Kouwenaar als magiër en mysticus

Boeken als de Bijbel of de Tao-Teh-Tjing moet je eerst honderd keer lezen, en dan snap je er iets van, aldus Prof. H. van Praag in Acht wegen der mystiek. Op niets lijkt dit zo van toepassing als op de gedichten van Gerrit Kouwenaar.

Honderd keer lezen lijkt wat veel, maar voor sommige teksten is het niet genoeg. Zeker een geconcentreerde en tekstvorm als poëzie vraagt om gerichte aandacht, en herhaald herlezen. Bij poëzie die zich niet meteen blootgeeft, zoals bijvoorbeeld de gedichten van symbolisten als Rimbaud en bij ons Leopold, maar ook de Vijftigers, Lucebert en Kouwenaar, loont het om er tijd en moeite in te stoppen. Door het herhaald lezen en (her)interpreteren doorloop je als lezer de hermeneutische cirkel: via de delen begrijpen we het geheel beter en vanuit het geheel de delen.

Lees verder

“Beter kan ik even niet” – over Kees Fens

Sommige mensen kun je echt missen omdat ze er niet meer zijn. Kees Fens hoort daar bij. Ook als je hem voor zijn overlijden in 2008 al ruim tien jaar niet meer persoonlijk had ontmoet. Gelukkig kwam hij nog vaak genoeg op televisie. Zijn enthousiasme en vermogen tot bewonderen heeft hij overgedragen op een hele generaties studenten en lezers (die in bredere zin als zijn studenten kunnen worden gezien).

Zelf koesterde hij als lezer zijn eigen leermeesters, die hij als autodidact vooral in boeken terugvond. Kees Fens heeft geen “school gemaakt” in de klassieke zin van het woord. Daarvoor was hij te weinig theoreticus en te zeer een liefhebber van de praktijk. Te breed georiënteerd ook. Wel heeft hij een aantal mensen ongeneeslijk besmet met liefde voor poëzie in het algemeen en voor het werk van dichters als Leopold, Nijhoff, Achterberg, Kouwenaar en Faverey in het bijzonder.

Lees verder