Menno ter Braak – In gesprek met de vorigen (1938)

Al tijdens mijn studiejaren ben ik, zo mag je rustig zeggen, een “fan” van Ter Braak geworden. Ik ben het lang niet altijd eens met het soms eenzijdige ventisme en zijn soms al te Droogstoppelachtige kijk op poëzie. Zijn essays zijn echter grandioos en zijn cultuurkritiek scherp.  Politicus zonder partij heb ik werkelijk verslonden, zo gecharmeerd was ik van het speelse proza.

Zijn allergie voor grote woorden met veronderstelde diepzinnigheid en zijn nuchtere relativisme deel ik. Zijn pleidooi voor de menselijke waardigheid heeft voor mij nog steeds betekenis, al hadden we in de jaren negentig, toen ik Ter Braak voor het eerst las, de heropleving van populisme en fascisme niet voorzien. Dat ik zelf een andere poëticale opvatting heb en mogelijk (in de woorden van Ter Braak) een “sierdichter” en enigszins een “vormaanbidder” genoemd kan worden, dat heeft mijn bewondering nooit in de weg gestaan.

Lees verder