volumes in-12, ornée de 10 portraits en pied coloriés, dessinés de MM. Geffroy & H. Allouard. La Place, Sanchez et Cie., Paris, 1882. 1e druk – gebonden, VIII+803+823p.

Franse & Engelse banden

Enkele Franse en Engelse oude bandjes in de kast, waaronder een handgeschreven dictaat over commercieel recht, uit ca. 1870.

Van links naar rechts:

Caumont, M.A. de, Abécédaire ou Rudiment d’Archéologie: Architecture Religieuse. Ouvrage approuvé par l’Institut des provinces de France pour l’enseignement de cette science dans les Séminaires & les Maisons d’éducation des deux sexes. F. Le Blanc-Hardel, Caen, 1870. 5e druk – gebonden, 800p.

Pélerin, Adriaan L., Essais historiques et critiques sur le département de la Meuse-Inferieure, en general, et la ville de Maestricht, chef-lieu, en particulier. Francois Cavelier, Maastricht, 1803. 1e druk – gebonden, XI+377p.

Gautier, Théophile, Fortunio. Édition illustrée de dix-huit compositions de Paul-Émile Bécat. George Briffaut, Paris, 1934. gebonden, 212p.

Greville, Charles C.F., The Greville Memoirs. A journal of the reigns of king George IV and king William IV, edited by Henry Reeve [3 volumes]. Longmans, Green and Co., London, 1874. 2e druk – gebonden, 424+384+432p.

Fontaine, Jean de la, Oeuvres complètes – Fables [2 tômes]. Précédées d’une nouvelle notice sur sa vie. Chez Lefèvre, Paris, 1818. gebonden, XCI+242+320p.

Taine, H., Philosophie de l’art [2 tômes]. Hachette, Paris, 1901. 9e druk – gebonden, 292+360p.

Daudet, Alphonse, Tartarin sur les Alpes. Nouveaux exploits du heros Tarasconnais. Illustré par Rossi, Aranda, Myrbach, De Beaumont. C. Marpon & E. Flammarion, Paris, 1886. 1e druk – gebonden, 365p. – [Collection Artistique Guillaume Frères].

Vondel voor de neerlandicus als jongeman

Achteraf besef ik dat ik met het onderwijs dat ik kreeg (aan het Maastrichtse Henric van Veldekecollege) erg bevoorrecht was, specifiek waar het gaat om letterkunde en nog specifieker waar het gaat om Nederlandse letterkunde (al was de beroemde Fernand Lodewick al met pensioen). In de laatste drie jaren van het vwo had ik voor Nederlands achtereenvolgens de docenten C., D. en F. Zij loodsten ons uitgebreid door de literatuurgeschiedenis der Nederlanden en deden dat vrij grondig met ondersteuning van veel tekstvoorbeelden.

C. behandelde in het 4e leerjaar de middeleeuwen, D. in het 5e leerjaar de nieuwere letterkunde tot aan de Romantiek, en E. in het 6e leerjaar de literatuur vanaf de Romantiek (met veel nadruk op de Tachtigers). Ik kan me nog herinneren, dat D. op een maandagochtend zei: “Als ik één of twee van jullie duurzaam kan interesseren voor literatuur, dan is mijn missie geslaagd.” Als 16-jarige wist ik op dat moment al: daar ben ik er één van. Tijdens datzelfde jaar behandelden we met name “de Renaissance”, van Jan van der Noot en met Jan Luyken, van de familie Roemer Visscher tot en met Jacob Cats. Wij wisten, of konden weten, naar welke schrijver het Barlaeusgymnasium vernoemd was, wie La Défense et illustration de la langue française had geschreven, wat het belang was van de Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst, wat petrarkisme was en hoe de Franse Pléiade-groep invloed had op onze letterkunde.

Lees verder

Shakespeare’s plots

Een van de leukere boekjes waar ik onlangs op stuitte is een wel heel vrij bewerking van de bekende toneelstukken van William Shakespeare. De flaptekst vermeldt, niet zonder ironie:

“A new dimension, that of density, is added to Shakespearian scholarship by Nicolas Bentley’s analysis of Shakespeare’s plots. […] In fact, it is surprising that he has been able to follow the plays at all”

Het is dan ook een humoristisch bedoeld boekje met een zeer beknopte en eigenzinnige weergave van de inhoud van die toneelstukken.

Een van de aardigheden aan het boekje zijn ook de illustraties, waarvan een aantal in zeer frisse kleuren, die door het cartooneske karakter het grappige element onderstrepen.

Hieronder een aantal van deze illustraties. Het boek is uit 1972 en houdt zich nog niet aan de politiek correcte weergave van mensen: Othello is zo stereotiep weergegeven, dat menige zwarte piet erbij verbleekt. (Othello werd overigens meestal door een blanke man gespeeld, wat gezien de huidige discussie over “black face” de betreffende afbeelding nog pikanter maakt.)