Brieven van P.C. Hooft

Eerder dit jaar mocht ik de mooie uitgave uit 1671 van P.C. Hooft Werken aan mijn bibliotheek toevoegen. Onlangs kreeg ik de kans om een vergelijkbaar mooie uitgave uit 1738 van diens Brieven te kopen bij hetzelfde antiquariaat, De Zilveren Eeuw te Zwolle.

Binnenwerk & typografie

De uitgave is samengesteld door Balthazar Huydecoper, een letterkundige, taalkundige en historicus, onder andere bekend vanwege zijn Proeve van Taal- en Dichtkunde (1730). Het boek werd uitgegeven in 1738 bij Adriaan Wor en de “Erve G. onder de Linden”, te Amsterdam. De titelpagina laat een mooie tweekleurendruk zien en een vignet (waarover dadelijk meer).

Lees verder

Duisternis of praal?

Ik ken de (korte) gedichten van P.C. Hooft vrij goed, meen ik. Met name een aantal van zijn sonnetten zijn me erg dierbaar. Onlangs kocht ik een oude druk, uit 1671, van Hoofts Werken. Terwijl ik bladerde naar een van zijn bekendste sonnetten, Wanneer de vorst des lichts, op deze site eerder hier en hier besproken, stokte even mijn adem: dit gedicht ging toch anders?

Verschillende woorden zijn anders, moderner gespeld: uit der zee (i.p.v. wter zee), aanzienlijk (i.p.v. “aensienlijck”), etc. Maar ik werd vooral getroffen door breedtgespraaide pruik, dat ik me herinnerde als uytgespreide pruick (of iets in die trant), én de twee eerste regels van het sextet die drastisch anders zijn en een ander eindrijm hebben (praal-maal). Hoe zit dat?

Lees verder

Hooft in de Hanzestad

“Ga je mee, een dagje naar Zwolle?” Mijn vrouw was natuurlijk allang op de hoogte van wat ik daar ging doen, u zult het ook wel raden. Iets met een boek, of boeken. Ja, ze wilde wel mee, al was het maar om te zien waarvoor ik nu zo dringend 3 uur heen en 3 uur terug wilde gaan reizen. Het was inderdaad voor een boek, een boek van respectabele leeftijd, van een door mij geliefd Nederlands dichter: P.C. Hooft.

Wat was het geval? Ruim anderhalve week geleden bezocht ik, samen met boekenvrienden Robert Kemper Alferink en Paul Abels de boekenbeurs in de Bergkerk te Deventer. Daar stond ook Rob de Bree, van antiquariaat De Zilveren Eeuw, met mooie boeken, waaronder enkele 17e-eeuwse uitgaven van P.C. Hooft. Speciaal de editie (verzamelde) Werken uit 1671, met de 30 emblemata, sprak mij direct aan.

Lees verder

Come sole, de vorst des lichts

In een prachtig gedicht laat de Italiaanse Renaissance-dichter Matteo Maria Boiardo het waarnemen van een indrukwekkende zonsopgang overgaan in een loflied op een mooie vrouw, die al dat schoons doet verbleken. Het is een perfect sonnet, met een opbouw en thematiek typerend voor de Renaissance. Verder deed dit gedicht denken aan een bekend sonnet uit onze eigen literatuur, van P.C. Hooft.

Matteo Maria Boiardo (1441-1494)

Voor mij ligt, in een prachtige linnen band met een sober maar mooi stofom­slag, de bundel Poesie der Welt: Renaissance Sonette, een Duitstalige bloemlezing uit de Europese Renaissance-dichtkunst. Het kan haast niet anders of de bundel begint met een afdeling Italiaanse dichters. Minstens zo vanzelfsprekend is Petrarca de eerste dichter die aan bod komt, aangezien het om sonnetten gaat.

Lees verder

In duisternis verdwaald

Een van de beroemdste sonnetten van P.C. Hooft is Geswinde grijsaert, over het bizarre verstrijken van de tijd: alles gaat zo snel, behalve het wachten op de geliefde die ver verwijderd is. Een ander prachtig sonnet, ook vrij bekend, is dat over de zonsopgang, Wanneer de vorst des lichts:

Persoonlijk vind ik dit een van de mooiste 17de-eeuwse gedichten, misschien wel een van de allermooiste uit de gehele Nederlandse poëzie, maar dat geldt voor nog enkele van Hoofts gedichten.

Lees verder

De spuigaten uit

Februari is nog maar net begonnen of het loopt alweer de spuigaten uit. Gelegenheid zoekt de dief, ik bedoel de bibliofiel.

Ik ben met name in mijn nopjes met de tweedelige uitgave van P.C. Hoofts Gedichten: “Volledige uitgave door F.A. Stoett, tweede geheel herziene, vermeerderde druk van de uitgave van P. Leendertz Wz.”, uitgegeven bij uitgeverij P.N. van Kampen in 1899 (deel 1) en 1900 (deel 2). De uitgave is er in verschillende uitvoeringen / banden. Ik heb hier een versie met halflinnen / half rood (kunst?)leder, ingebonden bij boekbinderij J.J. Küppers te Roermond. De twee delen zijn overigens onderdeel geweest van de bibliotheek van het R.K. Lyceum voor meisjes te Amsterdam. Hoe ze dan weer terug in Limburg zijn gekomen, is mij een raadsel.

Onder gedichten is in dit geval ook verstaan: het in dichtregels gestelde toneelwerk, zoals Geeraerdt van Velsen , Baeto en zelfs Ware-nar. Die ruime opvatting van “gedichten” is in afwijking van de moderne uitgave van P. Tuynman, die zich nadrukkelijk, blijkens de titel al, beperkt tot de Lyrische poëzie (zangen, sonnetten, gelegenheidsdichten, etc.).

Bij P.C. Hooft (en andere tijdgenoten) ervaar je nog dat “lyriek” afstamt van / samenhangt met zingen. Het woord is (zie ook Wikipedia) afgeleid van het Griekse λύρα (lura), dat “lier” betekent. In de oorspronkelijke betekenis zijn het gedichten of liedteksten die met de lier begeleid kunnen worden. Veel van Hoofts gedichten zijn voorzien met een wijsaanduiding (“op de wijze van”) maar klinken ook als een klok en zijn sterk metrisch van karakter.

Ter afsluiting een van de bekendste lyrische gedichten van P.C. Hooft, een sonnet dat mooi mag “suonare” (weerklinken):